Seks, recht en regels: Oude en nieuwe zedenmeesters

Seks, recht en regels: Oude en nieuwe zedenmeesters

Seks, recht en regels: Oude en nieuwe zedenmeesters

Reacties uitgeschakeld voor Seks, recht en regels: Oude en nieuwe zedenmeesters

Deze column werd op 14 maart 2019 uitgesproken tijdens ‘Misaad, recht en wetenschap – Historisch Café‘ in het Utrechts Archief, georganiseerd door Jong KNHG en Jonge Historici – mede mogelijk gemaakt door het Hendrik Muller Fonds, GO Fonds, het Utrechts Archief en Brouwerij De Leckere.

Zedenmeesters zijn van alle tijden. Ze leggen groepen een seksuele moraal op over wat er allemaal wel en niet fatsoenlijk is, en geven de grenzen aan van een acceptabele seksualiteit. Ook Nederland is in de vorige eeuw lange tijd beheerst door een repressieve seksuele moraal. Onder invloed van confessionele politieke partijen werd in 1911 een zedelijkheidswetgeving ingevoerd. Die wetgeving moest, onder andere met een verbod op de verkoop van voorbehoedsmiddelen, de seksuele moraal beheersen. Toch laat seksualiteit zich in de praktijk moeilijk onderdrukken of reguleren.

Dat geldt bijvoorbeeld voor homoseksualiteit. Ondanks dat homoseksualiteit in het naoorlogse Nederland nog als zonde, ziekte en misdaad werd beschouwd, spraken mannen bij gebrek aan een alternatief gewoon in het openbaar af voor hun seksuele voldoening. In en om het centrum van Utrecht waren tal van plaatsen waar dit gebeurde. Vooral bij waterplaatsen – openbare urinoirs – wist men elkaar te vinden. Voorbeelden daarvan zijn het urinoir onder het oude postkantoor, op de nieuwkade in Wijk C waar vroeger mosterdfabriek van Rijn stond, op een hoek van het Vredenburg tussen oude gebouwen van de Jaarbeurs en op het Janskerkhof (Wie op de Drift voor coffeebar Ludwig staat en het grachtje inkijkt ziet de trap naar deze waterplaats zitten).

Waterplaats Janskerkhof

Om tegen die openbare cultuur op te treden werd inventief over regels en verordeningen nagedacht. De gemeente Utrecht kwam in 1950 met een lokale verordening die het mannen verbood om zich langer dan drie minuten in een openbaar urinoir te begeven en de ruimte voor geen enkel ander doel te gebruiken dan waarvoor deze bestemd was. Er waren twee inspecteurs vanuit de Zedenpolitie die jacht maakten op homomannen. Zij gingen tamelijk ver om ze op te sporen: Ze kregen onder andere een sleutel van een zijingang van de Jaarbeurs. Van binnenuit konden zij via een voeg in de muur op heuphoogte in de gaten houden wat zich precies bij de urinoirs afspeelde. Ook kregen ze toegang tot een ruimte van de mosterdfabriek op de Nieuwkade, vanwaar zij door een raam uitzicht hadden op wat er in de waterplaats aan de overkant van de straat allemaal plaatsvond.

Sinds de jaren zestig hebben we natuurlijk veel gewonnen wat seksuele vrijheid betreft. Homo’s werden in toenemende mate geaccepteerd. Ook op andere seksuele thema’s in de openbare ruimte werd het beleid meer ontspannen. Zo gedoogde de gemeente vanaf de jaren zeventig prostitutie op het Zandpad, de Hardebollenstraat en de Europalaan.

Waterplaats moderdfabriek

Toch blijft de grens tussen seksuele vrijheid en moraal moeilijk. Kijk maar eens naar de Nashvilleverklaring. Vrijwel alle politieke partijen spraken zich ertegen uit, maar bonden daar met het oog op de zetels in de eerste kamer die vanaf morgen (20 maart) misschien wel eens hard nodig kunnen zijn (zoals verschillende media suggereerden) geen politieke consequenties aan.

Naast de rol van de overheid als beschermer van seksuele vrijheden zijn er inmiddels alweer nieuwe zedenmeesters opgestaan die een veel grotere impact op onze publieke seksuele moraal kunnen hebben dan de overheid in het verleden heeft gehad: sociale media. Ter illustratie: Rond 1960 telde de stad Utrecht ongeveer 250.000 inwoners. Facebook heeft nu meer dan 2,2 miljard gebruikers, YouTube 1,9 miljard, Instagram 1 miljard en Twitter 326 miljoen. Voor ieder van deze gebruikersgroepen gelden de algemene voorwaarden van de desbetreffende dienst, en daar zitten ook richtlijnen bij over wat er wel en niet aan beeldmateriaal op de site mag en hoe men zich dient te gedragen.

Facebook staat bijvoorbeeld geen inhoud toe die seksuele contacten faciliteert, aanmoedigt of coördineert. Ook beeldmateriaal wordt streng gecontroleerd: op een paar uitzonderingen na worden foto’s met naakt niet toegestaan. Een aantal jaar geleden kwam Facebook nog in opspraak nadat bleek dat het foto’s had verwijderd waarop borstvoeding werd gegeven. Het beleid van Facebook werd daarop wat genuanceerder, al worden foto’s met vrouwelijke tepels in de meeste gevallen nog geweerd en verwijderd.

De richtlijnen van sociale media zijn dan wel niet zo repressief als de vroegere repressie van homoseksualiteit in (bijvoorbeeld) Utrecht, dat maakt die richtlijnen niet minder sturend. De seksuele moraal van deze nieuwe zedenmeesters is simpelweg van een net wat ander, subtieler niveau en karakter. Zijn die regels op sociale media dan allemaal zo slecht? Die vraag is moeilijk te beantwoorden, maar het valt niet te ontkennen dat de meeste richtlijnen een nogal repressief karakter hebben. Zoals er op homo’s bij waterplaatsen gejaagd werd, jaagt Facebook nu op ontblote borsten. Er zijn op internet natuurlijk tal van andere wegen om seksuele vrijheid te beleven, maar het gaat mij hier specifiek om het beheersen van een publieke moraal.

Belangrijk is dat we realiseren dat seksuele vrijheid ook vandaag de dag in de (digitale) openbare ruimte beperkt wordt en dat dat een effect kan hebben op onze lokale standaard. Daarbovenop is de moraal van deze nieuwe zedenmeesters weinig democratisch.

 

Door Lex van Rens.

 

About the author:

Back to Top