Reportage: Whartons Wereld

Reportage: Whartons Wereld

Reportage: Whartons Wereld

Reacties uitgeschakeld voor Reportage: Whartons Wereld

De violen zwellen aan. Mooie mensen in nog mooiere kleren vullen het doek. Het gesprek gaat over de liefde. Een gedragen bariton kondigt het uitgangspunt van de film aan: “In a time of tradition, in a place of privilege, Newland Archer lived his life by the rules of his society … until he met a woman who lived by her own rules”. Meer violen en mooie mensen volgen in de trailer voor The Age of Innocence. De bariton vertelt ons dat deze film gebaseerd is op het prijswinnende boek met dezelfde titel. Wat hij ons niet vertelt, is dat dit boek geschreven is door Edith Wharton.

Wie is deze schrijfster? Wharton geniet in Nederland weinig bekendheid. Drie van haar grootste romans, The House of Mirth (Het huis van vreugde), Ethan Frome en The Age of Innocence (De jaren van onschuld), zijn in het Nederlands vertaald. Vandaag de dag zijn ze echter zeer moeilijk verkrijgbaar. De onlangs verschenen publicatie van Romeinse koorts (Van Oorschot 2014), een selectie van haar verhalen, biedt de mogelijkheid tot een hernieuwde kennismaking. Op 27 mei organiseerde Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam (SLAA) in samenwerking met Jonge Historici een avond over Edith Wharton naar aanleiding van het verschijnen van deze bundel.

Isabelle Groenhof opende de avond en presenteerde Wharton als een complex figuur. Ze werd in 1862 als Edith Jones geboren in de beau monde van New York. Als kind verslond ze vele boeken en koesterde ze al literaire aspiraties. Haar ouders ontmoedigden dit echter. Al op haar zeventiende werd ze gepresenteerd op een debutantenbal, wat zij zelf als een kwelling ervoer. Zes jaar later huwde ze Edward ‘Teddy’ Wharton. Haar huwelijk met de onder depressies gebukt gaande Teddy was geen succes. Beiden hielden er buitenechtelijke relaties op na en in 1913 scheidden ze. Edith vestigde zich voorgoed in Frankrijk, waar ze in 1937 overleed. Haar eerste gedichten publiceerde ze in 1887. Acht jaar later werd haar eerste verhalenbundel uitgegeven. De uitgaven volgden elkaar vanaf dit moment in een hoog tempo op. Pas met de voltooiing van Ethan Frome in 1911 had ze echter het idee haar ware stem gevonden te hebben. Haar grootste succes zou ze in 1920 met The Age of Innocence hebben.

Wharton was een literaire duizendpoot. Ze schreef onder meer over binnenhuisarchitectuur en de tuinen van Italiaanse villa’s. Ze schreef zelfs een tijdens haar leven niet gepubliceerd ‘nasty’ verhaal over incest. Het beroemdst werd ze echter met haar haarscherpe, vaak vileine, schetsen van de New Yorkse aristocratie. In dit milieu was ze opgegroeid en ze had een scherp oog voor de eigenaardigheden en onhebbelijkheden van wie daar beschouwd werden als ‘Ons Soort Mensen’. Niet alleen haar milieu, maar ook haar leven wordt gereflecteerd in haar verhalen. The Mother’s Recompense, over de affaire van een iets oudere vrouw, was mede geïnspireerd door Whartons affaire met de journalist Morton Fullerton. Het verhaal Autre temps…, dat ook in Romeinse koorts is opgenomen, weerspiegelt de worsteling met haar scheiding van Teddy Wharton. Kort na het schrijven van dit verhaal gingen zij definitief uit elkaar.

De vraag die opdoemt op een avond gewijd aan een enigszins in de vergetelheid geraakte schrijfster, is waarom we haar boeken vandaag de dag nog zouden moeten lezen. Lisette Graswinckel, de vertaalster van Romeinse koorts betoogde dat Whartons verhalen en psychologische karakterschetsen, net als de nog steeds geliefde Griekse tragedies, totaal niet gedateerd zijn. De discussies over het aflopende huwelijk in het verhaal Granaatappelpitjes, zo betoogde Graswinckel, doen nog steeds zeer hedendaags aan. Groenhof bevestigde dit. Waar de motieven van de heldinnen van Jane Austen ons tegenwoordig soms oneigentijds voorkomen, zo stelde ze, zijn de worstelingen van Whartons vrouwen ook vandaag de dag nog heel herkenbaar. Graswinckel voegde hieraan toe dat Wharton de perfecte brug is tussen het heden en het verleden. In veel van haar werk kijkt Wharton zelf ook terug op het, tamelijk recente, verleden. Zij legt dit vervolgens zo helder uit dat de moderne lezer dit verleden ook zelf kan ervaren.

