Shannon van Muijden: De broek aan?

Shannon van Muijden: De broek aan?

Reacties uitgeschakeld voor Shannon van Muijden: De broek aan?

Shannon van Muijden

Samenvatting

De broek modern? Shannon van Muijden denkt van niet. Door de oude teksten over onze verre Europese voorouders met zorg te lezen en de beeldende kunst van lang geleden nog eens precies te bekijken, is het haar duidelijk geworden. De broek die in onze tijd zo ongeveer het modernste kledingstuk is, heeft een millennialang verleden. Al honderden jaren voor het begin van de moderen jaartelling droegen onze Keltische en Germaanse voorouders al een broek. Wie vandaag de dag modern is, gaat dus in feite klassiek gekleed!

Download de PDF

Shannon van Muijden (pdf)

Lees met ISSUU

Volledige Tekst

INLEIDING

In het jaar 58 voor Christus was heel Gallië door de Galliërs bezet. Zeven jaar later was dat al niet meer het geval. Julius Caesar kwam, zag en overwon in vrij korte tijd heel Gallië. Hij introduceerde veel dingen zoals belastingen en de Galliërs (zoals zij zichzelf noemden) mochten geen legers meer formeren. Wat hij ook introduceerde was de grote trots van Italië: de toga. De Kelten (zo noemden de Romeinen de Galiërs) zullen eerst wel wat gek tegen dit kledingstuk hebben aangekeken aangezien zij zich heel anders kleedden. Hun grote trots was namelijk de broek.
De Romeinen hadden veel invloed in Gallië maar zou hun invloed ook zover hebben gereikt dat ze alle Galliërs in een toga kregen? Waren de Galliërs niet al heel tevreden met wat ze hadden: de veel praktischer broek? Waarom zouden zij zich in zo’n jurk gaan hullen? Of vonden ze het juist geweldig, een prachtig wit gewaad dat een bepaalde status uitdrukt? Zouden zij hiervoor de broek hebben laten zakken? Dat is de vraag die hier centraal staat: wat gebeurde er met de broek na de Romeinse invasie van Gallië?

Het Gallië van voor Julius Caesar

In het jaar 50 voor Christus was heel Gallië door de Romeinen bezet. Het grondgebied van Gallië was inderdaad bezet, maar de Galliërs waren dat niet. Hoewel de Romeinen hen be-lastingen oplegde en legioenen de streken van Gallië streng bewaakten mochten de Kelten toch blijven doen wat ze leuk vonden; om een vuur zitten, vergaderen, sieraden maken, snor-ren laten groeien, het land bewerken, meer vergaderen, enzo-voorts. De Romeinen leefden zij aan zij met het Keltische volk zonder dat zij de Kelten hun Romeinse gewoontes oplegden. Omdat de Kelten mochten blijven doen wat ze het liefst deden, gingen ze ook vrolijk verder met het dragen van hun favoriete streepjesshirts en broeken. Die broek was een typisch Keltisch kledingstuk wat zij op hun beurt weer hadden geërfd van de ruiters uit Centraal Azië. Het kledingstuk was zo typisch Keltisch dat de provincie Narbonne zelfs Bracata is genoemd, naar het Latijnse woord voor broek (bracca). Hoe zag een Kelt er dan precies uit? Zijn klederdracht bestond uit een lang hemd met lange of korte mouwen en een ceintuur. [afb. 2] Hierover hing vaak nog een mantel. Daaronder droegen ze hun trots: de lange broek. [afb. 3] Soms hadden de broekspijpen elk een ander patroontje of een andere kleur. Vaak waren ze van wol of linnen gemaakt. [afb. 4] Onder de broekdragende volken vielen de Meden, de Parthen, de Perzen, de Sacae, de Sarmaten, de Daciërs, de Getae, de Teutonen, de Britten en de Galliërs.

