Recensie: Rummelplatz. Meer dan een DDR-roman

Recensie: Rummelplatz. Meer dan een DDR-roman

Recensie: Rummelplatz. Meer dan een DDR-roman

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Rummelplatz. Meer dan een DDR-roman

De verloren DDR-roman Rummelplatz van Werner Bräunig (1934-1976) verscheen in 2007 veertig jaar te laat bij Aufbau Verlag Berlin. Het boek zou al in 1965 gepubliceerd worden, maar werd door de communistische partij verboden. De roman lijkt met name bewonderd te worden vanwege haar dissidente status als verboden DDR-literatuur. Maar is het ook een onvolprezen literair meesterwerk?

In 2007 werd de roman in Duitsland over het algemeen lovend ontvangen. De Duitse pers beschreef het als ‘een van de meest opvallende romans uit de Duitse naoorlogse literatuur’ (Die Zeit), als ‘een provocatie tegen het DDR-regime’ (Die Tageszeitung), als een ‘tragedie, eerder dan een handeling van gerechtigheid’ (Frankfurter Allgemeine Zeitung), als een ‘klein Denkmal’ (Suddeutsche Zeitung), of als een ‘tragisch voorbeeld van een zeer oplettende en taalbegiftigde DDR-auteur,’ (Frankfurter Rundschau). Tegelijkertijd valt op dat, twintig jaar na het einde van de DDR, de meeste Duitse recensenten het boek nog altijd politiek lazen. Zo observeerde Evelyn Finger van Die Zeit dat het jammer was dat zelfs na de val van de Berlijnse Muur (1989), critici de roman van Bräunig slechts op zijn ideologie konden beoordelen. Vorige week verscheen het boek in Nederlandse vertaling bij de Amsterdamse uitgeverij Lebowski.

De ontstaans- en publicatiegeschiedenis van Rummelplatz wordt in de meeste recensies meer uitgewerkt dan de inhoud van het boek. In 1965 verscheen een hoofdstuk uit het boek in de neue deutsche literatur, een literatuurtijdschrift dat veel aanzien had in de DDR. Het boek werd vervolgens onmiddellijk verboden, en Bräunig werd beschuldigd van verraad. Het socialistisch-realisme dat hij gebruikt had in Rummelplatz werd door de communistische partij niet gewaardeerd. Waarschijnlijk omdat het tè realistisch was. Bräunig was gedesillusioneerd door dit verbod. Hij had geloofd in de toekomst van de DDR en dit vertrouwen werd hem nu afgenomen door de jonge staat zelf. In 1976, na jaren van overmatig drankgebruik, stierf hij aan een longontsteking.

Een prachtig begin en een tranentrekkend einde

Rummelplatz begint met het ontstaan van de DDR in 1949 en eindigt met de arbeidersopstand van 17 juni 1953. Het zou het eerste deel moeten gaan vormen van een reeks boeken over de eerste jaren van de DDR. Het volgende deel zou gaan over de opbouw van de Berlijnse muur: volgens de schrijver een antifascistische Schutzwand. Bräunig is er nooit aan toegekomen de reeks boeken te voltooien.

De roman beschrijft het leven van de arbeiders in een fictief dorp, Bermsthal, die voor het mijnwerkersbedrijf Wismut werken. Wismut is een ware industriële Moloch, die een staat ìn de DDR-staat vormt. Het bedrijf delfde – ook in de historische werkelijkheid – uranium voor de Sovjet-Unie. Dit gebeurde buiten het blikveld van de andere DDR-burgers. Alleen de mannen die in de mijn werkten, wisten ervan af. Zij werkten onder zware en gevaarlijke omstandigheden. Bräunig schetst de arbeiders in zijn roman niet als ideologisch betrokken. Eigenlijk zijn de karakters allemaal een pars pro toto. Peter Loose is een opportunistische geldzoeker; Christian Kleinschmidt werkt alleen in de mijn om later aan de universiteit te mogen studeren; Hermann Fischer is communist in hart en nieren. De slotscène beschrijft de dood van de Fischer ten midden van het tumult van de arbeidersopstand. Er wordt wel gezegd dat Bräunig hiermee zijn eigen necrologie schreef. ‘Wat blijft er van een arbeider, als hij sterft? Zijn arbeid?’

Het is moeilijk te stellen wat er concreet gebeurt in de roman. Rummelplatz heeft geen duidelijk plot, maar volgt het dagelijks leven van de arbeiders. Met uitzondering van enkele grote gebeurtenissen – Ruth de feministe krijgt een promotie, Peter Loose moet de bak in – is het boek een ideeënroman met belangrijke vragen over wat het betekent om in deze situatie te verkeren. Ook wordt de aard van de arbeider onderzocht. Wat betekent het concreet om arbeider te zijn? Hoe gaan we om met het einde van de oorlog? Daarbij is niet alleen aandacht voor Oost-Duitsland: wat gebeurt er in het Westen? Wat is Duitsland nu?

