Recensie: tentoonstelling ‘De Wereld in Huis, Aziatisch Porselein – Delfts Aardwerk

Recensie: tentoonstelling ‘De Wereld in Huis, Aziatisch Porselein – Delfts Aardwerk

Recensie: tentoonstelling ‘De Wereld in Huis, Aziatisch Porselein – Delfts Aardwerk

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: tentoonstelling ‘De Wereld in Huis, Aziatisch Porselein – Delfts Aardwerk
© Groninger Museum.

Grote schotel versierd met een voorstelling van ‘De Parasoldames’ naar een ontwerp van de Nederlandse kunstenaar Cornelis Pronk (1692-1759) in Japans “Imari”, ca. 1737-1740. © Groninger Museum.

Tentoonstelling: Groninger Museum, De Wereld in Huis, Aziatisch Porselein – Delfts Aardewerk

Te bezoeken tot en met 31 maart 2019

 

 

Witte keramiek met blauwe versieringen doet vaak aan Delfts Blauw denken; iets dat onlosmakelijk verbonden is met het beeld van Nederland. Juist deze ‘oer-Nederlandse’ keramiek is echter gevormd door invloeden van buitenaf: het is namelijk begonnen als een imitatie van Aziatisch porselein. Tegelijkertijd beïnvloedden Delfts Blauw en de Nederlandse vraag naar specifieke stijlen het exportporselein zoals dat in China en Japan werd gemaakt.  Deze wisselwerking is het onderwerp van de tentoonstelling De wereld in Huis, Aziatisch Porselein – Delfts Aardewerk in het Groninger Museum. In deze tentoonstelling worden de vele vormen van deze wederzijdse beïnvloeding geïllustreerd aan de hand van porselein en aardewerk uit de eigen, omvangrijke collectie van het museum. Het resultaat is een tentoonstelling die vooral het kijken naar en vergelijken van de tentoongestelde objecten stimuleert, maar die ook enigzins verwarrend is en geen duidelijke verhaallijn heeft.

Wederzijdse inspiratie en imitatie

Het Groninger Museum is een uniek gebouw, waarin ontwerpers en architecten veel vrijheid kregen om zich uit te drukken. Zo ook het Starckpaviljoen waarin deze tentoonstelling te vinden is: een ronde ruimte met een grote vitrine die nagenoeg de gehele wand bestrijkt. Deze bijzondere omgeving veroorzaakt meteen de eerste uitdagingen van de tentoonstelling: weten waar je moet beginnen en de verhaallijn volgen. Direct bij binnenkomst van het paviljoen is er een korte introductie. Deze benadrukt niet alleen dat deze vorm van materiële cultuur, porselein en aardewerk, door alle lagen van de samenleving werd gebruikt maar ook dat er tussen de producenten ervan concurrentie was. Vanwege de concurrentie was er veel imitatie van populaire vormen en dessins, wat duidelijk zichtbaar is in deze tentoonstelling.

Na de introductie kun je doorlopen naar de grote wandvitrine, de kern van deze tentoonstelling, waarin aan de hand van verschillende thema’s de wisselwerking tussen Aziatisch porselein, Delfts aardewerk en de Nederlandse vraag wordt geïllustreerd. Zo zijn er bijvoorbeeld delen over Pronk Porselein (Porselein met een Chinoiserie dessin ontworpen door Cornelis Pronk) en Chine de Commande (Chinees porselein met een westerse versiering). Ook zijn de porseleinen versies van westerse objecten zoals bierkannen te zien, die natuurlijk ook weer in Delft werden geïmiteerd. Een ander deel van de vitrine heeft als thema ‘Dialoog in Keramiek’, waarin deze verschillende aspecten weer worden samengebracht en telkens Chinees, Japans en Nederlands keramiek met een gedeeld dessin of gedeelde vorm naast elkaar wordt geplaatst. In het midden van de ruimte staan vooral keramieke beelden en andere Aziatische exportproducten, zoals lakkasten.

Keramiek als handelswaar

Er wordt door de  manier van tentoonstellen benadrukt dat keramiek handelswaar was. De keramieke objecten worden in grote en soortgelijke groepen getoond, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de groep in plaats van het unieke object. Een speciale ‘ondergrondse’ vitrine met porselein uit het VOC scheepswrak De Geldermalsen benadrukt tevens een van de praktische aspecten en de daaraan klevende risco’s van de handel in keramiek. Dit waardevolle product moest per schip vervoerd worden en er was altijd een kans dat een schip zonk. Juist deze scheepswrakken, vooral als ze kunnen worden geïdentificeerd, bieden nu een interessant inzicht  van wat er precies werd vervoerd en hoe het was georganiseerd.

