Recensie: Marjet Brolsma – Het humanitaire moment

Recensie: Marjet Brolsma – Het humanitaire moment

Recensie: Marjet Brolsma – Het humanitaire moment

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Marjet Brolsma – Het humanitaire moment

Kan de wereld ten goede veranderd worden, simpelweg omdat mensen goed denken? De intellectuelen die Marjet Brolsma beschrijft in haar boek Het humanitaire moment dachten van wel.  In Europa was in de loop van de eeuw een verkeerde manier van denken de norm geworden.  Indien deze vervangen zou worden door het juiste gedachtegoed, zouden alle problemen vanzelf verdwijnen.

Dit boek heeft  raakvlakken met het boek Oorlogsenthousiasme (2015) van Ewoud Kieft.  In beide boeken gaat het om intellectuelen – schrijvers, filosofen, publicisten, wetenschappers – die meenden dat de Europese beschaving eind negentiende, begin twintigste eeuw in een geestelijke crisis was beland. Kieft beschreef Europese denkers tot aan de Eerste Wereldoorlog, Brolsma richt zich op Nederlandse denkers en hun reacties op dat conflict. Het grote verschil zit hem in de waardering: bij  Kieft ging het om mensen dachten dat oorlog louterend kon zijn. Brolsma daarentegen besteedt aandacht aan pacifisten die de oorlog juist als een uiting van geestelijke nood zagen.

Idealisme boven materialisme
Sommige filosofen vinden dat samenlevingen gevormd worden door ideeën (idealisten), andere denken juist dat de (materieel) bestaande samenlevingen de ideeën bepalen (materialisten).  De Nederlandse publicisten die Brolsma beschrijft waren uitgesproken idealisten.

Tussen 1914 en 1930 betoogden deze denkers – onder andere Frederik van Eeden, Willem Banning, Just Havelaar, Clara Wichmann, Dirk Coster en Kees Meijer –  dat Europa in de negentiende eeuw in de ban was geraakt van het materialisme. Kapitalisme, nationalisme, militarisme, maatschappelijke ongelijkheid – dit waren allemaal symptomen van een eenzijdige gerichtheid op materieel eigenbelang. Wanneer de mensen zich echter op geestelijke waarden zouden richtten, zouden ze oog krijgen voor wat werkelijk belangrijk was: het besef dat alle mensen met elkaar verbonden waren en naar elkaar om moesten zien.

Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog was voor hen zowel een bewijs van de ernst van de crisis als aanleiding om met hun ideeën naar buiten te treden.  Nu zou het ‘humanitaire moment’ aangebroken zijn, het omslagpunt waarop de mensheid zich weer op het geestelijke en de vrede zou gaan richten.

Erg veel effect had het niet. De vertegenwoordigers van deze opvattingen waren overwegend elitair. Hun uitgesproken belangstelling voor literatuur en filosofie ging voorbij aan het dagelijks leven. De reikwijdte bleef veelal beperkt tot kleine kringetjes van gelijkgestemden.

Opbouw van het boek
De vijf hoofdstukken van het boek hebben ieder een eigen deelonderwerp en zouden ook afzonderlijk gelezen kunnen worden. Ze gaan respectievelijk over de religieuze humanisten, de religieuze socialisten, de populariteit van de levensfilosofie en de filosofie van Hegel, de voorliefde voor Rusland en de vraag hoe het komt dat zoveel intellectuelen in 1914 zich niet tegen, maar vóór de oorlog uitspraken.

Bijzonder aan het boek is dat het in kaart brengt hoe deze humanitaire idealisten ogenschijnlijke tegenstrijdigheden met elkaar wisten te verzoenen.  Zo ging hun politieke voorkeur uit naar het socialisme – een stroming die voortgekomen is uit de opvattingen van de uitgesproken materialistische filosoof Karl Marx (‘onderbouw en bovenbouw’).  Zowel socialisten als idealisten beschouwden het kapitalisme als verderfelijk. De idealistische intellectuelen zagen Marx als iemand die de problemen juist geconstateerd had, maar kozen voor een andere manier om ze op te lossen.

Helaas hadden de humanitaire idealisten niet overal een oplossing voor. Zo bleek de communistische machtsgreep in Rusland een herhaling van 1914. Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog bleken veel schrijvers liever de nationale eer te verdedigen dan vast te houden aan kosmopolitisch pacifisme. In de jaren twintig werd nationalisme als intellectuele splijtzwam vervangen door het communisme. Was het geweld van de Russische revolutionairen geoorloofd omdat het de heilstaat dichterbij bracht of moest geweld altijd afgezworen worden?

Is er wel wat veranderd?
Soms leest het boek lastig. Het lijkt te veronderstellen dat lezers een zekere voorkennis hebben omtrent filosofie en literatuur – beroepsrisico bij cultuurhistorici? Brolsma somt regelmatig namen en groeperingen op, een volledigheid die het verhaal soms ontoegankelijk maakt. De passages waarin ze nadrukkelijk inzoomt op een afzonderlijke persoon lazen makkelijker weg, omdat dan sprake is van een ‘hoofdpersoon’.

Toch is het boek het lezen waard, vooral omdat het toont dat sommige verschijnselen die wij met latere perioden associëren toen al plaatsvonden. Bij jongeren die oudere generaties verwijten dat ze oorlog ontketend hebben denken wij doorgaans aan de protestgeneratie van de jaren zestig – iets soortgelijks speelde echter al in de jaren twintig. De tweeslachtigheid omtrent Rusland is weer actueel. Honderd jaar geleden oordeelden West-Europese opiniemakers verschillend over het Russische regime en dat is nu niet anders. Nog steeds wordt gesympathiseerd met een omstreden Russisch regime – alleen dit keer niet door linkse intellectuelen.

Het boek is misschien pijnlijk voor mensen die geloven dat kennis van literatuur en filosofie een geestelijke elite creëert die als ‘adel van de geest’  de rest van de samenleving tot lichtend voorbeeld kan dienen. Honderd jaar terug bleken degenen die zichzelf zo bestempelden namelijk enkel boeken-  en niet wereldwijs.

Marjet Brolsma, ‘Het humanitaire moment’. Nederlandse intellectuelen, de Eerste Wereldoorlog en het verlangen naar een regeneratie van de Europese cultuur (1914-1930), Verloren (Hilversum, 2016), 418 p., 39,-.

Door Pieter de Jonge

Pieter de Jonge begon met geschiedenis aan de VU, haakte door omstandigheden af, maar voltooide het alsnog in Utrecht. Hij twijfelde tot het laatst tussen oude geschiedenis en nieuwste geschiedenis. Zijn eindscriptie voor de master ‘politiek en maatschappij in historisch perspectief’ ging over de VVD en de kruisraketten. Hij is geïnteresseerd in politieke geschiedenis en religiegeschiedenis, ongeacht de periode. Pieter was daarnaast als stagiair in Huis Doorn betrokken bij de heruitgave van Sigurd von Ilsemann, Wilhelm II in Nederland 1918-1941 (2015).

About the author:

Back to Top