Recensie: Ulinka Rublack – The Astronomer and the Witch

Recensie: Ulinka Rublack – The Astronomer and the Witch

Recensie: Ulinka Rublack – The Astronomer and the Witch

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Ulinka Rublack – The Astronomer and the Witch

Ulinka Rublack, The Astronomer and the Witch. Johannes Kepler’s Fight for his Mother.
Oxford University Press, Oxford, 2017

ISBN: 9780198736783
€12,56 (paperback)

 

 

Op 9 november 1619 verscheen een tweeënzeventigjarige weduwe voor de rechtbank in Leonberg op serieuze verdenking van hekserij. Haar proces was niet beperkt tot deze ene dag: in augustus 1615 werd de weduwe voor het eerst beschuldigd en pas in september 1621 volgde de vrijspraak. Het heksenproces was zowel voor de vrouw, Katharina Kepler, als voor haar kinderen ingrijpend. Het leven van haar oudste zoon Johannes Kepler, de beroemde astronoom en natuurkundige, veranderde namelijk drastisch toen hij besloot de verdediging van zijn moeder op zich te nemen. De historica Ulinka Rublack dook het omvangrijke bronmateriaal over het proces in en schreef er een microgeschiedenis over, The Astronomer and the Witch. Dit boek gaat echter over veel meer dan alleen het proces. Rublack analyseert ook de rol van Johannes en biedt een nieuw perspectief op heksenprocessen, namelijk door de impact ervan op de familie van de verdachte te onderzoeken.

Onverwachte wendingen

Het boek heeft een op het eerste oog verrassende indeling. De dertien hoofdstukken gaan niet allemaal over het hekserijproces: passages over het proces worden afgewisseld met hoofdstukken over het leven en werk van Johannes of een breder, historisch thema. De epiloog maakt duidelijk waarom: Rublack wil haar microgeschiedenis een bredere relevantie meegeven door het heksenproces in voldoende historische context te plaatsen. Deze afwisseling creëert ook spanning, de lezer moet namelijk de volgende wending in Katharina’s proces afwachten en wil zo doorlezen.

Ondanks deze afwisseling is het mogelijk om het boek in grofweg vier stukken te delen. De eerste vier hoofdstukken bieden achtergrondinformatie over Katharina en Johannes, het Württembergse hof en de piek in de Leonbergse heksenprocessen rond 1615. Daarna volgt een tweede deel over hoe de beschuldiging, die Katharina als laster bestempelde, uiteindelijk toch uitmondde in een heksenproces.  Vanaf dit deel benut Rublack uitvoerig de procesdocumenten en worden het proces en de gebeurtenissen eromheen zeer gedetailleerd geschetst.

De verdediging

Vanaf augustus 1620 zat Katharina gevangen en werd haar situatie nijpender. De culminatie van dit derde deel en tevens ook van het boek is de verdediging van Johannes tegen het martelen van Katharina. Het wordt duidelijk waarom Rublack het proces zo gedetailleerd beschreef. Johannes gebruikte zijn ervaring als natuurfilosoof om iedere getuigenis nauwkeurig te onderzoeken en zijn retorische vaardigheden om er vraagtekens bij te plaatsen. De context uit eerdere hoofdstukken en de achtergrondinformatie uit het eerste deel blijkt nu ook van belang te zijn om zijn verdediging volledig te begrijpen. Het laatste deel van het boek dient als afsluiting, omdat Katharina na haar uiteindelijke vrijspraak slechts zes maanden van haar vrijheid kon genieten voordat ze overleed. Het dertiende hoofdstuk kijkt dus naar hoe haar kinderen en vooral Johannes met het einde van haar proces omgingen. Voor Johannes was het de reden om zijn ongewone verhaal van 1611, Somnium (zie de column van Myriam van der Hoek),  van tientallen voetnoten te voorzien. Door aan te tonen waar zijn inspiratie vandaan kwam, wilde hij benadrukken dat er geen overeenkomsten waren tussen de heks en de astroloog in het verhaal en zijn moeder en hemzelf.

