Saskia Veldhuis: De Vestaalse Maagden

Saskia Veldhuis: De Vestaalse Maagden

Reacties uitgeschakeld voor Saskia Veldhuis: De Vestaalse Maagden

Saskia Veldhuis

Samenvatting

Van vrouwen werd lange tijd gedacht dat ze een volledig ondergeschikte en overbodige rol speelden in de Oudheid. Saskia Veldhuis onderzoekt in deze paper of die veronderstelling wel terecht is. Ze doet dit allereerst aan de hand van vrouwenculten en daarna meer specifiek aan de hand van de Vestaalse Maagden. Deze laatsten speelden immers een dergelijk belangrijke rol in de Romeinse religie dat hun positie onmogelijk als overbodig gezien kan worden. Daarop verder bouwend is onderzocht hoe deze Maagden hun positie ervaarden en wat het voor een meisje betekende om als priesteres van Vesta te worden aangeduid. Hadden ze door hun benoeming meer rechten dan de gewone Romeinse vrouw en was Maagd zijn met andere woorden een voorrecht? Of verloren ze net de kans op een gezinsleven? Zou een jong meisje dat als Vestaalse Maagd werd ingewijd dat als een gunst of een straf zien?

Download de PDF

Saskia Veldhuis (pdf)

Lees met ISSUU

Volledige Tekst

INLEIDING

‘”Women.” There is no need to attempt a definition.
We are always with them and they with us.’

De woorden die C. Seltman veertig jaar geleden zonder schroom publiceerde in zijn Women in Antiquity kunnen als kenmerkend worden gezien voor de visie die de geschiedschrijving talloze jaren kende betreffende de vrouw. De secundaire en primaire literatuur en bronnen spreken immers vaak voor de vrouwen, maar zelf hebben ze weinig stem. Aanvankelijk werden ze dan ook geacht een stil bestaan als huishoudster en moeder te leven, waarbij ze ondergeschikt waren aan hun man. Het is intrigerend om te zien dat er alsmaar meer materiaal beschikbaar komt, waardoor de interpretatie van bronnen als archeologie, epigrafie en literatuur is geëvolueerd. Vandaag kunnen we dan ook veel vinden, lezen, bekijken en horen over de geschiedenis van de vrouw; een thema dat lange tijd onderbelicht was. We zijn door dit nieuwe materiaal en vernieuwde inzichten eveneens in staat om een beter beeld te vormen van de vrouwen uit de Romeinse geschiedenis. Zo is er steeds meer bekend over het huiselijke leven, de juridische en politieke rechten en het belang van vrouwen uit de elite binnen de Romeinse maatschappij. Uitkomsten van diverse onderzoeken geven aan dat deze vrouwen niet louter aan de oppervlakte van de samenleving functioneerden. De Romeinse vrouw had zeggenschap en verkreeg daarmee invloed op diverse terreinen van zowel het publieke, als het privéleven. Deze invloed liet de vrouw heus niet alleen gelden bij politieke schandalen of intriges.
Toch was er geen vrouw in het oude Rome die zo’n bijzondere positie bekleedde als de Vestaalse Maagd. Zij representeerde Rome als geheel en had uitzonderlijke rechten en plichten. Literatuur en archeologie, maar ook epigrafie en architectuur, geven haar een gezicht. Wie waren deze vrouwen in de Romeinse Republiek in hun Atrium Vestae op het Forum? Wat was hun belang voor het oude Rome? Een benoeming tot Vestaalse Maagd lijkt een groot voorrecht, een gunst, voor zowel het meisje als haar familie. Een dergelijke benoeming bood weliswaar zekerheden en structuur, maar bracht ook een enorme verantwoordelijkheid met zich mee. Daarnaast betekende het wellicht een gemis van huiselijkheid, moederschap en zelfbeschikking. Was de initiatie tot Vestaalse Maagd een gunst of kan het worden gezien als een gemis van datgene wat juist van belang was in het leven van een vrouw? Deze studie zal door een blik te werpen op vrouwenculten enerzijds en de Vestaalse Maagden anderzijds trachten te achterhalen welk belang vrouwen hadden voor de Romeinse religie.
Bij dit onderzoek moet er gekeken worden naar woordbepaling en tijdsgeest. De Vestaalse Maagden waren inherent aan de religieuze wereld van de Romeinen. Echter, een begrip als ‘religie’ hebben wij een modern kader gegeven, terwijl een dergelijk begrip geen tegenhanger kent in de Griekse of Latijnse taal. Daarnaast is er een enorme verscheidenheid binnen een grote hoeveelheid aan goden en kennen deze goden ook diverse functies. De klassieke wereld aanbad en vreesde een variëteit aan machten en krachten en vele goden waren verbonden aan verhalen en verklaringen. Klassieke goden waren gerelateerd aan het dagelijkse leven en de directe omgeving van de mensen. In de Romeinse wereld stond religie dan ook zichtbaar en centraal in het leven. Daarnaast was ze zo opgebouwd dat er geen sprake was van unificatie of cohesie. Antieke religie is dan ook moeilijk te vergelijken met bijvoorbeeld Christelijke of Islamitische religies. Haar inhoud draaide immers rond handelen en niet rond een bepaalde houding. Het blijkt ondoenlijk om een lijn te trekken vanuit de Oudheid naar onze moderne vorm van religie. Generalisatie is gevaarlijk, helemaal in een wereld die zo divers, complex en gelaagd was. Hierin was het aandeel van de Vestaalse Maagden onherroepelijk van groot belang, daar zij op religieus gebied de meest prominente groep vrouwen waren en een essentieel belang belichaamden voor de devote wereld van de Romeinse Republiek.
De verantwoording voor het gekozen tijdvak van de Republiek (509 v.Chr. – 27 v.Chr.) ligt bij een drietal aspecten. Ten eerste was Rome na jarenlang oorlog voeren nu het centrum van een wereldrijk. Ten tijde van de Republiek heerste Rome immers over het huidige Italië, Griekenland, vrijwel heel Spanje, delen van Noord-Afrika en Klein-Azië en het zuiden van toenmalig Gallië. De stad was zowel qua oppervlakte als bevolking gegroeid en was één van de grootste en rijkste steden aan de Middellandse Zee. Daarnaast bestaat er veel literatuur over de Romeinse Republiek en geeft het daarom niet alleen een context aan dit onderzoek, maar ook een goede basis. Ten derde is het van belang om deze periodisering aan te brengen, aangezien de Romeinse samenleving een enorme verandering onderging door de komst van de eerste keizer Augustus in 27 v.Chr. Niet alleen het bestuur en de politiek namen toen een andere wending, ook de religieuze wereld veranderde. Met de aanwezigheid van een keizer, werd namelijk ook de keizercultus geboren.

