Recensie: Jörn Leonhard – Der überforderte Frieden

Recensie: Jörn Leonhard – Der überforderte Frieden

Recensie: Jörn Leonhard – Der überforderte Frieden

Geen reacties op Recensie: Jörn Leonhard – Der überforderte Frieden

Jörn Leonhard, Der überforderte Frieden. Versailles und die Welt 1918-1923.
C.H. Beck, München, 2018.
ISBN: 9783406725067
€44,95

 

 

 

Afgelopen november herdacht de wereld dat honderd jaar eerder de Eerste Wereldoorlog eindigde. Maar het staakt-het-vuren betekende niet dat het tijdperk van massageweld voorbij was. Burgeroorlogen, klassenstrijd en nationale grenstwisten zorgden minstens vijf jaar lang voor grote onrust in delen van Europa.

De lange weg naar de vrede

De Duitse historicus Jörn Leonhard schrijft in zijn omvangrijke boek Der überforderte Frieden dat oorlogen drie keer gevoerd worden. Eerst van het openingssalvo tot het laatste schot. Dan van de wapenstilstand tot het vredesverdrag en tot slot als de samenleving de oorlogsgruwelen een plek moet geven. Leonhard behandelt al deze aspecten uitvoerig in zijn beschrijving van de lange weg naar vrede.

De Eerste Wereldoorlog was volgens Leonhard een oorlog zonder duidelijke oorlogsdoelen, wat tijdens de oorlog compromissen onmogelijk maakte en na oorlog de vredesonderhandelingen in Versailles bemoeilijkte. Daarnaast had de oorlog een hoge tol in de vorm van miljoenen dode soldaten geëist. Om dit offer te rechtvaardigen moesten compensaties in de vorm van herstelbetalingen en territoriale winst volgen.

Zelfbeschikkingsrecht

Het belangrijkste concept in de visie op de naoorlogse wereldordening was zelfbeschikking, dat vooral met de veertien punten van de Amerikaanse president Woodrow Wilson samenhangt, maar in een andere vorm ook een speerpunt van Vladimir Lenin en de bolsjewieken was.

Wilsons idee van zelfbeschikking had volgens Leonhard twee betekenissen. Het ging zowel om het recht van volkeren om zich nationaal of etnisch te verenigen als om dit op basis van democratische principes te doen. De tijd van de keizerrijken Rusland, Oostenrijk-Hongarije en Duitsland was voorbij. In plaats daarvan kwamen er nieuwe staten zoals Polen, Tsjecho-Slowakije en het Koninkrijk Joegoslavië, toen nog Koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen geheten.

De idealen van Wilson kenden een schaduwzijde: grenzen laten zich niet makkelijk op etnische gronden trekken. Weliswaar kregen 60 miljoen mensen een eigen nationale staat, maar ook kwamen er 25 miljoen minderheden bij in Europa. Verliezer Hongarije verloor twee derde van zijn grondgebied aan zijn buurlanden, waardoor er van de tien miljoen inwoners drie miljoen opeens in het buitenland woonden.

Een echte wereldoorlog

Niet alleen in Europa had de oorlog grote gevolgen. Leonhard schetst uitvoerig dat de Eerste Wereldoorlog niet slechts een Europese oorlog was. Zo laat hij de opkomst van Japan als wereldmacht zien, dat zich in 1914 bij de Entente aansloot en zijn invloed in Azië vergrootte door Duitse kolonies te veroveren. Na de Conferentie van Versailles kreeg het de Chinese provincie Shandong toegewezen, wat door veel Chinezen als verraad door het westen werd gezien.

In Afrika werden de grenzen van het zelfbeschikkingsidee pijnlijk zichtbaar: het was namelijk niet voor de zwarte bevolking bedacht – zoals het dat ook niet was in de Verenigde Staten zelf. Zo moesten de Duitsers hun koloniale gebieden in Oost-Afrika opgeven – onder meer vanwege hun ‘agressieve’ heerschappij, hoewel de Britten en Fransen niet anders regeerden in hun koloniën. Ook kregen de Duitsers een maand de tijd om hun troepen uit Oost-Afrika terug te trekken in plaats van meteen te moeten capituleren. Zo voorkwamen de geallieerden een machtsvacuüm waarin lokale machten zouden springen en bespaarden ze de Duitsers een vernedering bij hun aftocht om zo de schijn van witte superioriteit op te kunnen houden.

