Recensie: Ugo Janssens – Het Leugenboek

Recensie: Ugo Janssens – Het Leugenboek

Recensie: Ugo Janssens – Het Leugenboek

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Ugo Janssens – Het Leugenboek

 

Ugo Janssens, Het Leugenboek. Misvattingen en bedrog in de geschiedenis
Amsterdam University Press, Amsterdam, 2017

ISBN: 9789462987364
€24,99 

 

 

De begrippen nepnieuws en alternatieve feiten steken tegenwoordig geregeld de kop op, niet zelden gevolgd door de naam van de huidige president van de Verenigde Staten. Zo ook op de achterflap van het nieuwste boek van Ugo Janssens, die eerder zowel literaire als historische werken over onder meer België, religie en hekserij schreef. ‘Het Leugenboek toont aan dat eerlijke historische kritiek de enige weg is om de waarheid te achterhalen.’ Hoewel nepnieuws volgens mij een term is voor verschijnselen van alle tijden, ging ik door dit uitgeversproza overstag. Ik was benieuwd naar de heilzame werking van het historische ambacht.

De ruimtevaart

In het boek behandelt Janssens acht historische casussen over de meest uiteenlopende onderwerpen. Hij beoogt hiermee om gangbare misvattingen en misinterpretaties van het verleden recht te zetten door ze als leugens te ontmaskeren. Hij schrijft onder meer over het ontstaan van de ruimtevaart, over de vrouwelijke strijders de Amazonen, de Amerikaanse burgeroorlog, de Guldensporenslag en het Duitse oorlogsschip de Bismarck. Twee voorbeelden kunnen duidelijk maken hoe Janssens te werk is gegaan. Zo beschrijft hij in het eerste hoofdstuk hoe de Duitsers kort na de Eerste Wereldoorlog begonnen met het ontwikkelen van ‘nieuwe wapens’. Een van de uitvindingen was de raket, die de bouw van de V1 en V2, de zogenaamde wonderwapens die nazi-Duitsland de overwinning moesten brengen, mogelijk maakte. Zover kwam het echter niet en veel van de geleerden die hadden meegewerkt aan de nieuwe wapens vielen in handen van de geallieerden. Ruim honderd van de raketspecialisten kregen een verblijfsvergunning in de Verenigde Staten. Zij werden daar ingezet voor de ontwikkeling van de ruimtevaart. Geen haai kraaide naar hun oorlogsverleden. De Sovjets daarentegen maakten geen gebruik van de Duitse kennis en kregen het toch voor elkaar om als eerste een satelliet in de ruimte te krijgen, de Spoetnik. Hiermee wil Janssens het beeld van het gangbare verleden bijstellen: ‘Zonder de integratie van de Duitse ingenieus zou NASA naar waarschijnlijkheid de wedloop naar de maan verloren hebben.’

De Bismarck

In een ander hoofdstuk beschrijft de auteur de ondergang van het Duitse slagschip Bismarck. Dit bekende schip was de Titanic onder de oorlogsschepen: ook de Bismarck zonk tijdens de eerste reis. De Duitsers wilden met dergelijke oorlogsschepen de koopvaardijschepen die Groot-Brittannië bevoorraadden tijdens de Tweede Wereldoorlog tot zinken brengen. De Bismarck voer met de Prinz Eugen van de Oostzee naar de Noorse kust en vanaf daar om IJsland heen naar de Atlantische Oceaan. Op meeslepende wijze beschrijft Janssens deze tocht. De twee Duitse schepen werden opgemerkt en het kwam tot een gewapend treffen met vier Britse oorlogsschepen. Het befaamde Britse schip Hood zonk en de Bismarck raakte beschadigd. Het roer functioneerde niet goed meer en het slagschip lekte brandstof waardoor het met aangepaste snelheid verder moest. Het schip zette koers richting het bezette Frankrijk om daar gerepareerd te worden. De Bismarck kwam daar echter nooit aan. Het gehavende schip werd namelijk bestookt door Britse bommenwerpers en oorlogsschepen, totdat het zonk. Janssens: ‘De Britten hebben volgehouden dat ze de Bismarck kelderden. De Duitsers beweerden dat zij, voor het schip te verlaten, de afsluiters openden nadat zij op alle cruciale benedendekse plaatsen vernietigingsladingen hadden aangebracht. Toen die op 27 mei [1941] om 10 uur 36 explodeerden, zonk het slagschip.’ De bestudering van het wrak in 1989 toonde aan dat de Duitse versie klopt.

Tot slot

Deze twee en de andere zes hoofdstukken zijn stuk voor stuk informatieve en vlot geschreven verhalen voorzien van talrijke fraaie afbeeldingen. De casussen staan op zichzelf, ze dienen als best practices van de door de geschiedwetenschap vastgestelde waarheden. Het is hier waar de schoen wringt: het boek is een bundeling van historische verhalen zonder kop en staart. Zoals uit de twee voorbeelden al blijkt, struikelt de lezer acht keer in een verhaal. Het is soms zelfs gissen naar de relevantie en de leugen die ontmaskerd moet worden. Pas aan het eind van de hoofdstukken, die abrupt eindigen, maakt Janssens zijn punt. Een punt dat in de meeste gevallen amper aandacht krijgt in het hoofdstuk zelf. Hierdoor krijgt de lezer nauwelijks de kans om overtuigd te worden van de zogenaamde waarheid. Terug naar het uitgeversproza: het is natuurlijk een illusie dat alleen door geschiedschrijving de waarheid achterhaald wordt. Ik had beter moeten weten. Janssens schreef een achttal doodgewone historische verhalen door de nieuwste inzichten – van andere onderzoekers – in de casussen in te passen. Doodgewoon: elke historicus schrijft immers vanuit het idee iets toe te voegen, te ontkrachten of te bewijzen. Het Leugenboek is dan ook een studie vol historische wetenswaardigheden in een pretentieuze pasvorm.

Door Christoph van den Belt

Christoph van den Belt (1991) studeerde Geschiedenis aan de Radboud Universiteit. Tijdens zijn studie hield hij zich voornamelijk bezig met persgeschiedenis, wetenschapsgeschiedenis en religiegeschiedenis in de 19e en 20e eeuw. Sinds november 2016 is hij verbonden aan de Vrije Universiteit en de Christelijke Hogeschool Ede, waar hij werkt aan een proefschrift over de geschiedenis van het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad in de periode 1960-heden.

About the author:

Back to Top