Natuurlijk gaven de Kelten zich niet zomaar gewonnen toen de Romeinen hun land binnenvielen en er vonden vele veldslagen plaats van kleurige Kelten tegen uniforme Romeinen voordat Caesar heel Gallië had overwonnen. Een Romein droeg namelijk geen broek maar een tuniek, een kledingstuk dat tot de knieën reikt en men droeg het vaak met een riem om het middel, waardoor het er in onze ogen uitziet als een rok. Daarnaast waren de soldaten natuurlijk ook bewapend met schild, speer en zwaard. [afb. 5] In een veldslag was het de broeken tegen de rokjes. Was dit nadelig voor de Romeinen met hun blote benen? Kennelijk niet, aangezien zij in de slag bij Bibracte de halve Helvetische bevolking wisten af te slachten, en dat terwijl zij toch in de minderheid waren. Een goede tactiek hebben is belangrijker dan het dragen van het meest praktische kledingstuk.
De benen van de Romeinse soldaten zullen echter niet geheel onbedekt zijn geweest. Bibracte (Autun), de plaats waar de strijd tegen de Helvetiërs plaats vond ligt op bijna 1200 kilometer van Rome – bijna 800 km noordelijker – en het zal er dus wat kouder zijn geweest. En dan nog te bedenken dat de Romeinen ook in onze streken gelegerd waren, en zelfs in Groot Brittanië. Dit zijn streken waar het zeker in de winter niet geriefelijk was met blote benen. Hiervoor hadden de Romeinen wel een oplossing: puttees, oftewel beenwindsels. Ook werd de kuitbroek gedragen onder de tuniek. Daarnaast droegen de soldaten ook een mantel. Dit kledingstuk was voor de Romeinen, naast de toga het belangrijkste onderdeel van de kleding.
De verschillen in klederdracht tussen de Kelten en de Romeinen zijn duidelijk. Voor de Kelten zal het een indrukwekkend gezicht zijn geweest: massa’s soldaten netjes in rijen opgesteld, allemaal van hetzelfde uiterlijk, als één grote oorlogsmachine. De Kelten daarentegen zullen eruit hebben gezien als een zooitje ongeregeld door de felle kleuren in hun kleding en hun verscheidenheid aan gezichtsbeharing. De Grieks-Romeinse historicus Polybius schreef hierover in zijn Historiën. Hij beschrijft de gevechten tussen de Romeinen en Kelten in 225 voor Christus:

De infanterie was nu dichter bij elkaar, en het spektakel was vreemd en waanzinnig, niet alleen voor diegene die bij de veldslag aanwezig waren, maar voor iedereen die het naderhand voor zich zag na het lezen van de verslagen. Want in de eerste plaats, omdat het gevecht tussen drie legers ging, is het duidelijk dat het uiterlijk en de bewegingen van de tegen elkaar opgestelde legers een uiterst vreemd en ongewoon gezicht moet zijn geweest. (…)

Geschreven bronnen van Keltische zijde over dit onderwerp zijn er niet, maar van Romeinse zijde dus wel. Hoe keken zij tegen deze broekdragers aan?

De braccae in Romeinse ogen

De hierboven genoemde Polybius besprak in zijn Historiën de kleding van de Kelten;

Nadat het Keltische leger zich had opgesteld naar twee kanten toe, was de slagorde niet alleen verbijsterend om te zien maar ook heel efficiënt. De Insumbres en de Boii droegen hun broeken en lichte mantels, maar de Gaesatae hadden deze kledingstukken afgelegd omdat zij zo zelfverzekerd waren, en stonden daar naakt voor het gehele leger met niets anders dan hun wapens. Zij dachten zo efficiënter te zijn, aangezien een gedeelte van het terrein begroeid was met braambessenstruiken, waar hun kleding in zou blijven haken en wat hun wapens zou hinderen.

Zo is de keuze dus aan elke Kelt hoe zich te kleden, of helemaal niet. Polybius beschrijft vervolgens dat het Keltische leger ook heel veel lawaai maakte door op hoorns te blazen en te schreeuwen wat angstaanjagend was voor de Romeinen. Ook beangstigend waren de gebaren en het uiterlijk van de naakte Gaesatae in de voorlinie: ‘allemaal in de top van hun jeugd, goedgebouwde mannen, en allen in de leidende compagnieën waren rijk uitgedost met gouden torques (halssieraden) en armringen.’ Sieraden droegen ze nog wel en ondanks hun onbeschermde naaktheid waren zij toch heel beangstigend (of misschien wel juist daarom). Toen echter de Romeinen hun speren begonnen te werpen bleek dat de Boii en Insumbres veel voordeel hadden van hun broeken en mantels terwijl de naakte Gaesatae een makkelijk te raken doelwit waren met alleen hun schild om zich te beschermen.
Diodorus Siculus vond de kleding van de Kelten prachtig, zoals in het volgende citaat duidelijk wordt:

De kleding die zij dragen is opmerkelijk – gekleurde shirts met borduurwerk in verschillende kleuren, en broeken, die zij in hun taal bracae noemen. Zij dragen gestreepte mantels, met een gesp op de schouder vastgezet, zwaar voor winterweer en licht voor de zomer, met een ruitpatroon, de ruiten dicht op elkaar en in verschillende tinten.