1: Vrouwenculten in de Romeinse Republiek

Om het citaat van C. Seltman uit de inleiding meteen te ontkrachten is het nodig om aan te tonen dat de rol van vrouwen niet marginaal was ten tijde van de Romeinse Republiek. Vrouwen hadden juist op het gebied van religie een centrale rol. Een goed voorbeeld om een dergelijke positie te bewijzen is onder meer de vrouwencultus. Het oude Rome kende diverse varianten. In dit hoofdstuk zullen er echter maar twee aan bod komen; namelijk de culten van flaminica Dialis en Bona Dea.

Flaminica Dialis

De exclusiviteit van de flaminica Dialis werd voornamelijk gekenmerkt door haar burgerlijke staat. Vrouwen met deze titel waren immers echtgenotes van de pontifex maximus en van de flamen Dialis, de priesters van Jupiter, één van de belangrijkste religieuze posten in de Romeinse wereld. De flaminica Dialis mochten deelnemen aan de religieuze rituelen van hun echtgenoten en deelden in hun verantwoordelijkheid. Volgens C.E. Schultz kunnen deze vrouwen gezien worden als priesteressen, ook al bestaat er tal van discussie binnen zowel de antieke als de moderne geschiedschrijving over deze functie, onder meer vanwege het gebrek aan archeologisch en epigrafisch materiaal. Binnen deze discussie haalt zij echter een bijzondere visie aan. De flamen en flaminica zijn niet separaat, maar juist inherent aan elkaar. Zij representeerden één enkel priesterschap dat uitgevoerd werd door een getrouwd stel. Een initiatie tot deze cultus werd dus niet bewerkstelligd door de afkomst, kennis of welvaart, maar door het huwelijk.

