Recensie: The Grand Budapest Hotel

Recensie: The Grand Budapest Hotel

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: The Grand Budapest Hotel

The Grand Budapest Hotel: een oogstrelende quasi-historie van het vooroorlogse Europa

De films van Wes Anderson worden vaak vergeleken met kijkdozen. Het zijn kleine werelden die overlopen van detail; een beetje kitsch; ietwat surreëel, maar altijd bevolkt met unieke personages. Zijn nieuwste film The Grand Budapest Hotel is zijn meest ambitieuze kijkdoos tot nu toe: een pastiche van Midden-Europa tussen de twee Wereldoorlogen.

In de film volgen we Mister Gustave, die leiding geeft aan het personeel van het Grand Budapest Hotel in de nadagen van 1932. Gustave wordt overtuigend gespeeld door Ralph Fiennes als een strikte, waakzame conciërge die te koop loopt met zijn voorliefde voor poëzie uit de Romantiek en vrijgezelle bejaarde dames. Wanneer een van zijn liefjes overlijdt, en Gustave een flinke erfenis opstrijkt, haalt hij de woede van haar kinderen op zijn hals. Wanneer hij verdacht wordt van de moord op de weduwe ontstaat een kat-en-muis spel waarin Gustave samen met zijn trouwe lobbyjongen Zero, op zoek gaat naar bewijs voor zijn onschuld.

Dit alles speelt zich af in de fictieve republiek Zubrowka, een Alpenstaat die zowel Duits, Zwitsers, Oostenrijks als Pools aanvoelt. Anderson nestelt het verhaal van Gustave in meerdere narratieve lagen: het moordcomplot van Gustave in de jaren ’30 wordt ons verteld door een naamloze schrijver, gespeeld door Jude Law, die in de jaren ‘80 in het dan inmiddels vervallen Grand Budapest verblijft. Zijn boek, The Grand Budapest Hotel, is onze ingang in het verhaal. Anderson springt speels tussen de narratieve lagen en gebruikt verschillende beeldverhoudingen om de historische tijden mee te omlijsten: de jaren ‘80 zijn groots breedbeeld, daar waar de jaren ‘30 een klassieke 4:3 verhouding hanteren. Als anker dient het verhaal van Gustave en mede door het overtuigende acteerwerk van Fiennes werkt dit erg goed. De messcherpe dialogen van Gustave worden door hem met evenveel tempo als elan uitgespuwd. Regelmatig vervalt de keurige butler in het uitspuien van scheldwoorden tegenover zichzelf of zijn omstanders. Dit maakt de film, die inherent serieus bedoeld is, ook grappig en deze humor zorgt voor een adempauze in een verder propvolle film. Want naast de drie narratieve lagen geeft Anderson tevens een historische achtergrond bij zijn fictieve Alpenstaatje. Het kat-en-muis spel escaleert wanneer Zubrowka verwikkeld raakt in een bezetting door zijn buurland. Met als gevolg dat het prestigieuze Hotel veranderd in het hoofdkwartier van de SS-achtige ZigZag-divisie.

De film loopt over van dergelijke quasi-historie die verwijst naar de gebeurtenissen in het Europa van de jaren ’30. Anderson verwerkt deze geschiedenis constant in een fictieve laag. Echter, de opkomst van het Nazisme en de aanstormende Tweede Wereldoorlog worden door hem slechts geciteerd. Hij speelt met de verbeelding van deze gebeurtenissen door de beeldtaal zodanig te manipuleren dat deze in de surreële wereld van het Grand Budapest Hotel past, en tegelijkertijd herkenbaar blijft. De film zal hierdoor niet scoren bij de historische feiten-fetisjist maar zijn boodschap komt door deze quasi-historie des te overtuigender over. Anderson zet een oogstrelende pastiche van Duitse/Pools/Zwitserse beeldkenmerken neer, om ons vervolgens getuige te laten zijn van diens verval.

In de aftiteling maakt Anderson een verwijzing naar zijn inspiratie. De film is geïnspireerd op het boek ‘The World of Yesterday’ van Stefan Zweig, een Oostenrijks schrijver en pacifist. Zweig schreef dit werk tijdens een periode waarin hij op de vlucht was voor het opkomende Nazisme. Het werk handelt met name over de bloeiperiode van Wenen tussen de twee Wereldoorlog en over de opkomst van Hitler. Het leven van Zweig, met zijn vele omzwervingen door het Europa van de jaren ’30, komt terug in de film in het personage van het lobbyhulpje. Zero is net als Zweig zonder identiteitspapieren op de vlucht geraakt voor oorlogsgeweld. Eén scene roept het levensverhaal van Zweig expliciet op, wanneer Zero en Gustave een grenscontrole passeren aan de vooravond van de oorlog. Zero is niet in het bezit van identiteitspapieren en moet het van een eloquente tirade van Gustave hebben om hem te beschermen tegen de grenswachters.

Het verlangen naar een verloren verleden is het centrale thema van de film. De nobele Gustav, die door het oorlogsgeweld een door hem geliefde wereld ziet verdwijnen, is een verbeelding van Andersons eigen visie op het verleden. Zijn meest recente film ontgroeit daarmee de metafoor van de kijkdoos, Anderson maakt een overtuigende ode aan het oude Europa dat hij bevolkt met levendige personages. The Grand Budapest Hotel is daarmee zijn meest ambitieuze en volwassen film tot nu toe en wellicht tevens zijn beste.

Ruud Klomp Ruud Klomp (1988) studeerde in 2012 Cum Laude af aan de Radboud Universiteit Nijmegen in de richting Actuele Geschiedenis. Zijn expertise ligt op het gebied van herinneringsdiscourse in populaire cultuur, met nadrukkelijke interesse in Holocaustherinnering. Als financieel lucratieve hobby doceert hij Geschiedenis, Filosofie en Maatschappijleer aan welwillende jeugd. Enige vrije tijd vergooit hij aan het schrijven over populaire cultuur, muziek maken (bluesrockgitaar), Superheldenfilms en Twitter (@RuudKlomp).

About the author:

Back to Top