Zo was de broek nog ‘vreemd’ en ‘ongewoon’ in Polybius’ tijd, zo werd hij al vrij gebruikelijk in het straatbeeld van Rome na de tijd van Caesars veroveringen. Galliërs waren burgers van het imperium en daarom vrij om te gaan en staan waar ze wilde, zo ook in Rome. Ze hadden de mogelijkheid om hoge functies te bekleden in het leger en beklommen zo, met broek en al, snel de sociale ladder. Nog steeds werden zij echter, als broekdragende of bracatus als barbaars beschouwd en veel staatslieden, waaronder Cicero hadden grote minachting voor de bracati. Elke ‘ware’ Romein hoorde namelijk een togatus (togadrager) te zijn. [afb. 5] Cicero ontkwam echter niet aan de invloed van de broek en zeker in de keizertijd begon dit kledingstuk aan populariteit te winnen. Cicero zag de komst van de stammen van boven de Alpen al, die zijn plezierige Rome zouden gaan verpesten:

Ik ben gek op grappen, vooral van onze eigen bodem, maar nu is het verval in zicht; want het is al zo doordrongen van het buitenlandse element in onze stad. Nu worden deze grappen helemaal overstelpt door de duizenden stammen die over de Alpen trekken, zodat het geen enkel teken van zijn oude vrolijke charme meer bezit.

Twee eeuwen later werd er door de bovenlaag van de Romeinse samenleving al heel anders tegen de broek aangekeken dan in Cicero’s tijd. In de beschrijving van het leven van keizer Severus Alexander (208-235) is te lezen dat hij zo aardig was om broeken weg te geven aan het leger en dat hij ze zelf ook droeg. Een witte broek, niet de fel gekleurde rode die gebruikelijk was. De broek droeg hij wanneer hij legeraanvoerder was. De toga was voor in de steden en voor de senaat. Zo kreeg de broek een andere betekenis in het Romeinse Rijk. Het werd een kledingstuk voor soldaten. Op de zuil van Trajanus uit 113 na Christus is te zien dat de soldaten kuitbroeken droegen. Dat terwijl het niet eens zo koud was in de provincie Moesië, waar tegen de Daciërs werd gevochten, dat zij deze broeken puur voor de warmte droegen. [afb. 6 zie bijlage] Op de zuil van Marcus Aurelius uit 193 na Christus is een zelfde soort tafereel te zien.

Barbaren in het Romeinse leger

Toen Gallië eenmaal bij het Romeinse rijk hoorde stond het de Kelten vrij om overal te gaan wonen en werken. Kelten zoals Caecina gingen in Romeinse dienst en werden zelfs opperbevelhebber van enkele legioenen. Zij verruilden hun geliefde broek niet voor de Romeinse soldatentuniek en dat werd hun niet altijd in dank afgenomen. Een veldslag zoals die van Trajanus tegen de Daciërs zal er anders uit hebben gezien dan een veldslag van Caesar tegen de Helvetiërs. Nu zagen de Daciërs mannen tegenover zich die er hetzelfde uitzagen als zij: met snor, baard en broek.
Rond de tijd van keizer Constantijn waren er in het leger heel wat ‘barbaren’ te vinden. Zo was er een speciale eenheid, de zogenaamde Cornuti,‘de gehoornden.’ Deze cornuti waren mensen afkomstig uit het Rijngebied die een zogenaamde ‘Krefeld’ helm droegen. Deze helm lijkt erg veel op de helmen die we kennen uit Asterix en Obelix; de helmen met de veren. [afb. 7] Deze mannen zijn ook afgebeeld op de boog van Constantijn. [afb. 8 zie bijlagen]
Het lijkt erop dat vanaf dat moment soldaten in broeken in de meerderheid waren. De sarcofaag van Marcus Claudianus uit 335 na Christus toont de arrestatie van Petrus door twee soldaten in lange broeken. [afb. 9] Een groot deel van het leger bestond uit barbaren of foederati. Dat waren stammen uit de provincies van het Romeinse rijk die met het rijk verbonden waren door een verdrag en die het Romeinse leger dienden. De soldaten bij de arrestatie van Petrus kunnen dus ofwel ‘echte’ Romeinen zijn die een broek droegen omdat het toen gebruikelijk werd voor soldaten, ofwel foederati die gewoon een broek droegen omdat ze dat altijd deden.