Bona Dea

Het is een uitdaging om een juist inzicht te verkrijgen in de cultus van Bona Dea, aangezien deze gekenmerkt kan worden als een mysteriecultus. Hieronder versta ik een actieve, religieuze beweging waarbij ceremonies en rituelen alleen toegankelijk waren voor geïnitieerden. In dit geval werd de exclusiviteit behouden door de uitsluiting van mannen. Bona Dea werd gezien als de godin van vrouwen en haar cultus was voornamelijk gericht op het eren van de vruchtbaarheid. De cultus was tweeledig. Enerzijds werd er op 1 mei een offer gebracht in de tempel van Bona Dea aan de voet van de Aventijn. Anderzijds werd een gesloten religieuze ceremonie gehouden in de nacht van 3 op 4 december. Deze decemberceremonie vond plaats in het huis van een hogere, civiele magistraat, zoals bijvoorbeeld een consul of praetor.
Dat de cultus van Bona Dea onderdeel was van de publieke religieuze wereld is op te maken uit het werk Caesar van Plutarchus. Hij beschrijft het schandaal uit 62 v.Chr. waarin Publius Clodius Pulcher de cultus beschaamde door vermomd aanwezig te zijn in het huis van Caesar, waar op dat moment een ceremonie ter ere van Bona Dea gaande was. Zijn doel was om de vrouw van Caesar, Pompeia, tot de zijne te verleidden. Deze overmoedige daad werd gezien als een zware misdaad, ook in de hogere lagen van de samenleving. De cultus was dermate strikt voor vrouwen bedoeld dat zelfs de mannelijke beelden in huis tijdens een ceremonie werden bedekt. Een man zou bovendien blind raken van het aanschouwen van de rituelen van Bona Dea. Met Clodius liep het echter goed af: na een aanklacht en proces wegens heiligschennis, werd hij alsnog vrijgesproken.
In tegenstelling tot de initiatie van de flaminica Dialis en de Vestaalse Maagden, zoals we later zullen zien, was de cultus van Bona Dea niet louter toegankelijk voor een zeer exclusieve groep vrouwen. De ceremonies werden inderdaad bijgewoond door de Vestaalse Maagden en alle gegoede vrouwen uit de stad. Echter, aangezien het een slavin was die Clodius in 62 v.Chr. ontmaskerde, moeten mijns inziens ook zij aanwezig zijn geweest bij de ceremonies ter ere van Bona Dea.
De betekenis en extensie van deze cultus is lastig te benoemen. In zijn omvangrijke studie naar de cultus van Bona Dea schetst H.H.J. Brouwer een duidelijke kanttekening. De literaire bronnen die aangeven dat de cultus van groot belang was, zijn gebaseerd op een enkele primaire bron: Cicero. Brouwer geeft aan dat de omvang en het belang van de cultus wellicht wordt overdreven, omdat er geen tegengeluid kan worden gegeven door andere primaire bronnen. Daarnaast is volgens Brouwer de opvatting dat de cultus van Bona Dea zo nadrukkelijk mannen uitsloot ook gebaseerd op deze enkele bron. De epigrafie laat namelijk een hele andere cultus zien, waarin mannen wel degelijk een functie hadden en de godin eerden. Deze epigrafie en de door Brouwer getrokken conclusie wordt overigens ook door Schultz genoemd. A. Staples concludeert dan ook in From Good Goddess to Vestal Virgins dat de cultus van Bona Dea niet louter om de vrouw en haar vruchtbaarheid ging, maar juist een verhouding weergaf tussen de tegenpolen man en vrouw. De cultus van Bona Dea wordt mijns inziens dan ook onterecht betiteld als mysteriecultus, gezien de exclusiviteit ervan legitiem ter discussie staat. Van een gehele en noodzakelijke uitsluiting van mannen binnen de cultus en bij de verering van de godin blijkt namelijk geen sprake te zijn.

Deze twee voorbeelden geven een summier beeld over de rol van vrouwen in de religieuze Romeinse wereld, maar weerleggen wel de lange tijd heersende visie op de geschiedenis van de vrouw. Historici als Seltman (1956) en Balsdon (1962) worden dan ook ontkracht in hun opvattingen over de religieuze rol van de vrouw door vernieuwende geschiedschrijvers als Staples (1998), Schultz (2006) en Wildfang (2006). Romeinse vrouwen hadden in de religieuze wereld wel degelijk een centrale rol en niet alleen in de huiselijke sfeer, maar juist ook publiek. Een positie als flaminica Dialis of een initiatie in de cultus van Bona Dea betekende dat een vrouw kon handelen namens het volk; de verering geschiedde namelijk pro populo, ‘voor het volk’. De volgende hoofdstukken betreffende de Vestaalse Maagden zullen nog een prominentere religieuze en publieke rol voor vrouwen aangeven.

2: De Vestaalse Maagden

Bronnen

Voordat we nader kijken naar de vrouwencultus van de Vestaalse Maagden is het van belang om kritisch te kijken naar het bronmateriaal dat we kunnen gebruiken. Één van de problemen bij het bestuderen van de antieke religieuze wereld ligt immers in de willekeurige weergave van de primaire bronnen. Er is geen primaire literatuur met georganiseerde en gedetailleerde kennis te vinden. We zijn dus genoodzaakt om fragmenten en irrelevante informatie te gebruiken om een geheel aan rituelen en overtuigingen te reconstrueren. Primaire bronnen die in dit onderzoek zijn gebruikt komen uit de hand van Cicero, Livius, Aulus Gellius en Plutarchus. Deze bronnen omvatten een groot tijdvak en zijn daarom gekleurd te noemen. Verder is er ook archeologisch materiaal gebruikt – zoals bijvoorbeeld het atrium en aedes Vestae – net als epigrafie. Dit laatste materiaal is echter voor de periodisering van de Romeinse Republiek minder beschikbaar vanwege de kleine hoeveelheid vrouwen die een dergelijke positie betrokken en de slechtere overlevering door hun vroege periode.

