Recensie: Frits Rijksbaron – Joodse Huizen 4

Recensie: Frits Rijksbaron – Joodse Huizen 4

Recensie: Frits Rijksbaron – Joodse Huizen 4

Geen reacties op Recensie: Frits Rijksbaron – Joodse Huizen 4

Frits Rijksbaron, Esther Shaya & Gert Jan de Vries (red.), Joodse Huizen 4. Verhalen over vooroorlogse bewoners.
Gibbon Uitgeefagentschap, Amsterdam, 2018
ISBN: 9789491363917
€19,90

 

Dit boek werd genomineerd voor de Longlist van de Libris Geschiedenisprijs 2018.

‘Wat een liefde, waarmee de schrijvers van deze huizenportretten elk hun eigen vorm kiezen om het verleden op te roepen, soms heel sec en soms ook haast als een roman. Dat is mooi. Dat maakt het warm. Dit is een warm boek.’ Met deze woorden typeert Hans Goedhart het boek Joodse huizen 4. Verhalen over vooroorlogse bewoners. En wat mij betreft is deze typering raak. In 23 bijdragen beschrijven kleinkinderen, nabestaanden en betrokkenen het vooroorlogse leven van hun overleden Joodse familieleden of stadsgenoten.

In sommige bijdragen vormt de Tweede Wereldoorlog het droeve einde van bloeiend Joods leven. In een enkele bijdrage is de oorlog geheel afwezig. Anderen laten zien hoe de oorlog het besef van Joods-zijn bracht. Vernieuwend voor mij was de bijdrage over de Amsterdams-Joodse artiest Sylvain Poons die voor de oorlog allerlei stereotype Joodse rollen speelde, zonder zich ervan bewust te zijn dat het hier om een typering van zíjn volk ging, zonder het besef van de antisemitische boodschap van deze rollen. Pas toen onder de nazi’s de Joden als volk apart werden gezet en gedemoniseerd, werd hij zich bewust van zijn eigen Joods-zijn. Na de oorlog kon hij het stereotype van ‘de Jood’ dan ook niet zomaar spelen.

Veelkleurig

De verschillende bijdragen illustreren de veelkleurigheid van het Joodse leven vóór de oorlog: geassimileerde gezinnen, die zichzelf als Nederlander zien, vrome Joodse gezinnen die de tradities en hun afstamming van het Joodse volk koesteren, zionistische families die zich inzetten om het Joods-bewustzijn te laten herleven en het verlangen naar een eigen staat aan te wakkeren. De bijdragen laten je ook nadenken over de posities die Joden voor de oorlog bekleedden. De bundel gaat over middenstanders en paupers die geconcentreerd in de joodse buurt in Amsterdam woonden, maar ook over gegoede Joodse families, of Joden die zich weten op te werken, zoals Adolf de Vries, een man ‘van uiterst simpele komaf’. Door hard werken en doorzettingsvermogen wist hij zich van magazijnbediende bij de Bijenkorf op te werken tot directeur van de Hema.

Tot slot zet de bundel je aan het denken over antisemitisme in Nederland. Bijvoorbeeld in de eerder genoemde bijdrage over de acteur Sylvain Poons. Waren de typerende rollen van ‘de Jood’ een vorm van antisemitisme? Wat betekende het dat Poons die rollen voor de oorlog zonder problemen kon spelen, maar na de oorlog niet meer? Maar ook in andere bijdragen kwamen antisemitische kenmerken naar voren. Een van de auteurs schreef over de winkel van zijn grootvader en vader, die in de volksmond ‘Jood de Wit’ werd genoemd. Weer een andere auteur schrijft over zijn grootvader die een herenmodezaak bezat ‘Het is een beetje raar om dat over jezelf te zeggen, maar ik was een rasverkoper. (…). Dat kwam vast door mijn snelle babbel. Ik had ook wat trucjes, dat moet wel als je wilt verkopen (…). Nu klinkt het alsof ik maar wat deed, maar dat was niet zo. Alleen soms, vanwege de verkoop, vertelde ik weleens een leugentje.’ Kun je dat nu wel schrijven? Refereer je daarmee niet aan de anti-joodse stypering van sjoemelaar of sjacheraar? Of zijn wij te gevoelig geworden?

Papieren monument

De bundel is een uitgave van Stichting Joodse Huizen, die zichzelf ten doel stelt om de geschiedenis van het joodse leven in Nederland, zoals dat voor de oorlog bestond, levend te houden. De boeken die door de Stichting gepubliceerd worden vormen als het ware een papieren monument. Joodse Huizen 4 is het vierde en meest recente deel in de reeks. Evenals in de andere boeken komen er verhalen uit verschillende steden aan bod, al vormen de ‘Amsterdamse huizen’ de meerderheid, niet verwonderlijk aangezien deze stad de meeste Joodse inwoners had. In overeenstemming met het doel van de stichting focussen de meeste verhalen zich voornamelijk op het vooroorlogse leven. En dat is belangrijk, ‘want de dood waar het in de verdomde oorlog altijd over gaat krijgt pas betekenis als je het leven ziet dat daardoor verloren ging.’

Door Marleen van den Berg.

Marleen van den Berg rondde recent  de research master Colonial and Global History aan de Universiteit Leiden af. Tijdens haar studie specialiseerde zij zich in de contemporaine geschiedenis van Nederland en Nederlands-Indië. Sinds april 2018 is zij als promovendus verbonden aan het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich op de Jodenvervolging in Rotterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog en het rechtsherstel na de oorlog.

About the author:

Leave a comment

Back to Top