De toga in Keltische ogen

De toga was voor veel Romeinen helemaal niet een kledingstuk dat zij elke dag aantrokken. Duur door de vele stof die nodig was en lang, tot de grond was de toga niet het meest praktische kledingstuk. Natuurlijk geeft dat ook status aan, want iemand die rijk is hoeft niets te doen en kan dus onpraktische kleding aan hebben. Dit zal ook zeker een reden zijn waarom de toga populair was in de steden. Maar op het platteland zullen veel mensen de voorkeur hebben gegeven aan de tuniek. Toch was de toga de nationale trots van Italië.

De volgende winter ging voorbij zonder opstanden, en verliep heel rustig. Omdat de bevolking geen luxe en rust kende was zij vol van oorlog voeren. Agricola stimuleerde de mensen daarom individueel en gaf ze hulp bij het bouwen van tempels, rechtbanken en huizen, de energievolle prijzend en de lakse berispend. Onder deze druk ontstond er ook een eervolle rivaliteit. Hij (Agricola) verzorgde ook een royale opleiding voor de zonen van de stamhoofden en hij toonde een voorkeur voor de ongedwongen krachten van de Britten, boven de industrie van de Galliërs. Hierdoor gingen diegenen die eerst neerkeken op de Romeinse taal deze nu prijzen om zijn zeggingskracht. Hierdoor ook gingen ze houden van onze manier van kleden, en de toga kwam in de mode. Stap voor stap gingen ze zich ontdoen van hun slechte eigenschappen en ontdekten de rustbank, het bad en het elegante banket. Dit alles noemde zij in hun onwetendheid beschaving, terwijl dit maar een deel van hun dienstbaarheid was.

Zo schreef Tacitus over hoe Agricola de Britten beschaving bijbracht. Beschaving volgens de Romeinen betekende onder andere het dragen van een toga, en volgens Tacitus voelde de Britten zich ook heel beschaafd nu ze dit kledingstuk droegen. Hoewel veel Kelten dus de voorkeur gaven aan de broek waren sommigen maar al te blij een toga te dragen. Bijvoorbeeld de stadselite, die met zijn bestuursfuncties dichter bij de Romeinse elite stond. Zich aanpassen was dan een slimme keus. Sommige Kelten zullen de toga ook als een statussymbool zijn gaan gebruiken, om te laten zien dat zij hoorden bij dat beschaafde Romeinse rijk. Dit zal hen misschien wat vuile blikken hebben opgeleverd maar dat zal hen niet gedeerd hebben. Deze Kelten kozen ervoor vrienden te worden met de Romeinen.
Stammen als de Remi en de Haedui kozen er ook voor bevriend te raken met het Romeinse rijk toen dit Gallië binnenviel. Zij zullen misschien nog sneller geneigd zijn geweest over te stappen naar de Romeinse klederdracht en gewoonten, ook omdat zij van de Romeinen een leidende rol kregen over de andere stammen in Gallië. Met een toga aan laten deze twee stammen dan duidelijk merken dat zij horen bij het Romeinse rijk en dat zij net als de Romeinen heersers zijn. Hiërarchie, een idee dat de Romeinen introduceerden werd hier belangrijk, de toga stond hiërarchisch hoger dan de broek.

Togati en Bracati naast elkaar

De toga en de broek verschenen naast elkaar in het straatbeeld van het Rome uit de tweede eeuw en later. Zelfs de keizer koos voor de broek wanneer hij voor zijn leger stond. Het kledingstuk was niet langer een synoniem voor barbaarsheid. De toga bleef echter wel de gebruikelijke dracht voor in de stad en al helemaal voor de senaat. De keizers Arcadius en Honorius ergerden zich dood aan de braccae eind vierde eeuw. Ze schreven wetten uit waarin het dragen van de broek binnen de muren van Rome werd verboden maar of mensen zich daar ook aan hielden was nog maar de vraag.
Het merendeel van de Kelten die waren blijven wonen in hun thuisstreken en nooit verhuisd waren naar Rome zullen gewoon nog hun oude vertrouwde broeken hebben gedragen. Zij gaven de broek door aan de volgende generaties waardoor boeren en arbeiders tot aan het einde van de middeleeuwen broeken hebben gedragen. Maar ook de toga bleef bestaan, vooral de geestelijkheid en wetenschappers bleven dit kledingstuk dragen.

