Uit de schaduw: Wendela Bicker, First Lady in de zeventiende eeuw

Uit de schaduw: Wendela Bicker, First Lady in de zeventiende eeuw

Uit de schaduw: Wendela Bicker, First Lady in de zeventiende eeuw

Reacties uitgeschakeld voor Uit de schaduw: Wendela Bicker, First Lady in de zeventiende eeuw

Johan de Witt: raadpensionaris van de Republiek in de zeventiende eeuw. Mijn vriend kan het inmiddels dromen. Vanwege het werk dat ik doe bij het project van het Huygens ING over de raadpensionaris, komt zijn naam tijdens het eten vaak ter sprake. Wanneer ik echter de naam van Wendela Bicker noem, kijkt hij me vragend aan. Deze naam heeft hij, net als u waarschijnlijk, nog niet vaak gehoord.

Johan de Witt (1625-1675)

Wendela is niet zo bekend als haar man, Johan de Witt. Niet gek ook, zij heeft immers niet voor 19 jaar de leiding over Nederland gehad. Toch was ze een belangrijk steun en toeverlaat voor Johan. Als vrouw van de raadpensionaris kan Wendela gezien worden als een van de first lady’s van Nederland. Naast het opvoeden van de kinderen zorgde ze ervoor dat Johan met beide benen op de grond bleef staan.

Johan en Wendela

Wendela wordt in 1635 geboren als dochter in een belangrijk regentengezin in Amsterdam. Haar vader wordt uiteindelijk zelfs burgemeester van deze stad. In de zeventiende eeuw een van de belangrijkste politieke ambten. Als achttienjarige ontmoet ze de dan achtentwintigjarige Johan in Amsterdam. Johan zelf woont als vrijgezelle raadpensionaris in Den Haag. Als de twee op 16 februari 1655 trouwen, neemt Wendela de leiding in het stuurloze huishouden van haar man.

Al voor het sluiten van het huwelijk gaan Wendela en Johan elkaar brieven schrijven. Deze brieven gaan over het aanstaande huwelijk. Zo schrijft Wendela op 18 januari 1655 dat haar moeder het een goed idee vindt als ze mevrouw Trip[1] uitnodigen voor de maaltijd nadat het huwelijk is gesloten. In diezelfde brief is Wendela bang dat Johan haar handschrift niet kan lezen. Ze schrijft: “Ick die dogh een creupelen screijfter ben, maer hoop dat ghij door mijn onleesbaer srieft en broodigh spelden, nogh de sin sult verstaen.”

Ook na het huwelijk blijven de twee echtelieden elkaar schrijven. Vanwege zijn werk is Johan vaak weg van huis. Wendela blijft dan achter in Den Haag. Maar ook als Wendela zelf van huis is, om familie te bezoeken, schrijft ze haar man regelmatig.

Wendela Bicker aan Johan de Witt, 29 juni 1655. Nationaal Archief, Den Haag. Archief Raadpensionaris De Witt 3.01.17. Op dit moment nog niet toegankelijk

Familiezaken

De brieven van Wendela gaan over haar liefde voor Johan. Zo laat ze op 1 juli 1655 weten dat ze bezorgd is om zijn gezondheid. “[Ik hoop dat je de] belofte [houdt] van sochtens wat to ontbijtte, want het heel gesont is.” Wanneer Johan langere tijd op reis is, verzoekt ze hem om vaker te schrijven en vooral snel terug te komen.

Naast deze bezorgdheid, schrijft Wendela vooral over de familie. In de zeventiende eeuw was familie een van de belangrijkste zaken in het leven, zowel voor de lagere klassen als voor de patriciërsfamilies. Op familie kon je bouwen en van hen kon je steun verwachten in goede en slechte tijden. Juist omdat familie en verwantschap zo’n grote rol speelden in het dagelijks leven, was het van belang om op de hoogte te zijn van alle ontwikkelingen binnen de familie. Zo wist je wie je om een gunst kon vragen, of wie er juist geholpen moest worden.

Naast ziektes, geboortes en overlijden schrijft Wendela over de huwelijken die werden gesloten. Hiermee werden families aan elkaar verbonden, waardoor het netwerk steeds groter en dichter werd. Op nieuwjaarsdag 1657 schrijft Wendela over het huwelijk van neef Block. Hij is getrouwd en morgen gaat ze naar het huwelijksmaal “daer ick U Edele gesontheijt in ge dachte sal dricken.”

Nieuwjaarsgedicht van Wendela aan Johan, 1 januari 1657. Archief Raadpensionaris De Witt

Als Johan in 1665 voor langere tijd van huis is, vanwege de zijn rol in de tweede zeeoorlog met Engeland, laat Wendela in elke brief merken dat ze haar man mist. Ze laat weten dat ze uitkijkt naar zijn brieven, en dat ze hoopt dat hij haar niet zal vergeten. Wendela is zich er van bewust dat Johan geen tijd heeft voor haar “onnoosel schrift”, maar ze zal hem het direct laten weten als “daer imant van ons niet wel en wort”.

Op het gebied van de Nederlandse politiek kon Johan overleggen met zijn broer Cornelis. Wendela hield hem op de hoogte van het wel en wee in de familie. Op deze manier wist Johan wat er speelde binnen zijn familienetwerk, maar kon hij zijn aandacht vooral richten op de landspolitiek. Wendela speelde hiermee niet alleen een belangrijke rol in het huishouden en bij de opvoeding van de kinderen, ze zorgde ervoor dat Johan de benodigde informatie kreeg om het familienetwerk in stand te houden en relaties te verstevigen.

Marinka Joosten (1993) is afgestudeerd historica. Ze heeft zich gespecialiseerd in familiecorrespondentie uit de zeventiende eeuw. Op dit moment is zij als gastonderzoeker verbonden aan het project rondom Johan de Witt, van het Huygens ING. Hierbij wordt het brievenarchief van de raadpensionaris ontsloten. 

[1] Met mevrouw Trip wordt waarschijnlijk Sophia Trip bedoeld. Zij is familie via een tante van Wendela aan haar vaders kant. In deze periode zijn de families groot. Zeker de rijke families in steden als Amsterdam, Utrecht en Dordrecht zijn allemaal met elkaar verbonden. Met veel van deze familieleden wordt een goede band onderhouden.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top