Recensie: Piet Emmer – Het zwart-witdenken voorbij

Recensie: Piet Emmer – Het zwart-witdenken voorbij

Recensie: Piet Emmer – Het zwart-witdenken voorbij

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Piet Emmer – Het zwart-witdenken voorbij

Piet Emmer, Het zwart-witdenken voorbij. Een bijdrage aan de discussie over kolonialisme, slaverij en migratie.
Nieuw Amsterdam, Amsterdam, 2018

ISBN: 9789046822685
€16,99

 

 

‘Wat was er met de derde wereld gebeurd als de dekolonisatie later had ingezet? Misschien was de wereld wat minder ongelijk geweest.’

Deze what-if lijkt een van de uitgangspunten te zijn in Het zwart-wit denken voorbij: een bijdrage aan de discussie over kolonialisme, slavernij en migratie (2018). Het is een kort betoog over de discussie over het Nederlandse koloniale verleden door Piet Emmer, professor emeritus Europese expansie en migratie in Leiden. Hij probeert daarmee de discussie voorbij ‘de emotie’ – zoals Emmer het noemt –  te brengen.

Het koloniale verleden kan in de hedendaagse maatschappij niet meer de vergeten bladzijde van de geschiedenis worden genoemd. Hoe we ons tot deze bladzijde verhouden, is echter nog onderwerp van discussie (zie ook de recensie van Gloria Wekkers Witte Onschuld). Vanuit zijn specialisme, economisch-historisch onderzoek naar de trans-Atlantische slavenhandel, mengt Emmer zich in het debat. Doordat de historicus in de media en de maatschappij een uitgesproken mening verkondigt, speelt hij een prominente rol in het debat. Zijn meest recente publicatie, Het zwart-wit denken voorbij, begint met een inleiding waarin Emmer de onderdelen van zijn betoog uiteenzet. Hierna volgen de drie hoofdstukken, over het koloniale verleden, de slavernij en migratie. Emmers doel is om deze drie discussies in onze maatschappij vanuit een historische context te benaderen.

Ongenuanceerde bladzijden door een hedendaagse bril

Emmers eerste argument is duidelijk en tevens het sterkst. Geweld in de vroegmoderne tijd was veel normaler en veel toenmalige geweldsituaties kunnen dus beter worden vergeleken met situaties in de periode van de slavernij zelf dan met onze huidige tijd. Dit betekent niet direct dat het leed van mensen tot 1850 gebagatelliseerd moet worden, maar wel dat zij in een samenleving leefden waarin mensen eerder en vaker blootgesteld werden aan geweld en dat de invloed en de indruk heel anders konden zijn dan tegenwoordig het geval is.

Wat opvalt is dat Emmer zichzelf heel duidelijk positioneert als objectief, slechts bewapend met feiten. Daarbij lijkt hij niet alleen voorbij te gaan aan andere mensen met feitelijke kennis, maar ook zijn eigen subjectiviteit en discours te ontkennen. Het is niet duidelijk voor welk publiek Emmer dit boek heeft geschreven. Dan weer richt hij zijn argumenten tegen activisten, terwijl een andere keer collega-historici een veeg uit de pan krijgen. Volgens Emmer kijken anderen slechts naar de ‘zwarte bladzijden’ van de slavernijgeschiedenis en zijn zij weinig genuanceerd. Daarnaast beschuldigt hij hen ervan met een hedendaagse bril naar het verleden te kijken. Deze twee argumenten wil hij door het boek heen onderbouwen.

Positieve slavernij

De what-if scenario’s die Emmer een aantal keer schetst, vertellen ons uiteindelijk niets over de daadwerkelijke impact van (de)kolonisatie. Emmer wil het zwart-wit denken voorbij, maar hij blijft hangen in een bestaand debat. Hij benadrukt vooral dat slavernij en kolonialisme voornamelijk positief waren. Op deze manier wordt het debat een afstrepen van plussen en minnen totdat een van beide in meerderheid overblijft. Dat is geen manier om naar het verleden te kijken. In verschillende passages benoemt hij westerse kenmerken, zoals moderne industrie, infrastructuur en het christendom, expliciet als positieve elementen van het kolonialisme. Dit geschiedt vanuit een sterk vooruitgangsdenken: de Europeanen hielpen de koloniale onderdanen juist vooruit. Dit is echter een subjectieve aanname en geeft blijk van een moderne blik op het verleden. Dat hoeft in zichzelf niet verkeerd te zijn, maar wel als het een cruciaal onderdeel van het betoog is, waarin de schrijver pretendeert slechts droge, objectieve feiten aan te voeren.

Culturele context

‘(…) Zou uitvoerige aandacht voor de slavenhandel en slavernij in het geschiedenisonderwijs het huidige Nederland begrijpelijker maken? Economisch-historisch gezien is daar geen enkele reden toe,’ zo concludeert Emmer. Dit is een te eenzijdige benadering van koloniale geschiedenis in Nederland: veel andere onderzoekers laten juist zien dat de sociale en culturele context van belang is en hanteren daarbij voornamelijk een kwalitatieve benadering. Juist bij kolonialisme en slavernij doen mentale structuren ertoe, vastgelegd of niet; mensen, ideeën en producten reisden tussen kolonie en Europa, en culturen kwamen met elkaar in contact. Koloniaal verleden gaat veel verder dan de materiële cijfers.

Hoewel er in het boekje veel aan bod komt, is de ruimte natuurlijk beperkt. Alsnog gaat Emmer bij meerdere onderwerpen in het boek bewust of onbewust voorbij aan de complexiteit van het verleden, terwijl dat grijze gebied vaak juist de kern is. Op andere momenten legt hij dwarsverbanden die juist historisch gezien niet hard gemaakt kunnen worden.

‘the Rise of the West’

Dit boek brengt helaas geen nieuwe kijk op de slavernijdiscussie, maar neemt keihard stelling in een gepolariseerd debat. Waar aanvankelijk gepleit wordt voor het erkennen van de complexiteit van het verleden, resulteert het boek in een betoog dat te snel voorbij rent aan teveel vergelijkingen en ahistorische conclusies.  Wat Emmer uiteindelijk betoogt in zijn conclusie is juist een verklaring voor ‘the Rise of the West’. Het is een vreemde conclusie op een betoog dat begon bij slavernij, kolonialisme en migratie, en eindigt met de verklaring van de superioriteit van Europa.

Door Bente de Leede.

Bente de Leede werkt als promovenda aan de Universiteit Leiden. Zij is gespecialiseerd in koloniale geschiedenis en doet onderzoek naar bekering van de lokale bevolking tot de Nederlandse Protestantse Kerk in de VOC-periode op Sri Lanka. Tijdens haar studie in Leiden deed Bente onderzoek naar Nederlandse koloniale mentaliteit en ideologie onder invloed van verlichting en vooruitgangsidealen in de vroege negentiende eeuw. Zij verdiepte zich eerder in Balinese vorsten in het Nederlands koloniaal bestuur en liep ook  stage bij het KITLV-onderzoek naar de dekolonisatie van Indonesië. Volg Bente op Twitter: @visitbente.

 

 

 

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top