Recensie: Petrarca – De twee gezichten van Vrouwe Fortuna

Recensie: Petrarca – De twee gezichten van Vrouwe Fortuna

Recensie: Petrarca – De twee gezichten van Vrouwe Fortuna

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Petrarca – De twee gezichten van Vrouwe Fortuna

Francesco Petrarca, De twee gezichten van Vrouwe Fortuna (vert. Chris Tazelaar)
Uitgeverij DAMON, 2018
ISBN: 9789463401388
€59,90

 

 

 

In de galerij op de begane grond van het Paleis op de Dam verslindt een uit marmer gehouwen Saturnus de ingewanden van een van zijn pasgeboren kinderen. Aan de voeten van de Romeinse ligt naast een enorme zeis een zandloper – het symbool van de tijd die verstrijkt. Dat de Zuid-Nederlandse beeldhouwer Artus Quellinus zijn Saturnus (ook wel bekend onder zijn Griekse naam Kronos) uit 1650 heeft verward met Chronos, de Griekse God van de tijd, is historisch gezien misschien een beetje ongelukkig, maar die misvatting heeft op haar beurt weer een interessante geschiedenis. Een geschiedenis die begint bij Francesco Petrarca.

Gedurende het leven van de veertiende-eeuwse dichter en denker uit Toscane ontstond in Italië een toenemende behoefte om tijd en ruimte te meten. Mechanische klokken werden geïntroduceerd en de klokkentorens in de Italiaanse steden begonnen ieder uur van de dag te luiden. De tijd, en het verstrijken daarvan, drong zich op aan het dagelijkse leven van de mensen.

In de nieuwe vertaling van Petrarca’s ‘De twee gezichten van Vrouwe Fortuna’ (oorspronkelijk 1366) krijgen we een kijkje in de gevolgen van die nieuwe tijdsbeleving op onze voorstelling van de geschiedenis.

De tijd verslindt zijn kinderen

Voor Petrarca voelde het alsof de tijd en de geschiedenis versnelden. Alle wereldse dingen, schreef hij in 1359, zodra ze zijn geboren, haasten zich en worden naar hun einde gedragen met een verbazingwekkende snelheid. Het leven joeg aan hem voorbij. Vanochtend nog was ik een kind, en nu ben ik oud. Om aan die gehaastheid te ontkomen, ordende hij zijn dagen tot in de minuut en probeerde hij zoveel mogelijk activiteiten in ieder uur dat hij wakker was te proppen. Tijd werd zijn vijand. Door almaar bezig te zijn en zoveel mogelijk in zijn leven te bereiken, hoopte Petrarca roem te vergaren en op die manier onsterfelijk te worden. Zo meende hij aan het onherroepelijke voortschrijden van de tijd te kunnen ontkomen.

Afbeeldingsresultaat voor Artus Quellinus saturnus

De ‘Saturnus’ van Artus Quellinus, Paleis op de Dam (1650-1654). Bron: Wiki Commons.

In zijn ‘Triomfi del Tempo’ (1374) dichtte Petrarca de tijd de dreigende en verwoestende eigenschappen toe die ze in het denken van de moderne mens zal blijven behouden. Het gedicht geeft een kijkje in Petrarca’s worsteling iets blijvends tot stand te brengen in een wereld die constant aan verandering onderhevig is: Jullie heerschappijen eindigen, jullie koninkrijken vervallen; en Tijd / Ontdoet zich moedwillig van alle sterfelijke dingen. Alles is vergankelijk en kan zomaar ineens weg zijn; niets is blijvend.

Het is daarom niet opmerkelijk dat de Tijd in de illustraties die bij Petrarca’s werk werden geplaatst een gevleugelde oude man was met een baard, een zeis en een zandloper – een samenvoeging van Chronos en Kronos. De tijd verslindt zijn kinderen (de toekomst) en met zijn zeis castreert hij zijn vader (het verleden).

Toeval

Die tijdsvoorstelling beïnvloedde hoe Petrarca zich de geschiedenis voorstelde. Die geschiedenis ervaarde hij niet langer als een continuüm, zoals dat in de middeleeuwen veelal het geval was, maar als een opeenvolging van scherp afgetekende tijdvakken die elkaar telkens uitwisten. Kenmerkend hiervoor is Petrarca’s beschrijving van de middeleeuwen als de ‘donkere tijd’ die het licht van de Oudheid uitdoofde en de werken van de Oude Meesters naar de vergetelheid had verbannen. Menselijke zaken zijn voortdurend in beweging. In alles wat we zien is één aspect stabiel: de instabiliteit, in alles is één aspect zeker: de onzekerheid.

De toekomst kondigde zich niet langer aan en kwam niet meer als vanzelfsprekend uit het verleden voort. Ze werd onvoorspelbaar; voortgebracht door omstandigheden die voor de sterfelijke blik niet waren te voorzien. Op ieder moment zou zich gemakkelijk weer een nieuwe gebeurtenis kunnen aandienen die de wereld zoals die was compleet overhoop zou gooien en zou veranderen. Met die willekeur moesten de mensen leren leven, meende Petrarca, en daarom schreef hij in 1366 ‘De twee gezichten van Vrouwe Fortuna’: een vuistdik boek waarmee hij de invloed van het Toeval met behulp van het verstand aan banden wilde leggen. Dat Toeval liet hij belichamen door Vrouwe Fortuna, de blinde goddelijkheid die de mens steeds nietsvermoedend overvalt.

Onvoorziene toekomst

‘De twee gezichten van Vrouwe Fortuna’ leest als een buitengewoon grappig zelfhulpboek. Aan de hand van kleine en grote rampen (zoals een aardbeving, het verliezen van geld of je partner) leert Petrarca zijn tijdgenoten dat zij nergens op kunnen vertrouwen. Als het goed gaat en je bent blij, dan waarschuwt Petrarca ervoor dat je morgen alles kwijt kunt zijn. Wees daarom behoedzaam en verstandig, ook al heb je net een enorm geldbedrag gewonnen. Omgekeerd geldt hetzelfde: wanneer je door ongeluk bent getroffen betekent dat niet gelijk het einde van de wereld. Er zijn altijd redenen om niet verdrietig te zijn, en er zijn altijd mensen die het zwaarder hebben gehad dan jij.

Zo nutteloos en nietig is de menselijke wijsheid; in weerwil van al onze plannen en voorzorgsmaatregelen speelt Fortuna altijd de eerste viool. Niets is van lange duur, want de tijd ontneemt ons uiteindelijk alles; dat lijkt de belangrijkste boodschap die Petrarca zijn lezers mee wil geven. Ook vandaag de dag is die boodschap nog relevant. Enerzijds leert Petrarca ons om te gaan met de onvoorziene toekomst waarmee bijvoorbeeld klimaatverandering ons confronteert, en anderzijds herinnert hij ons eraan dat ons heden niet uniek is: het is altijd zo gegaan en het zal altijd zo blijven gaan.

Het heeft geen zin om voorgaande generaties de schuld te geven van een klimaat dat onze toekomst verpest, want het is vanzelfsprekend dat de tijd zijn jongen opvreet. De ene generatie wordt nu eenmaal altijd in brokjes aan de andere gevoerd.

 

Door Jilt Jorritsma.

Jilt Jorritsma is schrijver en essayist. Hij studeerde Moderne Geschiedenis en International Betrekkingen aan de Rijksuniversiteit Groningen.

 

About the author:

Back to Top