Reportage: studiemiddag over de geschiedschrijving van de Eerste Wereldoorlog

Reportage: studiemiddag over de geschiedschrijving van de Eerste Wereldoorlog

Reportage: studiemiddag over de geschiedschrijving van de Eerste Wereldoorlog

Reacties uitgeschakeld voor Reportage: studiemiddag over de geschiedschrijving van de Eerste Wereldoorlog

Groote Oorlog: Grote Onbekende?
Maandag 10 oktober 2016 organiseerden Eerstewereldoorlog.nu en het Koninklijk Nederlands Historisch Genootschap (KNHG) in het Vlaams Cultuurhuis een studiemiddag over de geschiedschrijving en de herdenking van de Eerste Wereldoorlog in Nederland en België. Aanleiding hiervoor was de verschijning van het themanummer over dit onderwerp van BMG-Low Countries Historical Review, het kwartaalblad van het KNHG.

In Nederland en in België is de Eerste Wereldoorlog lange tijd een onderbelicht onderwerp geweest. Rond de millenniumwisseling werd een begin gemaakt met meer academische aandacht voor dit onderwerp met het verschijnen van De Groote Oorlog. Het Koninkrijk België tijdens de Eerste Wereldoorlog (Antwerpen/Amsterdam, 1997) van Sophie de Schaepdrijver en Buiten Schot. Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog 1914-1918 (Amsterdam, 2001) van Paul Moeyes. Deze titels zijn inmiddels standaardwerken geworden. Vandaag stond de vraag centraal in hoeverre het feit dat de oorlog in 2014 en 2018 respectievelijk een eeuw geleden begon en eindigde voor meer publieke belangstelling voor deze oorlog gezorgd heeft.

woi1
Sprekers
Vier sprekers, uit ieder land twee, spraken ieder ongeveer twintig minuten, waarbij de eerste twee sprekers zich vooral richtten op de geschiedschrijving van de oorlog en de laatste twee spraken over de herinnering eraan. Moeyes toonde aan de hand van spotprenten die tijdens de oorlog verschenen waren hoe indertijd tegen de oorlog aangekeken werd – het onderwerp van zijn in 2017 te verschijnen boek. Volgens hem hebben de winnaars  – Engeland en Frankrijk –  in hun herdenkingen van de Eerste Wereldoorlog in de loop der tijd dit conflict als een heldhaftige strijd om de beschaving te redden gepresenteerd. Het verliezende land Duitsland daarentegen ging nadruk leggen op het leed en de zinloosheid van oorlog.

Anton Vrints (Universiteit Gent) gaf een historiografisch overzicht van de geschiedschrijving over de Eerste Wereldoorlog in België. Kees Ribbens (Erasmus Universiteit Rotterdam, NIOD) besprak de herdenking van ’14-’18 over Nederland. Ons land bleef neutraal tijdens die oorlog, waardoor het altijd als een conflict van anderen gezien werd. Zelfs Huis Doorn, ballingsoord van de in 1918 naar Nederland gevluchte laatste Duitse keizer Wilhelm II, werd decennialang beschouwd als museum voor het Duitse hofleven tijdens de lange negentiende eeuw. Pas naar aanleiding van de honderdjarige herdenkingen van het conflict in de rest van Europa werd besloten het een museum voor de Eerste Wereldoorlog te maken – en dan nog blijft het de vraag of hiervoor blijvend subsidie verstrekt wordt. Nico Wouters (Universiteit Gent, Cegesoma) ging in op de ‘herdenkingscompetitie’ van 2014, toen plaatselijke gemeenten en de verschillende Belgische regeringen ieder hun eigen activiteiten organiseerden. Wouters meende dat hierbij vooral de commercie – toerisme – vooropgestaan heeft; wetenschappers werden nauwelijks betrokken.