Ook vanuit een feministisch oogpunt is Wharton een boeiend geval. Ze beschreef sterke eigenzinnige vrouwen. Ellen Olenska, de ‘woman who lived by her own rules’ in The Age of Innocence is zo een vrouw. Met haar authenticiteit en onaangepastheid is zij het meest innemende karakter in het verhaal en is zij de mannen in haar omgeving in vele opzichten de baas. Wharton beschrijft de minder vrijgevochten vrouwen echter eveneens met sympathie. Haar feminisme lijkt dan toch ingekaderd te zijn door haar conservatieve opvoeding in de aristocratische kringen van New York, waarvan ze afstand kan nemen, maar waar ze niet volledig van losbreekt. Matin van Veldhuizen, lid van Leesclub Interbellum, ging kort in op Whartons relatie tot Henry James, waarin zowel een feministisch als een conservatiever vrouwbeeld naast elkaar te zien zijn. Wharton en James maakten geregeld autotrips in haar auto. James was geen fan van dit vervoersmiddel, maar de geweldige gesprekken die hij daar met Wharton voerde, maakten dit meer dan goed. James erkende Wharton als intellectueel gelijkwaardig. Dit blijkt echter niet uit de kaarten die ze James later schreef. Hierin schreef ze vooral over eten. Haar grootste talent, herinnerde James zich later, was daarnaast het uitzoeken van geschikte picknickplekken. Hoewel dit vrouwbeeld wat halfslachtig kan overkomen, biedt Whartons weifelende feminisme de moderne lezer misschien wel spannendere literatuur dan een meer eendimensionaal feministisch schotschrift zou bieden.

Naast het voorzichtige feminisme en de ook vandaag nog herkenbare psychologie zijn het naar mijn mening vooral Whartons ironische karakterschetsen die het tot een plezier maakt haar te lezen. Omdat humor echter lastig uit te leggen is, zou ik graag besluiten met een klein fragment uit het verhaal Xingu, dat de leden van Leesclub Interbellum later op de avond voorlazen:

‘We hebben zeer veel representatieve stadgenoten,’ zei ze op de toon van iemand die namens haar achterban spreekt.

 Osric Dane keerde zich naar haar toe. ‘En wat representeren ze?’ vroeg ze.

 Mevrouw Plinths diepgewortelde afkeer van ondervragingen werd verhevigd door haar besef onvoorbereid te zijn, en haar verwijtende blik deed de vraag bij mevrouw Ballinger belanden.

 ‘Wel,’ zei deze dame, op haar beurt een blik op de andere leden werpend, ‘ik denk dat ik niet overdrijf als ik zeg dat wij als gemeenschap staan voor cultuur.’

 ‘Voor kunst…’ merkte juffrouw Glyde op.

 ‘Voor kunst en literatuur,’ verbeterde mevrouw Ballinger.

 ‘En voor sociologie, mag ik hopen,’ snibde juffrouw Van Vluyck.

 ‘We hebben een bepaald niveau,’ zei mevrouw Plinth, die zich op het brede vlak van de generalisatie ineens veilig waande, en mevrouw Leveret, van mening dat een zo algemene opmerking voldoende ruimte bood voor twee, vatte moed om zacht te zeggen: ‘O zeker, we hebben een bepaald niveau.’

Tot slot zou ik de Stichting Literaire Activiteit Amsterdam (SLAA) en Uitgeverij Van Oorschot namens Jonge Historici graag hartelijk bedanken voor een fijne samenwerking en een boeiende avond. Onze dank gaat vanzelfsprekend eveneens uit naar Jasper Henderson, die de avond presenteerde, alsook naar Isabelle Groenhof, Lisettte Graswinckel en de leden van Leesclub Interbellum, Esther Gerritsen, Marjolijn van Heemstra, Marijke Schermer en Matin van Veldhuizen.

 

chrisChristiaan Engberts (1982) studeerde in Leiden filosofie en geschiedenis. Sinds 2013 werkt hij aan dezelfde universiteit als promovendus binnen het onderzoeksproject ‘The Scholarly Self: Character, Habit, and Virtue in the Humanities, 1860-1930’.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top