Special – Onze vrouw in Rabat: een geschiedenis door de talen heen

Special – Onze vrouw in Rabat: een geschiedenis door de talen heen

Special – Onze vrouw in Rabat: een geschiedenis door de talen heen

Reacties uitgeschakeld voor Special – Onze vrouw in Rabat: een geschiedenis door de talen heen

Het spreken van een taal opent de poort naar de cultuur die hier achter ligt. Mijn vader – van origine Marokkaans –begreep dit maar al te goed toen hij decennia geleden aankwam in Nederland.  Niet alleen was dit praktisch; ook leerde hij de cultuur van zijn nieuwe thuis zo beter doorgronden. Nu ik stage loop in het land van mijn vader – dat ook steeds meer als het mijne begint te voelen – wil ik een poging wagen dezelfde horde te nemen. Daarom ben ik begonnen met het leren van het Darija: het Marokkaans-Arabisch en een van de vele talen die hier gesproken worden.

Marokko is een  land van verscheidene gezichten. Sommige hiervan zijn blank met groene ogen en worden omlijst met steile rode haren. Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich gezichten die heel donker van kleur zijn en een kroon van zwarte kroesharen dragen.  Zo divers als hun uiterlijke verschijningen zijn, zo divers zijn ook de talen die door de Marokkanen gesproken worden. Hier maakt elke taal deel uit van een ander hoofdstuk uit de rijke Marokkaanse geschiedenis. Een geschiedenis die levend gehouden wordt door de talen die hier jaren geleden zijn ontstaan of naartoe zijn gemigreerd.

Het Tamazight: meer dan een taal alleen

De talen die hier naar waarschijnlijkheid al het langst deel uitmaken, zijn de talen van de Imazighen. In de volksmond worden Imazighen (letterlijk: ‘vrije mensen’) vaak ‘Berbers’ genoemd. Deze volkeren zijn al vele honderden jaren te vinden van de Canarische eilanden tot aan Egypte. Ook in de huidige tijd behoort een groot deel van de Marokkaanse bevolking tot de Imazighen, verspreid over verschillende regio’s in het land. Naar schatting spreekt 30-50% van de Marokkaanse bevolking een van de Imazighen-talen, die overkoepelend Tamazight worden genoemd, maar vele variaties en dialecten kennen.

In 1956 werd Marokko na jaren van Franse en Spaanse overheersing onafhankelijk. Ter bevordering van de Marokkaanse eenheid werd gekozen voor een vergrote nadruk op het Arabisch als de officiële taal van het islamitische land. Hierbij verdween de erkenning van het Tamazight als Marokkaanse taal naar de achtergrond. Dit gebrek aan erkenning hield decennialang aan, totdat Koning Mohammed VI in 2011 een referendum hield voor de vorming van een nieuwe grondwet. Bij de aanname hiervan werd besloten dat het Tamazight erkend zou worden als de tweede officiële taal van Marokko. Voor vele Imazighen betekende  dit de erkenning van hun cultuur als deel van de Marokkaanse geschiedenis.

“In Marokko spreken ze toch Arabisch?”

Het standaard Arabisch – de moderne vorm van het klassiek-Arabisch- is echter nog altijd de meest prominent aanwezige taal in de Marokkaanse pers, bij officiële gelegenheden en tijdens religieuze ceremonies.  Hier in Rabat komen mijn vrienden die een goed woordje standaard Arabisch spreken en zich daarmee in Marokko denken te redden, echter bedrogen uit. Ondanks het feit dat dit de eerste officiële taal van Marokko is, wordt het standaard Arabisch hier in het dagelijks leven niet gesproken.

Het Darija – dat zoveel betekent als ‘dagelijkse taal’ – wordt dit (verrassing!) wél. Dit Arabische dialect wordt door de meerderheid van de Marokkaanse bevolking gesproken en wordt geschreven met de Arabische karakters. Het schrijven van deze karakters is voor mij vrij lastig, gezien ik de motorische finesse van een aardappel blijk te hebben. Voor het uitspreken van de woorden staat deze kwaal me gelukkig minder in de weg. Het gesproken dialect wordt in de regel razendsnel uitgesproken, waarbij hele lettergrepen het loodje leggen. Ik heb me laten vertellen dat deze manier van spreken en de relatief simpele grammatica van het Darija afkomstig zijn uit het Tamazight.

Naast deze invloeden uit het Tamazight kent het Darija ook invloeden uit andere talen. Afgelopen week leerde ik hoe men fruit bestelt op de markt, hier souk genaamd. Nadat ik was bekomen van alle keelklanken die mijn lichaam niet bekend voorkwam, viel het op dat sommige woorden in het Darija verdacht veel lijken op hun Franse equivalent. Zo wordt een sinaasappel ‘limoen’ genoemd (medium logisch) en heten aardbeien ‘fraises’ (logischer). Het feit dat Marokko in de eerste helft van de 20ste eeuw een Frans protectoraat is geweest, is zodoende zelfs nog merkbaar in de Arabische volkstaal.

De invloed van de voormalige kolonisatoren gaat echter verder dan de sporadische woorden in het Darija. Zo is het Frans op zichzelf nog altijd een belangrijke taal binnen Marokko en wordt gebruikt in het hoger onderwijs en officiële functies.  De Spanjaarden waren voornamelijk aanwezig in het Noorden van Marokko, waar nog altijd voornamelijk (Riffijns) Tamazight wordt gesproken. In deze regio kan je echter nog steeds uit de voeten met het Spaans, mocht je Tamazight tekort schieten.

Door me (met baby steps) te verdiepen in de talen van het land van mijn vader, leer ik steeds meer over de geschiedenis van onze voorvaderen. Als je door Marokko reist (aanrader), zijn het niet alleen de landschappen die continu veranderen. De mensen, de kleuren en de talen veranderen met deze landschappen mee en vertellen met hun uiterlijk en taal het verhaal van de Marokkaanse geschiedenis. Een fascinerende geschiedenis, die als je goed luistert niet alleen in de oude medina’s tot leven komt.

 

Yasmine Bentoumya (1992) doet de master Geschiedenis van de Internationale Betrekkingen aan de Universiteit van Amsterdam. Momenteel loopt zij stage bij de Nederlandse ambassade te Rabat, de hoofdstad van Marokko. Yasmine schrijft voor Jonge Historici twee columns over haar leven in Marokko. 

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top