Eerste Wereldoorlog < Tweede Wereldoorlog?
Drie jaar geleden las ik in een krant een artikel, helaas vergeten te bewaren, over de Eerste Wereldoorlog in België.  Een Belgisch historicus merkte op dat vanaf de jaren tachtig enigszins meewarig aangekeken werd tegen het alsmaar weer verschijnen van nieuwe delen van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog van Loe de Jong. ‘Houd toch op over die vijf jaar bezetting, wij hebben ook de vier jaar van de Eerste Wereldoorlog meegemaakt!’. Het artikel beschreef kort wat in België plaatsgevonden had – inclusief het beleid van het Duitse leger om burgers standrechtelijk te executeren. Diezelfde zomer las ik het Belgisch Labyrint van de Belgische auteur en gewezen journalist Geert van Istendael, waarin eveneens uitgebreid ingegaan werd op 14-18. Om die reden heb ik jarenlang gedacht dat in België de Eerste Wereldoorlog belangrijker gevonden werd dat de Tweede.

woi2
Het tegendeel bleek het geval.  Vrints vermeldde dat na  La Belgique et la guerre mondiale (1928) van Henri Pirenne geen Belgisch synthesewerk verscheen tot het  boek van De Schaepdrijver. Wouters zag het herdenkingsjaar 2014 als een inhaalslag. In de jaren zestig tot en met tachtig draaide alles om de Tweede Wereldoorlog, de eerste werd ook in België vrijwel genegeerd. Tijdens de afsluitende paneldiscussie dachten de sprekers verschillend over de vraag of de recente herdenkingen voor blijvende aandacht zouden zorgen. De consensus was dat die kans groter is in België dan in Nederland.

Persoonlijk hoop ik dat de Eerste Wereldoorlog ook in Nederland aandacht zal blijven krijgen, te beginnen op school. De Tweede Wereldoorlog was deels een gevolg van het eenzijdig de schuld voor de oorlog bij Duitsland en Oostenrijk-Hongarije leggen tijdens het Verdrag van Versailles. Veel aartsvaders van de Europese eenwording in de jaren veertig en vijftig waren – als je hun memoires leest – vooral door 14-18 gevormd. De Tweede Wereldoorlog was in veel opzichten voor hen eerder de aanleiding, de Eerste de werkelijke reden om een verenigd Europa zonder oorlog na te streven. In Nederland zal 40-45 om begrijpelijke redenen altijd meer aandacht krijgen – maar zonder kennis van 14-18 is het voor ons Nederlanders een stuk lastiger om ons in onze buurlanden en de meeste andere Europese landen te verplaatsen.

Politiek?
De Vlaamse beweging, waar zowel het omstreden Vlaams Belang als huidige regeringspartij N-VA uit voortgekomen zijn, is lang boos geweest omdat Franstalige officieren bevelen in het Frans gaven, waardoor Vlaamse soldaten onnodig de dood in gejaagd zijn. Was deze politieke mythe mede mogelijk omdat ook in België lang weinig belangstelling voor de Eerste Wereldoorlog is geweest? Vrints stelde me gerust: historicus Lode Wils heeft al in de jaren zeventig aangetoond dat dit bezijden de waarheid was. Of politici zich iets van historisch onderzoek aantrekken is een tweede.

Door Pieter de Jonge


PieterdejongePieter de Jonge begon met geschiedenis aan de VU, haakte door omstandigheden af, maar voltooide het alsnog in Utrecht. Hij twijfelde tot het laatst tussen oude geschiedenis en nieuwste geschiedenis. Zijn eindscriptie voor de master ‘politiek en maatschappij in historisch perspectief’ ging over de VVD en de kruisraketten. Hij is geïnteresseerd in politieke geschiedenis en religiegeschiedenis, ongeacht de periode. Pieter was daarnaast als stagiair in Huis Doorn betrokken bij de heruitgave van Sigurd von Ilsemann, Wilhelm II in Nederland 1918-1941 (2015).

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top