Rhea Silvia, de eerste Vestaalse Maagd

De oorsprong van deze prominente groep vrouwen ligt bij de legende van Romulus en Remus in de verre geschiedenis van Rome. In dé ontstaansmythe zelf speelt de Vestaalse Maagd immers een bijzondere rol, wat haar belang voor Rome onderstreept.
De legende geeft ons Rhea Silvia, dochter van koning Numitor. Nadat Numitor door haar oom Amulius is afgezet, diende zij haar leven aan Vesta te wijdden. Zo zou zij maagd blijven, kinderloos sterven en dus geen nakomelingen baren die Amulius van zijn troon konden stoten. Toen zij na een samenzijn met oorlogsgod Mars alsnog moeder werd van Romulus en Remus, werd ze in de Tiber gegooid. Daar huwde zij met de riviergod, terwijl haar twee goddelijke zonen werden overgeleverd aan de warmte en zorgzaamheid van een wolvin. De tweeling bevocht elkaar vervolgens onverschrokken om de troon, waarbij Romulus triomfeerde en heerschappij kreeg over de dan nog minuscule nederzetting Rome. Die kampte volgens de legende met een tekort aan vrouwen, wat in een roof van maagdelijke Sabijnse vrouwen resulteerde. Het startsein voor Rome was daarmee gegeven, met aan haar grondslag een inventieve heerschappij. Rhea Silvia, de Vestaalse Maagd, was dus de moeder van goddelijke zonen die met succes konden overleven en zo de kiem zaaiden voor een wereldrijk.

Een leven als Vestaalse Maagd

De Vestaalse Maagden waren zes meisjes en vrouwen die al heel jong door de pontifex maximus uit aristocratische families werden gekozen. Primaire bron Aulus Gellius beschrijft in zijn Noctes Atticae de selectie- en initiatieprocedure. Het meisje moest tussen zes en tien jaar zijn; geen fysieke smet, belemmering of letsel hebben; een levende vader en moeder hebben en biologisch een Romeinse bloedlijn bezitten, zodat zij niet alleen fysiek, maar ook sociaal en cultureel onbevlekt was. Vanaf het moment dat het meisje werd opgenomen in het priesteressenschap werden alle banden met haar familie verbroken door de pontifex maximus. Het meisje wachtte op de schoot van haar vader de aantocht van de hogepriester af. Die nam het meisje bij de hand en leidde haar weg bij haar vader. Vervolgens verhuisde zij meteen fysiek vanuit haar ouderlijk huis naar het Atrium Vestae, het officiële onderkomen van de Vestaalse Maagden, waar zij haar volgende dertig jaar zou doorbrengen. Een ritueel dat overigens opvallende gelijkenis toont met de Romeinse huwelijksceremonie. Dat het meisje de naam Amata, geliefde, diende te dragen is een verwijzing naar het huwelijk. Daarnaast droegen de Maagden de rode sluier, flammeum, en de haardracht van de zes vlechten, sex crines, van de gehuwde vrouw. Echter, bij het huwelijk werd het meisje weggenomen bij haar moeder en dus niet bij haar vader. Ook bleef zij altijd onder voogdij van een mannelijk familielid, in tegenstelling tot de priesteres van Vesta. De vergelijking tussen de selectie- en initiatieprocedure en het Romeins huwelijk roept dan ook heel wat discussie op bij diverse historici.
De verbintenis aan het Atrium Vestae was geen levenslange verplichting, hoewel veel priesteressen hier wel voor kozen. Hun leven moest in ieder geval minimaal dertig jaar in dienst staan van de godin Vesta. Zij dienden tien jaar als novices en vervolgens voerden zij tien jaar alle rituelen en andere taken uit. De laatste tien jaar stonden in het teken van het onderwijzen en begeleiden van de nieuwe novices. De voornaamste taak van de Vestaalse Maagden was de heilige vlam brandende houden. Deze stond symbool voor de eeuwigheid van de staat en uitdoving zou dan ook tot rampspoed of zelfs tot de ondergang van Rome kunnen leiden. Het meel, mola salsa, dat gedurende het jaar werd gebruikt op een groot aantal religieuze festivals, werd ook gemaakt door de Vestaalse Maagden. Het stampen van meel, verborgen in het binnenste van het verblijf van de priesteressen, lijkt wellicht niet belangrijk. Maar zonder deze voorbereidende activiteiten en het bewaken van het openbare vuur was geen enkel offer mogelijk. Er kon dan ook geen publiek offer worden opgedragen zonder de medewerking – op afstand maar doeltreffend -,van de Maagden. Priesteressen van Vesta hadden daarenboven de plicht om maagd te blijven. Zo zouden zij niet huwen en baren en konden zij hun leven geheel wijdden aan de godin Vesta. Deze taken, plichten en maagdelijkheid waren van dermate grote betekenis, dat bij verwaarlozing of het niet honoreren ervan, de Vestaalse Maagd levend werd begraven. Hier zal ik in het volgende hoofdstuk verder op ingaan. Een Vestaalse Maagd leefde overigens niet in eenzaamheid of afzondering. Haar sociale leven omvatte diners en festiviteiten en daarnaast participeerde zij in ceremonies van vrouwenculten. In de keizertijd hadden de Vestaalse Maagden zelfs een prominente plek recht tegenover de keizer tijdens gladiatorenspelen, terwijl de aanzienlijke burgervrouwen tot de nok van het amfitheater werden verbannen.
Naast haar taken en plichten kende de Vestaalse Maagd ook bijzondere rechten. Om dit te verklaren is het nuttig om te verwijzen naar historica M. Beard. Zij geeft in haar Sexual Status of Vestal Virgins aan dat de priesteressen diverse rollen hadden. De priesteres van Vesta is ten eerste Vestaalse Maagd, maar daarnaast heeft zij ook de rol van matrona, een getrouwde Romeinse vrouw. De Maagden waren aanwezig bij ceremonies van vrouwenculten als Bona Dea en droegen bruidskleding. Ook hadden zij de taak om de mola salsa te bereiden, wat als een typisch recht voor vrouwen gezien kan worden omdat dit een huiselijke handeling was. Beard geeft verder aan dat de priesteressen daarnaast een derde rol hadden met de daarbij horende bijzondere rechten en plichten. Het feit dat de Vestaalse Maagden bewijs mochten aandragen tijdens een juridisch proces en dat zij eigen goederen mochten nalaten aan verwanten, duidt op een mannelijke rol. Vestaalse Maagden hadden eigen kapitaal en dat was vaak aanzienlijk vanwege de grote giften die zij mochten aannemen. Daarnaast ontvingen zij een bruidschat bij het voltooien van hun dertigjarige betrekking. Zij symboliseerden dus zowel man, vrouw, als het verhevene en waren zo representatief voor geheel Rome.
Nu we geconstateerd hebben dat de Vestaalse Maagd niet alleen op een belangrijk punt in de stad woonde, maar ook als symbool werd gezien voor Rome, wordt de nieuwsgierigheid geprikkeld. Wat was het belang van de Vestaalse Maagden voor Rome?


