Recensie: Gloria Wekker – Witte Onschuld

Recensie: Gloria Wekker – Witte Onschuld

Recensie: Gloria Wekker – Witte Onschuld

1 reactie op Recensie: Gloria Wekker – Witte Onschuld

Gloria WekkerWitte Onschuld. Paradoxen van kolonialisme en ras

Amsterdam University Press, Amsterdam, 2018 

ISBN: 9789462984776

€22,99

 

 

Er zijn de afgelopen jaren weinig boeken geweest die meer stof hebben doen opwaaien dan Gloria Wekkers kernachtige analyse van kolonialisme en ras in de Nederlandse samenleving. Het boek leidde – vaak ongelezen – tot heftige discussies en raakt aan een van de meest verhitte publieke debatten die de laatste jaren worden gevoerd. Hoe moeten ‘wij’ Nederlanders omgaan met ‘ons’ koloniale verleden?

Cultureel archief

Hoewel Witte Onschuld strikt genomen geen geschiedenisboek is, gaat het wel over historische cultuur en omgang met het verleden. Wekker observeert, in navolging van de Amerikaans historisch antropologe Ann Stoler, dat in Nederland, in tegenstelling tot andere ex-koloniale naties, de historische studie van het koloniale moederland gescheiden is gebleven van de studie van de koloniën zelf. Haar studie neemt ons in zes hoofdstukken mee langs een waaier aan paradoxen omtrent ras, seksualiteit en kolonialisme waarbij het (witte) Nederlandse zelfbeeld wordt geanalyseerd. Wekker doet dit vanuit een dekoloniaal[1] perspectief aan de hand van het door Edward Said bedachte concept van het culturele archief: een ‘niet onderkend reservoir van kennis en gevoelens gebaseerd op vierhonderd jaar imperiale overheersing’, een zogenaamd verborgen verleden.

Aan de hand van dit verleden leert de lezer over het ontstaan van een zwart ‘dubbel bewustzijn’. Zwarte mensen moeten zich constant afvragen hoe zij worden waargenomen in een witte wereld. In het tweede hoofdstuk komt de paradoxale houding die overheid en universiteit innemen tegenover ras en seksualiteit voorbij. Wekker laat aan de hand van de bestuurlijke indeling van vrouwen en minderheden als twee verschillende categorieën zien hoe ras wordt ontkend als betekenisvolle manier om over vrouwen te praten. Tegelijkertijd worden in beleidsdocumenten raciale kenmerken gebruikt om vrouwen in te delen als minder of meer geëmancipeerd, bijvoorbeeld in het concept beleidsplan omtrent etnische minderheden uit 1981. Deze dubbele ontkenning duikt ook weer op in het daaropvolgende hoofdstuk over de rol van ras in de Nederlandse psychotherapie uit het begin van de 20e eeuw en in het hoofdstuk over homoseksualiteit en postkolonialiteit, waarin Pim Fortuyn de hoofdrol speelt. Hoe verschillende assen van identiteit – ras, seksualiteit en gender – elkaar wederzijds beïnvloeden blijft gedurende het gehele boek een speerpunt van Wekker’s analyse.

Antiracistisch land?

Het meest exemplarisch is het hoofdstuk over Zwarte Piet. Wekker beschrijft daarin de spanning tussen Nederland als zelfbenoemd antiracistisch land en de agressie waarmee Zwarte Piet telkens weer wordt verdedigd. Het Nederlandse zelfbeeld, concludeert Wekker, is deels gevormd door een niet-onderkend reservoir van kennis en gevoelens gebaseerd op vierhonderd jaar Nederlandse imperiale heerschappij. Hierdoor ontstaat een paradoxale ontkenning van ras als betekenisgevend onderdeel van onze maatschappij en dat is bij de discussie omtrent Zwarte Piet heel goed zichtbaar. Als het immers echt om een onschuldig kinderfeest zou gaan, waarom komt er dan zoveel racistisch gemotiveerd verzet op gang, compleet met ‘ga terug naar je eigen land’ als leus, op het moment dat de figuur van Zwarte Piet ter discussie wordt gesteld?

Ongemak

In het later toegevoegde slothoofdstuk bespreekt Wekker de ontvangst van White Innocence, door haarzelf treffend ‘het grote ongemak’ genoemd. Ze benoemt in een hoofdstuk een paar kenmerkende reacties op haar boek waaruit duidelijk wordt waar de angel precies steekt: de opvatting dat er slechts één wereldbeeld bestaat, een wereldbeeld wat onherroepelijk wit is. Wekker constateert een ‘babylonische spraakverwarring’ omtrent haar wetenschapsfilosofische positie en in het verlengde daarvan een onbegrip voor het eerder genoemde dubbele bewustzijn van mensen van kleur. Er wordt volgens Wekker een ‘onhoudbare positivistische’ opvatting van wat wetenschap zou moeten zijn toegepast op Witte Onschuld, terwijl ze expliciet stelt dat een traditionele opvatting over objectiviteit nooit haar uitgangspunt was. Wekker wenst zichzelf niet als ‘god boven de materie’ te plaatsen, maar bij te dragen aan gepositioneerde kennis met het oog een completer en complexer beeld van de werkelijkheid te creëren. Een standpunt wat ook binnen de historische wetenschap niet misplaatst is. Net als de verwachting dat mensen van kleur op eenzelfde wijze in de wereld bewegen als witte mensen, is het oordeel dat Wekkers boek niet aan wetenschappelijke criteria zou voldoen omdat het geen traditionele objectiviteit nastreeft, een grote misvatting.

Hulpmiddel

Hoewel Witte Onschuld soms wat eclectisch overkomt door de verscheidenheid aan bronmateriaal, is het een meesterlijke aanzet tot interactie met het in Nederland verdrongen koloniale en raciale verleden. Wekker stelde onlangs in een interview dat de omgang met het complexe verleden een hobbel is waar Nederland overheen moet. Het boek biedt daarbij een eerste hulpmiddel aan diegenen die de geschiedenis niet als eenzijdige aanloop tot een onvermijdelijk gevormd heden wensen te zien, maar juist dat verleden onder ogen willen komen met als doel het heden én verleden beter te begrijpen. Historisch onderzoek naar kolonialisme en ras als betekenisvolle begrippen in de Nederlandse samenleving is daartoe van cruciaal belang.

[1] Volgens Wekker is een dekoloniaal perspectief een radicale benadering die ‘begint vanuit het besef van de band tussen moderniteit en kolonialiteit’

Door Larissa Schulte Nordholt

 

Larissa Schulte Nordholt is promovendus bij het Instituut voor Geschiedenis in Leiden. Haar onderzoek richt zich op de historiografie van UNESCO’s General History of Africa/l’Histoire Générale de l’Afrique. De vraag hoe historici die aan het project werkten zich mentale dekolonisatie voorstelden en hoe zij dat in praktijk brachten in een periode vlak na en tijdens politieke dekolonisatie, staat daarbij centraal.

 

 

 

 

About the author:

1 Comment

Back to Top