Recensie: Jan J.B. Kuipers – De VOC. Een multinational onder zeil 1602-1799

Recensie: Jan J.B. Kuipers – De VOC. Een multinational onder zeil 1602-1799

Recensie: Jan J.B. Kuipers – De VOC. Een multinational onder zeil 1602-1799

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Jan J.B. Kuipers – De VOC. Een multinational onder zeil 1602-1799

“De discussie over enerzijds de merites en anderzijds de donkere vlekken van ons VOC-verleden zal nog wel enige tijd aanhouden, zoals over elk historisch onderwerp van belang. Je kunt de VOC ook, anders door een morele bril die vooral iets zegt over onze eigen tijd, bezien op een meer esthetische manier: als een groot en afgerond verhaal uit ons gezamenlijk verleden. […] De droom van het Oosten en zijn schatten zorgde voor uitbuiting, bedrog en onnoembaar leed, maar had wegens zijn karakter van verlangen naar ‘het andere’ toch ook een dimensie van geestelijke en misschien zelfs spirituele aard.” (p.17)

Deze laatste alinea uit de inleiding zegt veel over het boek De VOC. Een multinational onder zeil 1602-1799. Schrijver Jan J. B. Kuipers staat op de omslag beschreven als schrijver van tientallen boeken en winnaar van verschillende prijzen. Deze vage bewoordingen zaten mij dwars en ik ben op zoek gegaan naar een wat uitgebreidere biografie en – met name – zijn opleiding. Ik vond uiteindelijk op zijn LinkedIn pagina onder ‘opleiding’ het zinnetje: “HBS, Nutsacademie, Stichting GO, Open Universiteit”. Dat hielp me niet veel verder, maar in ieder geval leek het de bevestiging van mijn vermoeden dat Kuipers geen geschiedenis heeft gestudeerd. “Is dat dan erg?” zul je je misschien vragen. Nee, dat hoeft het mijns inziens niet te zijn. In dit geval zou het echter enkele van de zwakke kanten van het boek kunnen verklaren.

Om maar te beginnen met de zwakste: het bovenstaande citaat geeft aan dat Kuipers zich niet wil verliezen in de discussie over de moraliteit achter de VOC en haar daden, maar ‘het’ verhaal van de VOC wil presenteren uit “ons gezamenlijk verleden”. Nu ligt dat “gezamenlijk verleden” al vrij gevoelig bij een historicus uit de zuidelijke provincies, aangezien een groot deel van de geschiedenis van Holland in het geheel niet representatief is voor de ervaringen in andere gewesten en, later, provincies. Voor de Gouden Eeuw geldt dit in het bijzonder. Laat ik dat voor wat het is, dan struikel ik toch ook meteen over het “groot en afgerond verhaal”.  De morele kanten vermijden en tegelijk een afgerond verhaal bieden, lijkt mij onmogelijk. Ook donkere bladzijden, hiaten en diversiteit zijn ten slotte inherent aan geschiedenis. Dergelijke ‘Grote Verhalen’, waarin negatieve kanten worden genegeerd en tunnelvisie ontstaat, zijn niets voor niets sinds de jaren 80 grotendeels uitgerangeerd binnen het academisch historisch werkveld (zie met name de klassieker Imagined Communities van Benedict Anderson uit 1983). Een terugkeer lijkt mij zeer onwenselijk.

 

Het boek bestaat uit elf hoofdstukken, die afwisselend thematisch en chronologisch ingedeeld zijn, wat zeer prettig is. Zo verlies je als lezer de periodisering niet uit het oog, door hoofdstukken met jaartallen en bijbehorende titels als ‘expansie’, ‘bloei’ en ‘langzame neergang’, terwijl tegelijk ieder thema diepgravend aan bod kan komen zonder versnipperd te raken over het gehele boek. Een aantal teksten worden als soortement inzet genoemd in de inhoudsopgave, maar komen door het boek heen ook in kleine blokjes voor. Dit geeft het boek iets luchtigs, waar ook de vele afbeeldingen mee voor zorgen. Bij de keuze voor afbeeldingen had men wel selectiever mogen zijn. Te vaak fungeren ze slechts als bladvulling, zoals de afbeelding van een Chinese admiraal bij de inhoudsopgave of afbeeldingen die bijna een hele pagina innemen zonder duidelijk doel. De vormgeving is wel zeer aantrekkelijk en door de afbeeldingen en informatieblokken ook afwisselend. Aan de leek die geïnteresseerd is in de VOC, zou ik het boek dus aanraden. Het verhaal wordt duidelijk gepresenteerd en er komen leuke anekdotes aan bod, al is de schrijfstijl tussendoor soms wat droog. Historici zullen het boek minder waarderen, vooral door de nadruk op het grote verhaal van ‘opkomst en ondergang van de VOC’ dat wordt gepresenteerd zonder veel kritische zijwegen. Ben je overigens docent, zoals ikzelf, dan biedt het verhaal wel vele citaten en anekdotes om je lessen mee op te frissen.

In dit boek blijkt de in de inleiding uiteengezette houding op meerdere momenten, maar mij viel het vooral op bij de twee pagina’s over J. P. Coen (p.76-77). Het kopje lijkt obligaat negatief door de toevoeging ‘aan zijn naam kleeft bloed’, stammend van een citaat uit 1886 (zie J. A. Van der Chijs, De vestiging van het Nederlandsche gezag over de Banda Eilanden, 1886). In de eerste alinea worden weliswaar enkele negatieve meningen belicht, uit de rest van deze biografie toont toch meer bewondering voor een daadkrachtig man. Meermaals in het boek blijkt dezelfde tegenzin bij het belichten van negatieve kanten van de VOC, alsof het een conformering is aan verwachtingen en de schrijver het zelf liever achterwege had gelaten.

Kortom, wil je het verhaal van de VOC leren kennen op een laagdrempelige manier? Koop dan vooral dit boek. Ben je echter op zoek naar een wetenschappelijke publicatie, dan zou ik het in de kast laten staan.

Jan J.B. Kuipers, De VOC. Een multinational onder zeil 1602-1799 (WalburgPers, tweede druk, april 2016),  29,95.

Door Godelieve Boselie

godelieve-boselieGodelieve Boselie rondde twee masters af aan de Radboud Universiteit: in 2014 de Master Present(ed) History en in 2015 de Educatieve Master Geschiedenis en Staatsinrichting. Ze werkt als historisch consulente voor het Limburgs Geschied- en Oudheidkundig Genootschap in Maastricht en als docente Geschiedenis op het Stedelijk Gymnasium Arnhem.

About the author:

Back to Top