Toen de invloed van Rome afnam…de tijd van Karel de Grote

Op het moment dat Karel de Grote keizer werd in 800 was de politieke invloed van Rome op West-Europa vrijwel verdwenen. Het waren de tijden van ridders en soldaten. Soldaten zijn altijd de broek blijven dragen vanaf het moment dat we deze voor het eerst zagen verschijnen. Het kledingstuk geeft meer bewegingsvrijheid en zeker te paard heeft het veel voordelen. Karel de Grote zelf droeg een tuniek die tot boven de knieën kwam met ceintuur en een schouderriem om het zwaard op zijn plek te houden. Hieronder droeg hij de oude vertrouwde broek. Het is wel een wat strakkere broek dan die we kennen van de Kelten. Het is haast meer een maillot dan een broek. [afb. 10] Voor speciale gelegenheden, zoals toen hij tot keizer gekroond werd, zal hij echter een toga aan hebben gehad. [afb. 11]
In Karels tijd was wol nog steeds het meest gebruikte materiaal voor kleding. Ook werd de kleding nog geborduurd met geometrische patroontjes in contrasterende kleuren. Een soldaat, koning of hoveling zag er rond 800 bijna precies hetzelfde uit als hun Keltische en Germaanse voorouders van voor de komst van Caesar. Zelfs de mantel die ze droegen leek meer op de Keltische dan de Romeinse versie. Op het hof van Karel de Grote werd er veel gepraat over de verschillende stijlen van kleding. Karel was zelf heel bescheiden maar zijn hof gaf de voorkeur aan mooie luxueus geborduurde kledingstukken, wat het begin was van een luxe hofleven.
Hierin verschilde de Karolinger heel erg van zijn Keltische en Germaanse voorouders. In Caesars tijd leefden de Kelten zij aan zij. Binnen een stam waren er geen hiërarchische verschillen; alles werd democratisch geregeld en iedereen had een stem in de vergadering. In de Karolingische tijd is het belangrijk geworden dat het te zien is wie de baas is en wie boven het gewone boerenleven staat. Kleding werd het belangrijkste middel in deze ‘nieuwe’ standenmaatschappij. Dit hebben de Karolingers, die in de kern veel meer gefascineerd waren door de Romeinen dan door de Kelten, van de Romeinen overgenomen. Het moest te zien zijn dat iemand met zijn luxe borduursels van gouddraad en zijn duren stoffen kennelijk tot een beter slag mensen behoorde dan de boer op het land. Een rangen- en standenmaatschappij is hieruit ontstaan.
Ook in de Karolingische tijd bleef de toga naast de broek voortbestaan hoewel deze wel als kledingstuk beperkt werd tot bepaalde groepen van de samenleving. Met name de geestelijkheid nam de toga over, ook al ging deze er door de eeuwen heen iets anders uit zien. Om te beginnen was er de kazuifel, een ronde mantel met een gat erin. Daaronder droegen ze een dalmatiek. Dat was een tuniek met mouwen die bijna altijd op antieke wijze was gedecoreerd met verticale banden over de schouders en decoratieve medaillons. De koorkap of pluviale was afgeleid van een type lange mantel dat de Romeinen droegen. De koorkap kan aan de voorkant open en had origineel een kap maar die werd aan het einde van de middeleeuwen vervangen door een geborduurd paneel over de schouders. De koorkap was eigenlijk voor buiten bedoeld maar werd later meer gebruikelijk als ceremoniële mantel. De manipel en stola zijn eveneens van de Romeinen geërfde kledingstukken. Deze werden met de kazuifel en dalmatiek gedragen. Ook droeg men een pallium. Dit was eerst een lange mantel maar werd later gereduceerd tot enkel een band stof die om de nek werd gedragen. De kerkelijke toga verschilde dus uiteindelijk enigszins van zijn Romeinse voorganger. De originele Romeinse toga kwam in drie versies: rond het lichaam gedrapeerd, met een pin vastgemaakt, of vastgenaaid om zo een poncho te vormen. De toga komt van de mantel (om het lichaam gedrapeerde stof) en word daarom niet met een speld vastgemaakt. De linkerarm moest altijd de stof dragen en dat was erg onpraktisch. In de tijd van de republiek was het nog mogelijk om te werken in een toga of zelfs erin te dansen, maar de latere versies waren te zwaar en complex voor zulke activiteiten. Hoewel de kerkelijke toga zeker onpraktisch en zwaar zal zijn geweest is het toch een heel ander kledingstuk dan het om het lichaam gedraaide stuk witte stof dat je ook nog eens zelf vast moest houden.