3: De Vestaalse Maagden en Rome

De prominente verantwoordelijkheid en vitale betekenis van de positie van de Vestaalse Maagden zijn al eerder aan bod gekomen en met diverse voorbeelden aangeduid. In dit hoofdstuk wordt de omvang van de cultus in het privéleven en het verblijf van de Maagden op het Forum Romanum besproken. Ook het gevolg van het niet honoreren van eerder genoemde rechten en plichten wordt hier besproken. Deze elementen onderstrepen namelijk het belang van de Vestaalse Maagden voor Rome.

De cultus van Vesta

De meeste huiselijke rituelen in de Romeinse Republiek waren gewijd aan Vesta, godin van de huiselijke haard. Op naamdagen van de godin en op andere belangrijke data voor de familie werd de stookplaats behangen met guirlandes en werden wijn en andere delicatessen geofferd in het vuur. Vesta werd nauw geassocieerd met de penates, goden die waakten over de voorraden van het huishouden. Olie, wijn, graan en groenten waren primaire onderdelen van de maaltijd en dienden dan ook secuur bewaakt te worden. Binnen deze privésfeer voerde de huisvader het ritueel ter ere van Vesta uit. Dat is op twee punten merkwaardig te noemen. Vesta was als godin van huis en haard voornamelijk van belang voor de vrouwen. Zij waren het die zorgden, voedsel bereidden en huishoudelijke verantwoordelijkheden droegen. Daarnaast was de grote rol van de pater familias in de private cultus van Vesta opmerkelijk, vanwege de prominente positie van de vrouw, de Vestaalse Maagd, in de publieke religieuze cultus rond Vesta.
Omdat de haard het centrum was van huiselijke cultuur, kenden veel Romeinse domus ook altaren of heiligdommen ter ere van Vesta. Deze zijn in prachtige staat teruggevonden in Pompeii, Herculaneum en zelfs in Nederland en onderstrepen het belang van de cultus van Vesta. De miniatuurtempels, beelden en mozaïeken bewijzen dat Veste overal in het dagelijkse leven was en daarmee onomstreden verbonden was met het voortbestaan van Rome en haar inwoners.

Het belang voor Rome

Gekleed als bruiden, hoewel zij niet mochten huwen, eerden de Vestaalse Maagden de godin hoofdzakelijk in de publieke sfeer. De Maagden leefden bij de Tempel van Vesta op het Forum Romanum. Bij deze tempel bevond zich ook het Atrium Vestae, het huis van de Vestaalse Maagden. Dit enorme complex had vijftig kamers en stond vroeger in verbinding met de tempel. De kamers die uitkeken op de binnentuin vol beelden en vijvers zijn het beste bewaard gebleven. De positie en omvang van beide gebouwen op het Forum Romanum tonen aan dat deze cultus van groot belang was voor Rome en haar inwoners. Hun onderkomen was immers prominent en permanent geplaatst in het centrum van de stad, met daarin het vuur van Vesta, dat werd gezien als het sacrale hart van de stad en dus nauw verbonden was met de vitaliteit en de overleving van Rome. Vanuit de religieuze betekenis en de publieke erkenning van de cultus van Vesta acht ik te concluderen dat de priesteressen in aanzien en belang boven elke man in de Republiek stonden, met uitzondering van de pontifex maximus. De exclusieve autoriteit van de pontifex maximus was een oude traditie. Het vestigen en benoemen van deze positie is terug te leiden tot nog voor de periode van Tarquinius Priscus, de vijfde koning van Rome (ca. 616 v.Chr. – ca. 578 v.Chr).