De oorlog is in de roman weliswaar voorbij, maar klinkt nog sterk door in het heden. ‘Daar had je het heidelandschap boven de bank, op de plaats waar vroeger het portret van de Führer hing. En ze zeiden allebei niets, het enige wat je hoorde, was de zachte operettemuziek; zijn moeder staarde hem nog steeds aan alsof ze een spook zag.’ Voor veel personages vormen de naoorlogse jaren een verwarrende tijd. De meeste arbeiders uit de mijn lijken niet goed te weten wat ze met zichzelf aan moeten. Het realisme dat de roman zo authentiek maakt, komt niet uit de lucht vallen. Bräunig was zelf arbeider in de mijnen geweest. Het verlangen om een heuse, geslaagde arbeidersstaat op te bouwen ten midden van de ruïnes van de oorlog was bepaald niet gemakkelijk te realiseren. Er lag een last op de schouders van de arbeiders, die Bräunig mooi weet te vangen.

Rummelplatz is een epos van zeshonderd bladzijden en vergt daarom enige toewijding van de lezer. Daarbij komt nog dat het boek soms nog ‘slordige’ of ‘onaffe’ trekken vertoont. De perspectiefwisselingen tussen de verschillende karakters zijn soms lastig te volgen. Bräunig vindt het vaak niet nodig namen te noemen en dit tast samen met het veranderende perspectief de leesbaarheid af en toe aan. Er zitten zelfs nog een paar tegenstrijdigheden in het boek. Deze heeft Bräunig niet meer verbeterd voor hij overleed. De vertaalster van het boek verklaart dat deze nu onderdeel zijn geworden van de roman en dus ook van de Nederlandse vertaling. Dat is weliswaar een legitieme (en noodzakelijke) afweging, maar komt de leesbaarheid niet altijd ten goede. In de roman komen bovendien enkele zeer specifieke historische gebeurtenissen voor, die de lezer waarschijnlijk niet bekend zijn.

Prachtige passages zorgen er dan toch weer voor dat het boek toch niet gemakkelijk weg te leggen is. De lezer kan wegdromen in prachtige lange zinnen en er zijn zeker momenten van directe herkenning. Wanneer Stalin sterft, hoeft Bräunig zijn naam helemaal niet te noemen. Hij schrijft simpelweg:

‘Iedereen gaat dood. Maar toen het nieuws kwam en onherroepelijk bleek, was niemand erop voorbereid. Een stalen stilte lag over het verdoofde land. Op straten en pleinen bleven de mensen onder de luidsprekers staan, hielden hun adem in, zetten hun pet af, een seconde die eindeloos duurde. Wat moest er van hen worden nu hij er niet meer was? Hoe kon het leven doorgaan? Hadden de meesten niet gedacht dat hij onsterfelijk was: ver weg, maar alomtegenwoordig, oneindig veel groter dan we kunnen bevatten, almachtig?’

Een literair meesterwerk

Het boek is boven alles een voortreffelijk literair werk. Het zou daarom geprezen moeten worden om haar literaire waarde en niet slechts als een hervonden DDR-roman. Het is dit jaar precies vijfentwintig jaar geleden dat de Berlijnse Muur viel. Het is mooi dat dit boek een uitgebreide achtergrond heeft, die bovendien op dit moment door de viering van het jubileum actueel is. Voor historici is het boek een goudmijn als tijdsdocument. Het blijft echter een roman en Bräunig zou daarom meer lof moeten ontvangen voor zijn arbeid als literair schrijver, en niet als politiek dissident. Na het uitlezen van de roman, kan men met een treurig hart concluderen dat het tranentrekkend is dat het tweede (of zelfs derde) deel er nooit heeft mogen komen. Maar zoals schrijfster Christa Wolf (1929-2011) schreef in het voorwoord van de oorspronkelijke Duitse uitgave: “Rummelplatz is een roman van alle tijden.” En dit is exact de reden waarom het boek niet alleen gezien mag worden als een vondst uit de dieptes van de DDR.

CVRCharlotte van Rooden (1993) studeert Geschiedenis in Leiden en heeft naast een passie voor het verleden, ook een passie voor literatuur. Een combinatie die goed tot uiting komt in de boekrecensies (variërend van euforisch tot azijnzuur) die ze graag schrijft. Haar dagelijks leven slijt ze binnen de Singels van Leiden, in koffietenten en cafés, met een boek onder de arm. Ze specialiseert zich in Duitse geschiedenis, waarbij zowel de Weimarrepubliek als de DDR haar interesse genieten.

 

 

About the author:

Back to Top