Overvloed aan keramiek

De hoeveelheid aan keramiek en de presentatie ervan is bijna overweldigend, vooral omdat de bezoeker gestimuleerd wordt om de stukken aandachtig te bekijken en te vergelijken. Kenmerkend voor de tentoonstelling is dat er weinig informatie wordt aangeboden per object. De tentoongestelde stukken dienen echt als voorbeelden van een bepaald thema; slechts enkele objecten hebben hun eigen beschrijving. De enige informatie die de bezoeker heeft is de introductie tot het thema en een onopvallende melding van het land of de landen van herkomst van ieder object.  Doordat soortgelijke dessins of stukken uit China, Japan en Nederland vlak naast elkaar worden getoond, wordt de bezoeker juist gewezen op hoe deze objecten elkaar beïnvloedden, te zien in de overeenkomsten, en hoe ze van elkaar verschillen.

Een goed voorbeeld hiervan is het bovengenoemde Pronk Porselein en de navolgingen ervan: dit succesvolle Nederlandse chinoiserie dessin werd veelvuldig geïmiteerd en er worden tientallen versies getoond. De Nederlandse verbeelding van het ‘Chinese of Aziatische ander’ werd vervolgens ook weer overgenomen door Chinese en Japanse producenten. Zij pasten het dessin opnieuw aan: zo zijn er bijvoorbeeld geisha’s in plaats van Chinese dames afgebeeld in de Japanse schotel die te zien is in de foto bij deze recensie. De vergelijkende opzet en nadruk op de verschillende vormen van wisselwerking tussen de drie landen heeft ook keerzijden. Er is een ware overvloed aan keramiek en het is moeilijk om het allemaal uitvoerig te bekijken. Tevens is er ook geen duidelijke verhaallijn of indicatie van tijdsverloop in de tentoonstelling, bijvoorbeeld of de wederzijdse beïnvloeding veranderde tijdens de twee eeuwen die deze tentoonstelling beslaat. Mogelijk was een duidelijkere verhaallijn moeilijk te combineren met de object-gerichte en vergelijkende opzet van de tentoonstelling.

Verdiepende verhalen?

Desalniettemin blijf ik me afvragen of er geen mogelijkheden waren geweest om bij deze boeiende tentoonstelling toch wat meer contextuele informatie aan te bieden. Er was namelijk geen aparte tentoonstellingsgids en alleen voor enkele onderdelen was een audiogids beschrijving beschikbaar, die ik helaas niet heb kunnen beluisteren. Verder waren  er geen schermen of interactieve onderdelen. In de enige onderbreking in de wandvitrine was wél een boek over de keramiekcollectie, maar, vanwege de locatie, een aparte ruimte, was het niet mogelijk om dit tegelijkertijd met de tentoonstelling te bekijken. Zonder informatie per object was het ook moeilijk om de tentoongestelde stukken op te zoeken. Tijdens de tentoonstelling meer verdieping zoeken naar aanleiding van interessante verwijzingen of verrassende objecten was dus niet echt mogelijk. De vaak intrigerende onderstreping dat keramiek handelswaar is blijft dus wat in de lucht hangen,: op de ‘Scheepswrakken’-vitrine en op enkele andere momenten na, draait het meer om de objecten zélf dan over de makers, handelaren en kopers en/of gebruikers ervan. Juist dit is wat de introductie tot de tentoonstelling wel oproept.

Show, don’t tell

Deze verrassende tentoonstelling is zeker het bezoeken waard: de wisselwerking tussen Nederland en Azië (in dit geval China en Japan) wordt letterlijk gevisualiseerd met keramiek.  Vooral de breedte van de tentoonstelling en de nadruk op de objecten als handelswaar stimuleren bezoekers om deze objecten te zien als historische bronnen. Wel was het fijn geweest als er meer diepgang en contextuele informatie was aangeboden, dat had namelijk ook als leidraad kunnen dienen voor een soms verwarrende tentoonstelling. Groningen ligt voor velen misschien uit de weg, maar er is nog ruim tijd om deze tentoonstelling te bezoeken, tot en met eind maart volgend jaar.

Voor diegene die nog niet genoeg heeft van keramieke objecten en de manier waarop Nederlandse fabrikanten inspiratie haalden uit het buitenland, vanaf 2 juni opent in de Princessehof een tentoonstelling hierover. Wellicht iets om te vergelijken?

Door Stephanie Hall.

 

Stephanie Hall  studeerde Geschiedenis aan de Universiteit van York, waar ze zich specialiseerde in vroegmoderne religiegeschiedenis. Hierna studeerde ze Cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, waar ze een scriptie schreef over de rol van materiële cultuur in negentiende-eeuwse missies op de eilanden van de Stille Oceaan.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top