Crimen incesti

Als een Vestaalse Maagd haar maagdelijkheid verloor, of indien men vermoedde dat dit het geval was, betekende dat een groot gevaar voor het voortbestaan van Rome. Dit werd als een dermate ernstige misdaad gezien dat men het aanduidde als crimen incesti, een misdaad van incest, en dat deze de dood door levend begraven tot gevolg had. Het ritueel dat werd gevolgd een dergelijke straf van een onkuise Vestaalse Maagd is op meerdere punten bijzonder te noemen. Om dit in het juiste perspectief te plaatsen is het eerst van belang om aan te geven dat er weinig sprake is geweest van een dergelijke lotsbestemming. Tim Cornell geeft in Le Délit Religieux dans la Cité Antique weer dat we maar twee geregistreerde gevallen kennen in de periode tussen de eerste Punische oorlog en het einde van de Republiek. Deze gevallen hebben zich in 216 en 114 v.Chr. voorgedaan. Hier moet overigens de andere partij die betrokken was bij het, vermoeden van, verliezen van de maagdelijkheid niet vergeten worden. De man in kwestie werd in het slechtste geval publiekelijk gegeseld en diende zijn littekens een leven lang mee te dragen. Echter, het kwam ook voor dat de man werd vrijgesproken van heiligschennis. Een voorbeeld daarvan is Marcus Crassus, een zeer welvarend man uit het Rome van de eerste eeuw v.Chr. Toen hij werd aangeklaagd wegens gemeenschap met een Vestaalse Maagd, voerde hij aan dat hij de vrouw alleen had verleid om haar bezittingen in te pikken en werd geloofd. De Maagd in kwestie ontliep haar doodvonnis door de overtuigingskracht van haar minnaar.
Daarnaast is niet alleen de zeldzaamheid van het ritueel opvallend; het is buitengewoon voor het gehele Romeinse religieuze systeem. In geen enkele andere situatie, zover bekend, werd een religieuze overtreding gevolgd door een doodvonnis. Het belang van de Vestaalse Maagd voor Rome wordt hierin opnieuw onderstreept. Het vermoeden van het doen verliezen van de maagdelijkheid was namelijk al een reden op zich om deze priesteres te straffen. Dat er vervolgens werd gekozen voor een dodelijk vonnis geeft aan dat er een desastreuze en radicale actie nodig was om de relatie met de goden, pax deorum, en dus het welbevinden van de Republiek te herstellen. Het is buitengewoon interessant dat de weinige keren dat een Vestaalse Maagd levend werd begraven te relateren zijn aan een turbulente situatie in het Romeinse Rijk. Het proces van 216 v.Chr. tegen de Vestaalse Maagden Opimia en Floronia viel samen met de grote Romeinse nederlaag in de strijd tegen Hannibal bij Cannae. Het proces tegen Aemilia, Licinia en Marcia in 114 v.Chr. liep gelijk met de vernietiging van het leger bij Thracië door Scordici. De Vestaalse maagdelijkheid was dus meer dan symboliek. Het representeerde een realiteit van leven en dood, en daarmee stabiliteit en chaos, voor de Romeinse staat.
De positie van de Vestaalse Maagd was zo prominent, dat indien zij onkuis werd verklaard en dus het doodvonnis kreeg, dit een buitengewoon sereen ritueel was. De executie, zoals hieronder beschreven door Plutarchus, veroorzaakte stilte onder het publiek. Het bewoog de pontifex maximus en andere priesters zelfs om zich van het tafereel af te keren. De aankleding en aanwezige levensmiddelen in de tombe bevestigen daarnaast de opvatting dat het hier niet zou gaan om moord. Een leven dat in functie aan het hoogste sacrale was gewijd kon niet worden beëindigd door moord. Haar functie was overigens dermate prominent dat de Maagd als enige uitzondering op de regel binnen de stadsmuren werd begraven.

She that hath broken her vow of chastity is buried alive near the Colline gate. Here a little ridge of earth extends for some distance along the inside of de city wall … Under it a small chamber is constructed, with steps leading down from above. In this are placed a couch with its coverings, a lighted lamp, and very small portions of the necessities of life, such as bread, a bowl of water, milk, and oil, as though they would thereby absolve themselves of the charge of destroying by hunger a life which had been consecrated to the highest services of religion. Then the culprit herself is placed on a litter, over which coverings are thrown and fastened down with cords so that not even a cry can be heard from within, and carried through the forum. All the people there silently make way for the litter, and follow it without uttering a sound in a terrible depression of soul. When the litter reaches its destination, the attendants unfasten the cords of the coverings. Then the high priest, after stretching his arms towards heaven and uttering certain mysterious prayers, brings forth the culprit, who is closely veiled, and places her on the steps leading down into the chamber. After this he turns away his face as do the rest of the priests, and when she has gone down, the steps are taken up, and great quantities of earth are thrown into the entrance of the chamber, hiding it away, and making the place level with the rest of the mound.