Een waar familiedrama

Hoewel de gedetailleerde beschrijvingen van het proces in de eerste paar hoofdstukken soms verwarrend kunnen zijn, verzandt Rublack niet in details. Ze vermijdt deze valkuil, die microgeschiedenis eigen kan zijn, door veel context te geven. Ze toont juist aan hoe microhistorisch onderzoek nieuwe perspectieven kan bieden. Haar analyse van de reacties van Katharina’s levende kinderen is hier een voorbeeld van. In het begin van het proces schaarden alle kinderen van Katharina zich achter hun moeder, maar naarmate het proces vorderde, namen alle kinderen, behalve Johannes, steeds meer afstand. Met name haar jongste zoon Christoph distantieerde zich van zijn familie. In deze tijd van familie-eer was een heks in de familie niet alleen beschamend, maar ook gevaarlijk. Rublack legt daarom ook de nadruk op de angst die Katharina’s kinderen gevoeld moeten hebben: de angst om niet alleen hun goede naam te verliezen, maar ook om zelf als verdachte aangemerkt te worden. Zelfs Johannes liet zijn vrienden en werkgevers buiten Württemberg nooit weten over Katharina’s proces. Maar het slepende proces oefende ook financiële druk uit op de familie. Als Katharina schuldig werd verklaard, dienden eventuele schadevergoedingen, de kosten voor haar gevangenschap en de gemaakte proceskosten door de familie opgehoest te worden. Ook deze financiële druk dreef de kinderen steeds meer uit elkaar. Door uitgebreid te kijken naar de reacties van de kinderen toont Rublack aan hoe heksenprocessen hun weerslag hadden op de hele familie.

Impact op Johannes’ werk

Om de reacties van de familie te kunnen peilen, maakt Rublack in haar boek niet alleen gebruik van de vele procesdocumenten, maar ook beroept zij zich op persoonlijke documenten, correspondentie en werken van Johannes. Door zijn werken ook te bespreken en aan te tonen hoe Johannes’ ideeën door het proces werden beïnvloed, vertelt Rublack tegelijkertijd zijn verhaal. Een voorbeeld hiervan is zijn kritiek op wat astrologie kon zeggen over persoonlijkheid in Harmonices Mundi (1619). Johannes betoogde namelijk dat iemands persoonlijkheid ook gevormd werd door sociale achtergrond en door geslacht. Daarbij verwees hij onder andere naar de verschillen tussen hem en zijn moeder Katharina. Mensen met dezelfde geboortehoroscopen konden dus, aldus Johannes, nog steeds sterk verschillen van elkaar. Rublack toont in haar analyse niet alleen hoe de ideeën van Johannes zich ontwikkelden, maar ook hoe zijn persoonlijke omstandigheden zijn werk vormden.

Rublack liet weten dat zij geïnspireerd werd door Lyndal Roper’s Witch Craze. Dat is ook duidelijk terug te zien in de manier waarop Rublack, net als Roper, de procesdocumenten heeft uitgekamd. De meerwaarde van Rublacks boek is echter dat zij toegang heeft tot bronnen, die andere historici niet hebben in vergelijkbaar onderzoek naar heksenprocessen. Doordat Rublack zich kan beroepen op allerlei andere documenten, waaronder de correspondentie en geschriften van Johannes, kan Rublack een meer gelaagd en nog persoonlijker verhaal van een heksenproces bieden.

The Astronomer and the Witch is daardoor een uniek werk: niet alleen omdat het over een uniek voorval gaat (Johannes is zover bekend de enige beroemde wetenschapper uit de periode die zijn moeder in een heksenproces heeft verdedigd), maar ook omdat Rublack het verhaal op een geheel eigen manier heeft voorgelegd. Rublack schrijft daarmee niet alleen een spannend familiedrama, maar ook weet ze, net als een thrillerschrijver, om op het eerste gezicht compleet aparte elementen samen te brengen tot één geheel – dat maakt het boek zo’n interessante microgeschiedenis!

Door Stephanie Hall.

Stephanie Hall  studeerde Geschiedenis aan de Universiteit van York, waar ze zich specialiseerde in vroegmoderne religiegeschiedenis. Hierna studeerde ze Cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht, waar ze een scriptie schreef over de rol van materiële cultuur in negentiende-eeuwse missies op de eilanden van de Stille Oceaan.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top