Recensie: Huygens Instituut – Wereldgeschiedenis van Nederland

Recensie: Huygens Instituut – Wereldgeschiedenis van Nederland

Recensie: Huygens Instituut – Wereldgeschiedenis van Nederland

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Huygens Instituut – Wereldgeschiedenis van Nederland

Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis (o.a. Marjolein ’t Hart, Karel David, Leo Lucassen), Wereldgeschiedenis van Nederland.
Ambo Anthos Uitgevers, augustus 2018.
ISBN: 9789026343995
€39,99

 

 

De Wereldgeschiedenis van Nederland staat bol van de mooie verhalen over Nederlanders in de buitenwereld en van de buitenwereld in Nederland. Maar is het daarmee ook een ‘internationale’ geschiedenis van de lage landen bij de zee?  

Het door Huygens ING uitgegeven boek is een navolging van de Histoire mondiale de la France, dat vorig jaar verscheen en in Frankrijk nogal wat stof deed opwaaien. Het voor een breed publiek relativeren van de uniciteit van de Franse nationale geschiedenis door te wijzen op de verwikkelingen met andere landen, regio’s en werelden, bleek voor sommigen nog een stap te ver, of zelfs uiterst verdacht. 

Hoewel zo’n discussie hier tot nu toe is uitgebleven, is de missie van het Nederlandse boek hetzelfde: het presenteren van allerlei ‘overeenkomsten en raakpunten’ in de Nederlandse geschiedenis met die van andere landen. Volgens de redactie is bij professionele historici zo’n ‘internationale wending’ ondertussen wel ingedaald, maar heeft het grote publiek daar nog niet zoveel van meegekregen. Zo zou in geschiedenisonderwijs nog grotendeels de nationale geschiedenis het referentiekader zijn, en pleiten politici voor een sterker historisch bewustzijn in debatten over ‘nationale identiteit’. 

Johan Herman Isings, schoolplaat over ‘De Noormannen bij Dorestad’, een van de gebeurtenissen behandeld in het boek. Afbeelding: Utrechtse Canon

Encyclopedie van ‘Nederland en de wereld’

Net als de Histoire mondiale is de Wereldgeschiedenis het resultaat van een gemeenschappelijke inspanning. Meer dan honderd auteurs leverden elk een hoofdstukje over gebeurtenissen die de manieren laten zien ‘waarop de Nederlandse geschiedenis beïnvloed is vanuit het buitenland en Nederlandse ontwikkelingen verwikkeld zijn met internationale’ (p. 13). Deze bijdragen zijn zeer divers en, knap genoeg, bijna gelijk verdeeld over de gebruikte tijdvakken. Sommige gaan over bewegingen van buiten naar binnen, bijvoorbeeld de Vikingoverval van Dorestad in 834. Andere over die van binnen naar buiten, zoals Anthony Fokker die in 1927 naar de VS uitbreidt. Er zijn een-tweetjes tussen Nederland en een ander land, waaronder Willem III’s Glorious Revolution, en complexe internationale ontwikkelingen als het ontstaan van het moderne Nederland als spil in een Europees veiligheidssysteem na Napoleons val. En zo gaat het meer dan honderd korte, leesbare hoofdstukjes door; het eerste gedateerd 70.000 voor Christus, het laatste 2017. 

Die grote diversiteit is aan de ene kant heel aantrekkelijk en illustreert dat talloze en uiteenlopende gebeurtenissen in de Nederlandse geschiedenis grotere, internationale dimensies hadden. Het boek leest daarmee als een soort encyclopedie van ‘Nederland en de wereld’ waarin je van interessante casus naar interessante casus bladert. Aan de andere kant maakt de diversiteit ook dat het na afloop niet makkelijk is je vinger te leggen op hoe internationaal Nederland nu eigenlijk was. Kwam het grote boze buitenland bijvoorbeeld vaker het nietige Nederland binnen, of wisten die eigenwijze proto-Nederlanders juist veel hun stempel te drukken op buitenlandse ontwikkelingen? En historici kunnen al deze internationaliteit nu waarnemen, maar in hoeverre waren historische actoren zich er indertijd ook zelf van bewust? Een afsluitend essay met een mooie, diepgaande synthese om de balans op te maken was welkom geweest – het Museumkaart-bezittend, Geert Mak-lezend publiek waarvan de redactie lijkt te hinten dat het een belangrijke doelgroep is (‘veel Nederlanders hebben hun geschiedenislessen op school alweer een tijdje geleden genoten’, p. 14) had dat vast wel aangekund.  

Frits van Bemmel, schoolplaat over een treinstation in Nederlands-Indië. Afbeelding: Nationaal Museum voor Wereldculturen.

Nuance in geschiedenis

Bovendien kun je je afvragen of je met een boek als dit echt ‘primitief historisch nationalisme’ aan de kaak stelt, zoals de redactie zich ten doel stelt. Het uitlichten van internationale verhalen ondermijnt het idee van een exceptionele Nederlandse natie nog niet. Zelfs de meest verstokte nationalist ziet de Nederlandse geschiedenis niet als een hermetisch afgesloten verhaal. Sterker nog, juist degenen die het hardst roepen om het beschermen van een Nederlandse identiteit en cultuur hebben tegelijkertijd de mond vol van uiterst transnationale begrippen als ‘Westerse beschaving’ of ‘Europese cultuur’. Dat illustreert dat internationalisme op zich niet per definitie kosmopolitisch, soft en liberaal is. En een boek dat nog steeds Nederland als referentiekader neemt en door Nederlandse auteurs is geschreven, laat het internationale perspectief maar beperkt zien. Zouden de meest verrassende inzichten niet zijn gekomen van buitenlandse historici, bijvoorbeeld Surinaamse, Braziliaanse, Britse of Indonesische?   

Natuurlijk speelt mee dat het boek een publieksboek is, dat de redactie afhankelijk was van de thema’s waar de deelnemende auteurs mee kwamen, en dat ze ervoor heeft gekozen het boek in opzet en format zeer dicht bij het Franse voorbeeld te houden. Ondanks de niet helemaal waargemaakte ambities blijft het dan ook een interessante publicatie waarin ook de doorgewinterde vakhistoricus nog nieuwe dingen leest. Het is overigens een leuke sport om tijdens het lezen te raden van welke bekende naam een bijdrage is. Van wie zou die hierboven genoemde bijdrage over het Europese veiligheidssysteem na 1815 bijvoorbeeld zijn? Aan de andere kant laten juist ook allerlei minder bekende en jongere historici met hun bijdragen zien prima mee te kunnen met de grote namen – wat we hier bij Jonge Historici natuurlijk alleen maar kunnen onderschrijven, maar alsnog erg sympathiek is.   

Hoewel verbreden niet altijd relativeren is, zal het boek voor veel mensen toch hun beeld van de ‘vaderlandsche’ geschiedenis nuanceren. De geschiedenis van wat nu Nederland heet blijkt al vanaf het eerste moment dat zich hier mensen vestigden niet op zichzelf te staan. Hoewel het boek de door zichzelf gestelde missie niet helemaal waarmaakt, maakt dat het uiteindelijk toch een publicatie die het waard is te lezen. 

 Door Miel Groten.
Miel Groten (1992) is historicus en architectuurhistoricus. Hij promoveert aan de Vrije Universiteit Amsterdam en onderzoekt in zijn project plaatsen van imperialisme, gebouwen met koloniale connecties die bijdroegen aan het ontstaan van een imperiale cultuur in Europa.

About the author:

Back to Top