Recensie: Theo Gerritse – Rauter

Recensie: Theo Gerritse – Rauter

Recensie: Theo Gerritse – Rauter

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Theo Gerritse – Rauter

Theo Gerritse, Rauter. Himmlers vuist in Nederland.
Boom Geschiedenis, Amsterdam, 2018ISBN: 9789461055286
€39,90

 

 

‘Rauter is gewist uit ons nationale geheugen.’ Onterecht, zo meent Theo Gerritse. Bijna 80 jaar na diens executie (25 maart 1949), publiceerde Gerritse een omvangrijke wetenschappelijke biografie over Hanns Albin Rauter, ‘de gier uit de Alpen’, zoals Loe de Jong hem typeerde.

Rauter

De Oostenrijkse Hanns Rauter (1895-1949) bekleedde tijdens de bezettingsjaren in Nederland een dubbele functie. Als Generalkommissar für das Sicherheitswesen was hij ondergeschikt aan de Rijkscommissaris in Nederland, Seyss-Inquart. Daarnaast bekleedde hij de functie van Höhere ss-und Polizeiführer, een functie waarin hij directe verantwoording schuldig was aan en directe orders ontving van de Reichsführer-ss, Heinrich Himmler. Als hoofd van de orde- en politiediensten was Rauter verantwoordelijk voor de orde en rust in Nederland. Hij was degene die besliste over het voltrekken van doodvonnissen, hij had leiding bij het bloedige neerslaan van de Februaristaking (1941) en de April-mei-Stakingen (1943), hij hield toezicht op de deportatie van de Nederlandse joden en de jacht op het verzet, hij tekende de ‘silbertanne’ waarmee het startsein gegeven werd voor sluipmoord op ‘vijanden’ van het Duitse Rijk.

Hoewel de vijf dienstjaren in Nederland de aanleiding en het hoofdbestanddeel van de biografie vormen, heeft Gerritse ervoor gekozen om zich hier niet toe te beperken. Zijn studie over Rauter is een zogenaamde ‘Gesamtbiographie’ geworden, een biografie van wieg tot graf. De biografie is opgebouwd uit drie delen, het ‘voorspel’ over de jeugd van Rauter en zijn militante carrière van soldaat naar vrijkorps naar ss; ‘hoog spel’ over Rauters bestuur in Nederland en ‘eindspel’ over de gevangenschap en berechting van Rauter in Nederland.

Gesamtbiographie

De keuze voor een Gesamtbiographie in plaats van een biografie die zich slechts op zijn carrière in Nederland richt, is naar mijn idee geslaagd. Naast dat het ‘voorspel’ inzicht geeft in het klimaat waarin Rauter opgroeide en zijn vorming, is Gerritse erin geslaagd om door gedegen speurwerk de vermenging van ‘feit en fictie’ in Rauters geschriften op te merken. Hij komt tot de conclusie dat Rauter zichzelf graag belangrijker maakte dan hij in feite was en er bijvoorbeeld geen probleem in zag om zichzelf een heldenrol toe te kennen in een veldslag waar hij niet eens bij was.

Tegelijkertijd deed hij zijn uiterste best om mogelijke tekortkomingen, zoals het niet kunnen bewijzen van zijn arische afstamming, zorgvuldig weg te poetsen. Dit gecharlateer met de waarheid komt opnieuw naar voren in het ‘eindspel’, waar Rauter tijdens zijn proces zijn rol in bezet Nederland zo positief mogelijk probeert af te schilderen. In ‘eindspel’, wordt Rauter niet alleen getypeerd als iemand die creatief met de waarheid omgaat, maar ook als iemand die rotsvast in het nationaalsocialisme en zijn eigen rechtvaardigheid blijft geloven. Zijn executie is niet het gevolg van zijn misdaden – die heeft hij niet begaan -, het is een ‘zoenoffer’ om het Nederlandse en Duitse volk dat tijdens de oorlog tegenover elkaar heeft gestaan met elkaar te verzoenen. Daarnaast geeft ‘eindspel’ een boeiend inzicht in de naoorlogse procesgang in Nederland en de tekortkomingen daarvan.

Hoog spel

Zoals gezegd wordt het grootste gedeelte van de biografie gewijd aan Rauters optreden gedurende de bezetting in Nederland, getypeerd als ‘hoog spel’. Waarop Gerritse precies doelt met deze typering wordt niet helemaal duidelijk. Rauters betrokkenheid bij de jodenvervolging, de jacht op het verzet en de harde repressie van het Nederlandse volk wordt gedetailleerd onderzocht. Daarnaast is er veel aandacht voor de onderlinge machtsverhoudingen en -strijd tussen de verschillende nazi-instellingen en de verhouding met bijvoorbeeld de NSB.

Hierbij verliest Gerritse zich soms in lange uitweidingen over personen of instellingen die afleiden van het hoofdonderwerp en het soms moeilijk maken om de lijn van het verhaal vast te houden. De auteur had hier ‘tijdwinst’ kunnen behalen. Dit neemt niet weg dat Rauter ondanks zijn omvang een zeer prettig en helder geschreven boek is, dat blijft boeien. Op basis van een overweldigende hoeveelheid archiefmateriaal krijgt de lezer een goed beeld van deze ‘tweede Alva’ van Nederland en zijn betekenis voor het bewind dat in Nederland gevoerd werd. Echt inzicht in de persoon en zijn drijfveren krijgt de lezer niet. Hoewel de biograaf daar pogingen toe doet, geeft Gerritse aan dat Rauter zijn ‘menselijke kant’ zorgvuldig uit zijn archieven weggelaten heeft en zich steeds presenteerde als de ideale ss’er en uitvoerder van bevelen. Al met al is er Gerritse er in deze vuistdikke biografie in geslaagd om een helder beeld te schetsen van Hanns Albin Rauter, ‘Himmlers vuist in Nederland’.

Door Marleen van den Berg.

Marleen van den Berg rondde recent  de research master Colonial and Global History aan de Universiteit Leiden af. Tijdens haar studie specialiseerde zij zich in de contemporaine geschiedenis van Nederland en Nederlands-Indië. Sinds april 2018 is zij als promovendus verbonden aan het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en de Universiteit van Amsterdam. Haar onderzoek richt zich op de Jodenvervolging in Rotterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog en het rechtsherstel na de oorlog.

About the author:

Back to Top