De Vestaalse Maagden speelden dus niet alleen een prominente rol in de cultus van Vesta, maar in de gehele religieuze beleving van de Republiek. Hun taken en plichten waren nauw verbonden met het voortbestaan van het rijk. Zo’n groot belang is aan geen enkele andere vrouw uit de Republiek toe te wijzen. Een verantwoordelijkheid en positie als deze was dan ook een enorme gunst voor de Maagd en haar familie. Om in te kunnen schatten of een initiatie tot Vestaalse Maagd als gunst of gemis kan worden bezien, is het nodig om te kijken wie de betrokkenen zijn geweest en wat hun belangen waren.


4: Gunst of gemis?

Een initiatie tot Vestaalse Maagd kende diverse kanten en betrok verschillende partijen. Voor welke partij was de initiatie een gunst en voor welke een gemis? De betrokkenen bij een dergelijke positie zijn mijns inziens in drie rollen te delen. Het meisje zelf, de verwanten van het meisje en daarnaast de Romeinse samenleving, waarvan het belang al in het voorgaande hoofdstuk is toegelicht.

De betekenis van initiatie voor verwanten

De zekerheid en stabiliteit die het meisje in het verschiet lagen hadden natuurlijk ook invloed op haar verwanten. Er was niet alleen een mond minder om te voeden, maar het leverde eveneens inkomen op. De Maagd ontving namelijk grote giften van particulieren en de staat en had beslissingsbevoegdheid over haar kapitaal. De verwanten in kwestie ontvingen dan ook met enige regelmaat een toelage van de Vestaalse Maagd en deelden in haar welvaart en dus aanzien. Daarnaast maakten alle eisen die werden gesteld om Vestaalse Maagd te mogen worden, de selectieprocedure zo exclusief dat ook dit status gaf aan de verwanten van het gekozen meisje. De familie moest namelijk van zeer goede, sociale en stabiele huize komen om een meisje uit hun midden verkozen te laten worden. Het was bijgevolg een enorme teleurstelling als een meisje werd afgewezen als Vestaalse Maagd. Tacitus schrijft over een financiële goedmaker bij weigering van een dochter. De inhoud van deze tekst stamt uit de Keizertijd, maar zal ook kenmerkend zijn geweest voor de tijd van de Republiek.

The emperor then brought up the question of a replacement for Occia, who had for fifty-seven years presided over the rite of Vesta with supreme sanctity. He proposed a vote of thanks to Fonteius Agrippa and Domitius Pollio for the public-spirited way in which they had offered their daughters for selection. Pollio’s child had been chosen, for no other reason than that her mother was still living with her husband; Agrippa had divided his household by his divorce. The emperor, however, gave the rejected candidate a surety of a dowry of a million sesterces as a consolation prize.

De betekenis van initiatie voor het meisje

Door haar eerdergenoemde beslissingsbevoegdheid en vrijheden op juridisch en economisch gebied stond de Vestaalse Maagd hoger gepositioneerd dan de gewone vrouw. Een recht als zelfbeschikking of het beheren van eigendommen waren grote voordelen voor een vrouw uit de Republiek. Echter, zolang een vrouw als priesteres van Vesta maagd moest blijven, mocht zij niet huwen. En zo lang ze niet kon trouwen, kon ze niet participeren in, of terugvallen op, de familiaire en huiselijke structuren van Rome. Daar komt bij dat het doorgeven van een wettelijke bloedlijn hoog aanzien gaf, een recht waar de Vestaalse Maagd zelden beroep op kon doen..
De gunst van een initiatie creëerde echter wel zekerheid en structuur. Daarnaast ontving het meisje een reeks wettelijke privileges waarvan jonge meisjes en gehuwde vrouwen waren uitgesloten. Vestaalse Maagden hadden recht op een lictor, erewacht, en vielen niet onder de voogdij van een vader of echtgenoot. Eerder heb ik al de juridische inspraak en het beheren van eigen kapitaal genoemd. Een Maagd kon zich dus vrijer bewegen. Echter, toch zal het niet kunnen participeren en groeien in een maatschappij, maar nog belangrijker, in een huishouden, een groot gemis kunnen zijn geweest. Een Vestaalse Maagd liet haar geschiedenis als mens namelijk geheel los. Haar voorouders waren immers niet haar bloedverwanten, maar haar voorgaande Maagden. De Vestaalse Maagden waren onbereikbaar voor eenieder, en wellicht dus nog het meeste voor zichzelf. Zij dienden hun leven en toekomst te geven aan Vesta, terwijl een moeder haar natuurlijke liefde kon vinden bij hen die ook haar liefhadden. Toch was er zonder de tussenkomst van de uitermate exclusief geselecteerde Vestaalse Maagden geen verering van de goden mogelijk. Dit gaf hen zo’n prominente positie dat ik niet anders kan concluderen dan dat de initiatie tot Vestaalse Maagd een gunst was voor het meisje van een onmiskenbaar formaat.

