Recensie: They Shall Not Grow Old

Recensie: They Shall Not Grow Old

Recensie: They Shall Not Grow Old

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: They Shall Not Grow Old

They Shall Not Grow OldDocumentaire: They Shall Not Grow Old (2018)
Regisseur: Peter Jackson
Bronmateriaal van de Imperial War Archives en de BBC

 

 

 

In het Verenigd Koninkrijk ging eind vorig jaar They Shall Not Grow Old in première. De documentaire bracht veel teweeg: zowel het publiek als recensenten waren laaiend enthousiast. Nu is de documentaire ook in Nederland te zien. Wat maakt They Shall Not Grow Old zo bijzonder?

In een nieuw jasje

They Shall Not Grow Old maakt slechts gebruik van primair bronmateriaal. Sommige beelden waren al eerder vertoond, anderen lagen jarenlang in archieven verborgen. Al deze beelden zijn in de documentaire voorzien van audiofragmenten van veteranen die hun verhaal over de Eerste Wereldoorlog vertellen. Om de ervaringen van de veteranen te verlevendigen heeft regisseur Peter Jackson er alles aan gedaan om de bijbehorende beelden voor een modern publiek toegankelijk te maken. De fragmenten zijn ingekleurd, het team heeft liplezers ingeschakeld om te ontcijferen wat de soldaten tegen elkaar zeggen (en hier stemmen overheen geplaatst) en ten slotte is de framespeed aangepast, zodat dit meer aansluit bij moderne films. Op deze manier spreekt het materiaal meer tot de verbeelding. In Groot-Brittannië zorgden deze aanpassingen er zelfs voor dat een Britse vrouw haar opa in het beeldmateriaal herkende.

De documentaire begint met de gebruikelijke zwart-wit beelden van de Eerste Wereldoorlog, maar zodra de veteranen de loopgraven betreden worden Jacksons veranderingen toegepast. Dit zorgt voor een compleet andere ervaring: je staat oog in oog met de soldaten. In sommige scenes hoor je de soldaten lachen om een medesoldaat die struikelt in de modder, in een andere scene attenderen ze elkaar erop dat iemand een foto aan het maken is. Dit geeft de soldaten een gezicht.

Optimisme

De verhalen van de veteranen dragen hier eveneens aan bij. De mannen vertellen over hun dagelijkse bezigheden als soldaat, over het voedsel dat ze kregen, en over de spullen die ze met hun loon kochten. Ook komen er een aantal verrassend grappige anekdotes voorbij. Zo vertelt een oud-soldaat hoe hij een groep medesoldaten in hun eigen uitwerpselen zag vallen, waarbij hij lachend opmerkt dat het leven in het leger ook leuke kanten had. Doordat normaal gesproken alleen de gruwelijkheden van de oorlog uitgelicht worden is het contrast met deze humoristische momenten extra bijzonder.

Uit de literatuur is bekend dat er aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog veel optimisme heerste. Nu we, achteraf, de volle omvang van de gruwelen van de oorlog kennen, voelt dit wat onwerkelijk, maar door de verhalen van de veteranen is dit oorspronkelijke optimisme beter te begrijpen. De mannen vertellen dat ze graag hun land wilden steunen, dat ze blij waren om al zo jong een baan te kunnen krijgen en dat in militaire dienst treden een stuk leuker leek dan een andere ‘saaie’ kantoorbaan. De individuele verhalen geven een extra dimensie aan het al bekende geschiedenisverhaal.

Oog in oog

Als de veteranen vertellen over hun confrontatie met de Duitsers krijgt de film direct een grimmig karakter. Er wordt bijvoorbeeld verteld dat de soldaten over dode lichamen moesten stappen om vooruit te komen en dat vrienden naast hen, plotseling, werden doodgeschoten. Wat vooral opvalt is hoe de Britse soldaten de Duitsers ervoeren op het moment dat ze met hen geconfronteerd werden: net als zij waren de Duitsers jonge jongens die, zo blijkt achteraf, de oorlog net zo zinloos vonden als de Britse soldaten.

De oud-soldaten beschrijven ook hun twijfel of ze de ‘vijand’ wel wat aan kónden doen, en dat sommigen expres mis schoten, omdat ze wisten dat er aan de andere kant een aardige Duitser zat. In de laatste scenes van de documentaire komen beeld en geluid optimaal samen, als wordt getoond hoe Britse en Duitse soldaten lachend hoeden met elkaar uitwisselen – alsof de soldaten willen benadrukken dat ze eigenlijk allemaal gelijk zijn, lotgenoten in hetzelfde schuitje.

They Shall Not Grow Old roept allerlei emoties op. Je lacht mee met de ervaringen van de soldaten, maar voelt tegelijkertijd de pijn die de oorlog met zich meebrengt. Het is geen standaard oorlogsdrama, waarin helden worden geprezen of de oorlog wordt behandeld als een van tevoren uitgemaakte zaak. De documentaire neemt je mee naar de loopgraven en laat je voor even in de voetsporen van de soldaten treden – van de soldatengeneratie die, over het algemeen, niet oud zou worden.

Door Inge Kleefman.

They Shall Not Grow Old is nu te zien in filmhuizen en diverse bioscopen.

Inge Kleefman (1999) behaalde eerst een propedeuse journalistiek op hogeschool Windesheim en is daarna begonnen aan een studie geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze nu in haar tweede studiejaar zit.

 

 

About the author:

Back to Top