Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2017 – Jacobs Vlucht

Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2017 – Jacobs Vlucht

Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2017 – Jacobs Vlucht

Reacties uitgeschakeld voor Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2017 – Jacobs Vlucht

Het is het risico van het vak: verliefd worden op een dood persoon. Een gezonde obsessie ontwikkelen voor een figuur uit het verleden kan de beste historicus overkomen. Zelf heb ik al jaren een milde crush op de brutale socialist en uitgever Louis M. Hermans (1861-1943). Ik kijk naar die hoed en die snor, lees de grapjes die hij maakte in zijn satirische tijdschrift en denk: dit was vast boyfriend material.  

Fantaseren over Tinderdates met je favoriete, historische persoon is één ding, de volgende stap is om het doelwit van je eenzijdige affectie te bombarderen tot het hoofdpersonage van je onderzoek voor een boek. De overtreffende trap van dit, volgens mij best vaak voorkomende, fenomeen is een obsessie ontwikkelen voor een bepaald setje genen. De Amerikaanse historicus Craig Harline slaagde daarin: hij viel voor een hele stamboom, voor de Nederlandse familie Rolandus.  

Maar liefst vier generaties mannen, die allemaal leefden tussen 1560 en 1684, staan centraal in het boek Jacobs Vlucht, dat is genomineerd voor de Libris Geschiedenisprijs 2017 en door een zeer geslaagde marketingcampagne van uitgeverij Vantilt inmiddels toe is aan de derde druk. Harline laat ons kennismaken met achtereenvolgens de vader van Jacob Rolandus, Jacob (de Oude) zelf, en diens zoon Timotheüs en kleinzoon Jacob (de Jonge). Jacobs Vlucht is een uitvoerige, driedubbele levensbeschrijving; Jacob en zijn nazaten worden van wieg tot graf gevolgd, voor zover de beschikbare bronnen dat toelaten. Twee thema’s staan centraal in het boek: de (dis)continuïteit van het gereformeerde geloof in de elkaar opvolgende generaties, en de vader-zoon-relaties.

B-ster uit de Reformatie
De Oude Jacob, die bekend stond om zijn talenknobbel, was een van de drie vertalers die tijdens de Synode van Dordrecht werden aangewezen om een vertaling te maken van het Nieuwe Testament, uit het Grieks en Hebreeuws. Hoewel hij het verschijnen van het eindresultaat in 1637 zelf niet meemaakte, is Rolandus hierdoor de geschiedenis ingegaan als vertaler van de Statenbijbel – de eerste ‘officiële’, want gefinancierd door de Staten Generaal, vertaling van de Bijbel naar het Nederlands. Hij was misschien niet zo prominent als Luther of Arminius, toch kan Rolandus met recht een b-ster uit de Reformatie genoemd worden.

Dat Jacobs Vlucht de shortlist van de Libris Geschiedenisprijs heeft gehaald, is, zonder daarmee een waardeoordeel te vellen over de andere genomineerden, terecht. Harline is er op knappe wijze in geslaagd om een grondig geschiedwetenschappelijke onderzoek aan de hand van vrij droge bronnen op te schrijven op een manier zodat het voor een breed publiek toegankelijk is. Dat komt door zijn oog voor het menselijke aspect in de vier Rolandussen. De levens zijn op psychologiserende wijze beschreven, en de auteur weet zowel alledaagse beslommeringen als grotere, morele dilemma’s van de hoofdpersonen zo te beschrijven dat de hedendaagse lezer zich kan identificeren met de Rolandussen. Wie kan zich niks voorstellen bij het euvel van een chronisch geldgebrek in een huys houdinge met zo’n tien jonge kinderen, ondanks een ruim predikanteninkomen? En welke puber heeft er niet, zoals de Jonge Jacob, ‘zowel een groot ontzag als tegelijkertijd een enorme verwijdering’ gevoeld voor zijn vader? De ontsnapping uit de titel van het boek, die van de Jonge Jacob, is, door energiek beschreven achtervolgingen te paard en kar en vechtpartijen, simpelweg spannend.

Thick description gone bad
Andere recensies van het boek maken een vergelijking met een historische roman, maar die stelling gaat wat te ver; daarvoor verliest Jacobs Vlucht zich te vaak in details. Over de Oude Jacob, die een fanatiek leven als papenjager leidde, heeft Harline aardig wat documenten kunnen opsnorren maar over zoon Timotheüs en kleinzoon Jonge Jacob zijn er heel wat minder beschikbare bronnen, helemaal omdat Jonge Jacob uiteindelijk op een eiland voor de Braziliaanse kust aan zijn einde kwam. In het nawoord komt Harline daar weliswaar eerlijk voor uit, maar dan is het kwaad al geschied. Zijn worsteling om zich te verhouden tot zijn bronnen zorgen in het boek voor een aantal eindeloze scenes.

In de zee aan informatie over de Dortse Synode, vanwege zijn haat voor alles wat niet gereformeerd was het hoogtepunt uit het leven van Oude Jacob, zorgt voor een hoofdstuk waarin de namen van de vele aanwezigen over elkaar struikelen en het tempo verzandt in samenvattingen van moeilijke en droge debatten. In een tegenovergesteld geval weet Harline een heel hoofdstuk te schrijven op basis van slechts een paar korte aantekeningen uit de notulen van een classisvergadering. In dit hoofdstuk blijft het voor de auteur gissen waarom de Oude Jacob ergens begin 17e eeuw vertrok uit Amsterdam. Daarom geeft hij meerdere, allemaal hypothetische maar desondanks zeer gedetailleerde verklaringen voor dat vertrek, telkens terugkerend naar die notulen. De vele vraagtekens die hij daarbij oproept, in plaats van een kordate aanname te doen, bevorderen de leesbaarheid niet. Dat opsommen van vele vragen en onzekerheden komt terug in het hele boek en is op het eerste oog een slimme stilistische truc die veelvuldig voorkomt in het boek. Omdat de auteur zich er vooral ook mee lijkt in te dekken, begint het na een pagina of 150 echter enigszins op de zenuwen te werken.

Dit alles neemt, en dat is niet zo gek, niet weg dat Jacobs Vlucht hoogst informatief is, en vanwege het inkijkje in de beslommeringen van vier Gouden Eeuwers een mooie poging om een breed publiek zich in te laten leven in het dagelijkse leven ten tijde van de Reformatie. Een gewaarschuwd historicus telt tenslotte wel voor twee: de Oude Jacob is vanwege zijn ellenlange theologische redevoeringen en intolerantie ten opzichte van andersdenkenden niet geschikt voor denkbeeldige Tinderdates.

Door Simone Vermeeren

 

Simone Vermeeren (1991) is de Klaas Dijkhoff van stichting Jonge Historici: ze was achtereenvolgens actief als schrijver, eindredacteur, hoofdredacteur website, secretaris en is sinds kort voorzitter van de club. Ze studeerde geschiedenis in Nijmegen en Amsterdam, en vervolgde haar studie met een tweede master Europese studies in Leuven, België. Momenteel werkt zij bij het cultuurfilosofische Nexus Instituut, als redacteur van het tijdschrift Nexus. 

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top