De conclusie van het gevecht broek tegen toga

De broek wint, daar is geen twijfel over mogelijk. Want welke man loopt er heden ten dagen nou in zo’n lange witte jurk over straat? Niet alleen dat je veel zal worden aangekeken in zo’n kledingstuk, het is ook erg onpraktisch en in noordelijke streken ook niet heel warm. De broek won omdat deze praktischer was. Alleen mensen die niets hoeven te doen kunnen het zich veroorloven onpraktisch te zijn. Geestelijken, op monniken na, staan niet op het land. Zij zijn de enigen die de toga nog altijd vol liefde zijn blijven dragen ook al is deze erg van vorm veranderd. Daarnaast is de toga voorbehouden aan hoogleraren en sinterklaas. De rest van ons zal vrolijk als Kelt door het leven gaan. Vooral in de jaren tachtig was men er erg goed in met de oeroude fel gekleurde broeken en T-shirts.
Tot Cicero’s en Caesars grote ongeluk heeft het Romeinse rijk de wereld niet over kunnen nemen en hoewel hun invloed groot was en wij veel dingen, waaronder belasting, van de Romeinen hebben overgenomen, is het ze niet gelukt ons warm te maken voor hun nationale dracht. De hele geschiedenis lang is te zien dat een formeel kledingstuk altijd wordt vervangen door een minder formele variant, die op zijn beurt weer formeel wordt. Bij onze hedendaagse keizers is de lange toga omhoog gekropen tot een jasje en is de strakke maillot een echte broek geworden waar een goede Kelt zich niet voor hoefde te schamen.

LITERATUURLIJST

Alföldi, Andrew en Marvin C. Ross. ’Cornuti: A Teutonic Contingent in te Service of Constantine the Great and Its Decisive Role in the Battle at the Milvian Bridge.’ Dumbarton Oaks Papers, 13 (1959): 172.

Cicero Epistulae Ad Familiares 9.15. Vertaald vanuit het Engels.
Hicks, James. Mores. Mars Braciaca. Versie 2006.
http://www.dl.ket.org/latin3/mores/religion/mars_braciaca.htm

Croom, A.T. Roman clothing and fashion. Strout etc.: Tempus, 2000.

Diodorus Siculus 5.30.1. Tekst uit Loeb Classical Library. Bron:
Thayer, Bill. LacusCurtius, Diodorus Siculus. The Library of History. Versie 10 december 2008.
http://penelope.uchicago.edu/Thayer/E/Roman/Texts/Diodorus_Siculus/
home.html

Mitchell, Stephen. A history of the later Roman Empire, AD 284-641: the transformation of the ancient world. Malden, MA etc.: Blackwell, 2007.

Piponnier, Françoise en Perrine Mane. Dress in the middle ages. Vert. Caroline Beamish. New Haven, Conn. etc.: Yale University Press, 2000.

Polybius II 28.11.-29.1. Tekst uit Loeb Classical Library. Vert. W. R. Paton. Bron: Thayer, Bill. LacusCurtius, Polybius: the histories. Versie 18 maart 2007. http://penelope.uchicago.edu/Thayer/E/Roman/Texts/Polybius/home.html

Royen, René van en Sunnyva Van der Vegt. De erfenis van Asterix. Amsterdam: Bert Bakker, 2002.

Severus Alexander 40.4. en 40.11. Tekst uit Loeb Classical Library. Bron:
Thayer, Bill. LacusCurtius, The life of Severus Alexander, part 2.. Versie 14 december 2008.
http://penelope.uchicago.edu/Thayer/E/Roman/Texts/Historia_Augusta/Severus_Alexander/2*.html

Tacitus, Agricola 21. Vert. Alfred John Church and William Jackson Brodribb. Bron: Halsall, Paul. Ancient History Sourcebook. Tacitus: Life of Cnaeus Julius Agricola, c.98 CE. Versie januari 1999. 18 januari 2009.
http://www.fordham.edu/halsall/ancient/tacitus-agricola.html

Extra

http://www.historiclife.com/Essays/ThorsbergTrousers.htm
Een interessante website waarop staat hoe je op Keltische manier een Keltische broek moet maken.

About the author:

Tags:

Back to Top