Winnaars en verliezers

H.G. Wells schreef in 1914 bij het uitbreken van de oorlog vol goede moed over ‘the war that will end war’. Vijf jaar later tekenden commentatoren op dat met het Verdrag van Versailles nu ‘the peace that will end peace’ getekend was. Leonhard nuanceert dit idee. Weliswaar was de Vrede onvolmaakt en werden veel kwesties niet opgelost, maar slechts op de lange baan geschoven, toch gaat het hem te ver om van een ‘interbellum’ te spreken. De oorlog van 1939 volgde niet automatisch op de überforderte vrede van 1918. Het tegendeel suggereren ontneemt volgens Leonhard de historische actoren hun verantwoordelijkheid en handelingsruimte en het verleden haar openheid. Het had ook anders kunnen lopen.

Een ander vaak aangehaald idee waar Leonhard zich tegen keert is George Mosse’s ‘brutaliseringsthese’. Volgens Mosse leidde de oorlog tot een ‘brutalisering’ van de samenleving en was dit de bron van het extreme geweld van de Tweede Wereldoorlog. En hoewel iemand als Mussolini hoog opgaf van de trincerocrazia, de ‘aristocratie van de loopgraaf’, en ook Hitler veelvuldig naar zijn soldatentijd verwees, is dit geen afdoende verklaring. Want waarom vervielen Engeland en Frankrijk dan niet in barbarij? Zij hadden evengoed een gruwelijke oorlog gevoerd en ontberingen gekend.

Leonhard ziet meer in de verklaring die ook in The Vanquished van Robert Gerwarth naar voren komt. Niet de oorlogservaring, maar hoe die oorlog eindigde is de sleutel. In de landen die verslagen waren, of waar dat gevoel overheerste, zoals in Italië waar van een vittoria mutilata gesproken werd, kreeg extremisme voet aan de grond.

Duitsland kreeg te maken met een vernederend vredesverdrag enkel omdat het de oorlog had verloren – in de ogen van de Duitsers waren ze niet begonnen, maar hadden ze zich verdedigd tegen oorlogszuchtige buurlanden. Dit was een voedingsbodem voor ressentiment en revanchisme. Daarbij kwam nog de dolkstookmythe, de complottheorie dat het Duitse leger niet verslagen was op het slagveld, maar verraden was door sociaaldemocratische en Joodse politici, die de voor de geallieerden gecapituleerd hadden.

Een tweede factor was het schrikbeeld van de Russische Revolutie en de communistische opstanden en kortstondige regimes in Europa. De angst voor het rode gevaar was één van de redenen dat de heersende klasse geneigd was rechtsextremisten te steunen in hun strijd tegen het bolsjewisme, dat onterecht vaak werd aangezien voor een Joods fenomeen, met alle gevolgen van dien.

Besluit

In Der überforderte Frieden beschrijft Leonhard op overtuigende wijze de herordening van de wereld na de Eerste Wereldoorlog. Hij heeft veel oog voor het transnationale karakter van veel ontwikkelingen, wat het boek meer maakt dan een optelsom van nationale geschiedenissen. Uiteraard spelen politiek en diplomatiek een hoofdrol, maar Leonhard besteedt ook veel aandacht aan economische en sociale ontwikkelingen. Daarnaast is het boek doorspekt met interessante citaten en levensbeschrijvingen van vele ooggetuigen, variërend van Franz Kafka tot Josip Broz Tito en van Sergej Prokofjev tot Lawrence of Arabia.

Een pluspunt zijn ook de momenten waarop Leonhard verbanden met het heden en recente verleden legt, al had dit iets verder uitgediept kunnen worden. Het Oekraïneconflict, de problemen in het Midden-Oosten en het uiteenvallen van Joegoslavië in de jaren negentig is allemaal minstens ten dele terug te voeren op de naoorlogse herordening van de wereld.

Het is Leonhard gelukt om de complexiteit van de eerste naoorlogse jaren overzichtelijk te maken in een boek dat qua reikwijdte en gedetailleerdheid voorlopig onovertroffen zal blijven. Het is daarnaast een welkome aanvulling op de herdenkingsevenementen in de zin dat het toont vrede niet vanzelf komt – en blijft.

Door Koen Smilde.
Koen Smilde (1985) studeerde geschiedenis in Rotterdam, Wenen en Amsterdam. Momenteel legt hij de laatste hand aan zijn researchmasterscriptie. Zijn interesse gaat onder meer uit naar de twee totalitaire ideologieën van de twintigste eeuw en de omgang met hun erfenis.

 

 

About the author:

Back to Top