CONCLUSIE

Het belang en voortbestaan van een wereldrijk als dat van de Romeinen lag in de handen van de Vestaalse Maagd en was een verantwoordelijk-heid die haar vermoedelijk druk oplegde. De relatie met de goden, pax deorum, en de voorspoed van het rijk, zowel politiek als sociaal en economisch, was immers inherent aan haar functioneren. Met andere woorden, als er grootschalige onrust ontstond binnen de Republiek, zocht men deze oorzaak bij haar en werd deze wellicht ook gevonden. Haar belang en betekenis voor Rome is dan ook vitaal te noemen. Zij representeerde Rome niet alleen; zij was Rome. Deze verantwoordelijkheid viel echter niet zomaar in haar handen. De selectie was exclusief en het leek dan ook een groot voorrecht om die uitverkorene te zijn. Haar rechten werden uitgebreid tot waar de gewone burgervrouw ze niet meer had. Ze beschikte daarnaast over haar eigen kapitaal met een omvang die de burgerman niet gewoon was. Haar plicht was van groot belang, wat haar veel aanzien en respect opleverde. Echter, er was ook een keerzijde. Haar unieke status ontnam haar participatie in een huishouden. Een toekomst als partner, maar vooral als moeder, was geen optie en kon dan ook als een gemis worden ervaren, net als het niet kunnen terugvallen op de geborgenheid van de familie.
Toch zal een leven als vrouw in het oude Rome geen gemakkelijk bestaan zijn geweest. Het merendeel van de vrouwelijke bevolking werd inderdaad als mindere gezien van haar man, vader of ander mannelijk familielid. Zij hadden geen eigen kapitaal en konden eigen bezit niet nalaten. Hun toekomst was onzeker – en niet alleen in de liefde – maar bijvoorbeeld ook juridisch gezien. Een Romeinse burgervrouw zal dus waarschijnlijk een groter gemis hebben gekend dan de Vestaalse Maagd. Waar men dan ook zou verwachten dat de Vestaalse Maagd afgezonderd en in eenzaamheid leefde, laat dit onderzoek een ander beeld zien. Zij had namelijk, net als de gewone vrouw, een sociaal leven. Zij stond daarnaast zo centraal in de Romeinse Republiek dat eenieder haar herkende, erkende en kende. De Vestaalse Maagd eerde die bijzondere godin Vesta en de Romeinen eerden naast hun Vesta vooral ook hun Maagden. De Vestaalse Maagd zal haar positie door al het bovenstaande waarschijnlijk niet als een gemis hebben ervaren. Haar initiatie was een gunst; niet alleen voor haar familie, maar ook voor geheel Rome, en dus voor haarzelf. De voortgang van Rome lag in haar handen en diende dus ook haar eigen, gunstige voortbestaan.

LITERATUURLIJST

Beard, M., ‘The Sexual Status of Vestal Virgins’, The Journal of Roman Studies, Vol. 70 (1980) 12-27.

Boatwright, M.T., D.J. Gargola, R.J.A. Talbert, The Romans, From Village to Empire, New York, 2004.

Brouwer, H.H.J., Bona Dea: The Sources and a Description of the Cult, Leiden, 1989.

Clauss, M., Kaiser und Gott. Herrscherkult im Römischen Reich, Stuttgart en Leipzig, 1999.

Cornell, T., ‘Some observations on the ‘crimen incesti’, Le Délit Religieux dans la cite Antique, Collection de l’École Française de Rome, 1980.

E.T.M., ‘Execution of a Vestal and Ritual Marriage’, Classical Philology (Juli, 1914) 317-322.

Holland, T., Rubicon, the Triumph and Tragedy of the Roman Republic, Londen, 2003.

Kamm, A., The Romans, an Introduction, Londen, 1995.

Meijer, F, J., Gladiatoren, Volksvermaak in het Colosseum, Amsterdam, 2003.

Rives, J.B., Religion in the Roman Empire, Malden, 2007.

Scheid, J., Y. Thomas, ed., Geschiedenis van de vrouw, Oudheid, Amsterdam, 1992.

Schultz, C.E., ‘The Romans and Ritual Murder’, Journal of the American Academy of Religion, 78-2 (2010) 516.

Schultz, C.E., Women’s Religious Activity in the Roman Republic, Chapel Hill, 2006.

Seltman, C., Women in Antiquity, Londen, 1956.

Staples, A., From Good Goddess to Vestal Virgins, Sex and Category in Roman Religion, Londen, 1998.

Wildfang, R.L., Rome’s Vestal Virgins, A study of Rome’s Vestal priestesses in the late Republic and early Empire, Londen, 2006.

About the author:

Back to Top