‘Staan voor de geesteswetenschappen’ – Wat betekent dat eigenlijk?

‘Staan voor de geesteswetenschappen’ – Wat betekent dat eigenlijk?

‘Staan voor de geesteswetenschappen’ – Wat betekent dat eigenlijk?

Reacties uitgeschakeld voor ‘Staan voor de geesteswetenschappen’ – Wat betekent dat eigenlijk?

Morgen vindt de ‘Dag voor de Geesteswetenschappen’ plaats, een collegemarathon aan de Universiteit Utrecht. De twaalfurige marathon wordt georganiseerd door docenten en studenten die de meerwaarde van de geesteswetenschappen willen benadrukken. Waarom is dat eigenlijk nodig?

Zeg nee

De middag is voor een belangrijk deel een initiatief van de Zeg Nee beweging, een Utrechtse studenten- en docentenbeweging tegen de bezuinigingen binnen de geesteswetenschappen. De eerste, voorzichtige protestboodschap lijkt als volgt: ‘geesteswetenschappen zijn de investeringen waard’, en voor het waarborgen van een goede kwaliteit van de geesteswetenschappen is geld nodig.

Die ‘investeringsboodschap’ lijkt in eerste instantie een redelijke eis, maar is meer dan dat. Het is een dringende roep om hulp, en een teken aan de wand dat een ernstige heroverweging van ons onderwijs nodig is. Achter deze zin schuilt het idee dat wetenschappen, universiteiten en universitair onderwijs moeten voldoen aan een winstoogmerk. Nu is dat binnen bijvoorbeeld natuurwetenschappen en geneeskunde gedeeltelijk nog te begrijpen: veel natuurwetenschappelijk, chemisch en geneeskundig onderzoek gebeurt in een bedrijfsverband. Bedrijven besteden bijvoorbeeld productontwikkeling, of het efficiënter maken van chemische en natuurkundige processen, uit aan universitaire onderzoekers.

Wat is winst?

Maar moet medisch onderzoek inderdaad aan een vraag-en-aanbodcyclus beantwoorden voor zo hoog mogelijke winsten? Hoe zit dat dan met zeldzame ziektes, ofwel een krappe markt die relatief zeer investeringsintensief is? Vanuit een winstoogmerk is het duidelijk: daar stoppen we  liever niet te veel geld in. Maar is de taak van geneeskunde niet, ik noem maar iets geks, mensen genezen? De vraag is dus wat we verstaan onder ‘winst’.

‘Fundamenteel’ onderzoek is nu eenmaal nodig om onze aannames en verklaringen te verkennen en het onbekende, dat wat we nog niet weten, in kaart te brengen. Zoiets is commercieel gezien een ‘onzekere investering’ en zal dus veel minder gauw gedaan worden, maar wetenschappelijk gezien is het absoluut noodzakelijk om onze kennis te bevorderen.

Raadselachtige puzzel

Voor de geesteswetenschappen is dit probleem nog veel dringender. Vaak produceren de geesteswetenschappen geen ‘producten’ die makkelijk om te zetten zijn in winst. Er wordt vooral gewezen op bijvoorbeeld zelfreflectie, een verrijking van perspectieven, en misschien een inspiratie voor bijvoorbeeld historische, ethische of filosofische vraagstukken van nu. In ieder geval is de directe verbintenis tussen economische winst en geesteswetenschappelijk onderzoek een raadselachtige puzzel waarbij veel stukjes waarschijnlijk niet zullen passen.

En toch schrijf ik nu alweer over het ‘nut’ van geesteswetenschappen op een manier die zich vaak laat vernauwen tot de vraag, ‘wat krijg ik voor mijn centen’? Het probleem is in alle genoemde gevallen hetzelfde: nergens wordt stilgestaan bij een inherente waarde van een bepaalde wetenschap, een waarde die wetenschap op zichzelf heeft.

De universiteit als bedrijf

Nog een bijkomend probleem met een universiteit als bedrijf is de top-down managementstructuur die het met zich meebrengt. Er is zeer weinig transparantie over de beslissingen van de hogere lagen van het ‘management’. Denk aan het wederzijds in-de-haren-gevlieg van onder andere colleges van bestuur, faculteitsraden, onderwijsraden, docenten en studenten: de antwoorden die de laagste in de pikorde krijgen bij eisen van verhelderingen verschillen van ‘maar (y) gaf mij opdracht tot (x)’ tot ‘daar gaan wij niet over, en daar hebben wij geen invloed op’. Mensen wijzen naar elkaar terwijl niemand verantwoording wil nemen. Dit is een direct resultaat van het top-down management, waarvan de uitvoering simpelweg bestaat uit het ‘creatief’ opvolgen van orders van bovenaf. In die zin heeft iedereen ‘schuld’ aan deze situatie.

Verandering

Het belangrijkste vraagstuk is: hoe nu anders? De eisen van verschillende studenten- en docentenbewegingen lijken overeenkomstig: meer inspraak vanuit de onderste laag (docenten en studenten) in de beslissingen van het hogere management, meer transparantie, en dus: meer bottom-up bestuur of, vaker gehoord, meer democratisering. Er moet meer bestuurd worden vanuit de faculteit en haar leden zelf, vanuit haar inherente waarden en dynamiek.

Deze alternatieven vormgeven is waar het protest om draait: een actieve discussie opstarten tussen docenten, studenten en steunbetuigers over de toekomst van ons (hoger) onderwijs. Daarom is de Collegemarathon in Utrecht een belangrijke eerste stap: sta op voor de geesteswetenschappen en kom daarom ook! En laat je vooral niet van de wijs brengen door de ‘wijze stemmen’ die wel even vertellen ‘hoe het echt in elkaar zit’ binnen het universiteitsmanagement. Dit is geen vraag over ‘hoe het zit’, maar hoe het anders moet en kan.

 

Door Robbert van Rumund

Robbert van Rumund heeft de bachelor Geschiedenis afgerond aan de Universiteit Utrecht, en studeert momenteel de masters History and Philosophy of Science en Applied Ethics aan de UU. Hij is tevens betrokken bij Zeg Nee.

About the author:

Back to Top