Transseksueel in een verdeeld Duitsland

Transseksueel in een verdeeld Duitsland

Transseksueel in een verdeeld Duitsland

1 reactie op Transseksueel in een verdeeld Duitsland
door Nina Littel

Een sensationeel verhaal over de misstanden in de Duitse Democratische Republiek (DDR) is dat van kogelstoter Andreas Krieger. Het uitblinken in sport was een bron van nationale trots in de DDR, maar na de val van het regime bleek al snel dat veel Oost-Duitse successen het resultaat waren van een staatsgestuurd dopingprogramma. Doping vond vaak plaats zonder dat de atleten hiervan afwisten en had vergaande medische consequenties voor hen. Hiervan was ook sprake bij Andreas, destijds bekend als ‘Heidi Krieger’. Hoewel de doping hem in 1986 het Europees kampioenschap opleverde, zorgde het ook voor verwarring aangaande zijn genderidentiteit. In een interview over zijn ervaringen beschrijft Andreas dat in zijn jeugd zijn gender nog niet vastgesteld was, en dat de hormoonbehandeling hem naar de mannelijke kant geduwd had.

Een korte documentaire van een anti-doping organisatie uit de Verenigde Staten van Amerika, over het leven van Andreas Krieger. Deze video is specifiek gemaakt om de negatieve consequenties van doping aan het licht te brengen. Het geeft een zeer Noord Amerikaans perspectief op de Duitse Democratische Republiek.

Kriegers verhaal is wellicht het bekendste verhaal over transseksualiteit in de DDR, maar het is tegelijkertijd ook hoogst uitzonderlijk. Het is mogelijk dat zonder de doping zijn verhaal slechts deel zou zijn geweest van een vergeten geschiedenis over transseksuele mensen ten tijde van de Duitse deling.

Het doel van dit artikel is om licht te werpen op deze vergeten geschiedenis. Dit laat niet alleen zien dat de geschiedenis niet zo heteroseksueel en cisgender[1] was als dat het vaak wordt voorgedaan, maar geeft ook de mogelijkheid om dominante mythes over de DDR en de Bondsrepubliek te ontwrichten. In populaire geschiedschrijving schetsen historici vaak een beeld van de DDR als een onderdrukkende autoritaire staat, tegenover de democratische Bondsrepubliek. Daarnaast bestaat er ook een door Ostalgie ingegeven beeld, dat een romantisch beeld van de DDR geeft. Beide visies benadrukken de verschillen tussen de twee republieken. Gebaseerd op memoires van transseksuele mensen zal dit artikel bespreken of op dit vlak eigenlijk wel gesproken kan worden van significante verschillen tussen de twee republieken.

Bronnen, methoden en terminologie

Men moet in gedachten houden dat er geen homogene groep transseksuele mensen bestond; afhankelijk van leeftijd, klasse, geslacht en etniciteit liepen ervaringen ontzettend uiteen. Dit onderzoek baseert zich op de levensgeschiedenissen van dertien witte transseksuele mensen uit het boek Messer im Traum: Transsexuelle in Deutschland (1994).[2] Het boek beschrijft drie trans vrouwen en één trans man uit de DDR, alsmede zes trans vrouwen en drie trans mannen uit de Bondsrepubliek. Daarnaast baseert dit onderzoek zich op het verhaal van Andreas Krieger, trans man uit de DDR, en de autobiografie van Renate Anders, een trans vrouw uit de Bondsrepubliek. De casussen die ter illustratie in dit artikel worden besproken zijn die van trans vrouwen Nadja Sch. en Amanda Z. uit de DDR, en trans vrouwen Michelle Ziegler en Jacqueline-Josephine S. uit de Bondsrepubliek. De klassen van de individuen uit de dertien casussen lopen sterk uiteen, hoewel velen zich in de (lage) middenklasse of onderklasse bevonden. Het is niet de bedoeling om gebaseerd op deze intern verdeelde groep generaliserende uitspraken te doen. In plaats daarvan poogt dit artikel om door de ervaringen van sommige transseksuele mensen te analyseren en daarmee inzichten te geven in de bredere omstandigheden waarin deze transseksuele mensen leefden.

Dit artikel gebruikt de term ‘transseksueel’, aangezien dit destijds de gebruikelijke term was voor de staat en de medische wereld, maar ook voor transseksuele mensen zelf. In het dagelijks leven is tegenwoordig de term ‘transgender’ gebruikelijker. Het verschil tussen ‘transseksueel’ en ‘transgender’ wordt vaak als volgt beschreven: transseksuelen ondergaan medische behandelingen vanwege disidentificatie met het lichaam waarin ze werden geboren. Dit is als zodanig voornamelijk gerelateerd aan iemands sekse, terwijl transgender gerelateerd is aan iemands psychologische genderidentiteit, en aan disidentificatie met culturele sociale verwachtingen van vastgestelde genderrollen. Gender wordt hierbij gezien als een culturele constructie, en sekse als een biologische constructie. Deze verdeling is echter ook onderhevig aan discussie, en theoretici als Judith Butler, Kate Bornstein en Riki Ann Wilchins beargumenteren dat de verdeling van lichamen in twee seksen eveneens een sociale constructie is.[3]

‘Transseksueel’ heeft vanwege de nadruk op de fysieke aspecten sterke medische connotaties, waarbij geslachtsoperaties en transitie worden benadrukt. Het is de bedoeling van dit artikel om deze sterke focus op operaties enigszins te destabiliseren. Bij de DDR-casussen zien we een pragmatische visie aangaande transitie, en deze werd alleen ondernomen in hoeverre dat mogelijk was met betrekking tot de beschikbare middelen en expertise. In de bronnen wordt ook de term ‘geslachtsoperatie’ gebruikt, hetgeen ik hier overneem. Kritische aanhalingstekens moeten echter wel in gedachten gehouden worden bij deze term omdat het suggereert dat de operatie iemands gender verandert. Deze verandert echter alleen het lichaam, zodat het past bij het gender van de persoon die de operatie ondergaat. Om anachronisme te voorkomen worden deze termen alsnog gebruikt, maar de lezer moet in gedachten houden dat hoewel operaties een rol speelden in transseksuele levens, deze rol niet allesbepalend of noodzakelijk was.

Politieke ‘oplossingen’

Aan het eind van 1970 kwamen er zowel in de DDR als de Bondsrepubliek regelingen voor transseksuele mensen, waarmee stilte rondom het onderwerp verbroken werd. Omdat de staat dacht dat transseksualiteit een medische toestand was die gediagnosticeerd en genezen kon worden, stond de DDR vanaf 1976 geslachtsoperaties toe. De regeling omvatte hormoonbehandeling, psychologische zorg, een geslachtsoperatie en naamsverandering. De minimumleeftijd was achttien en de procedure was geheel gratis. Dit was echter per intern decreet geregeld, waardoor zowel transseksuele mensen als dokters veelal niet wisten dat dit mogelijk was.

Twee jaar later, op 11 oktober 1978, werd in de Bondsrepubliek het Transsexuellengesetz opgesteld. Deze trad in werking per 1 januari 1981. Tot dan toe werden bijna alle aanvragen voor geslachtsverandering in geboorteaktes afgewezen, omdat transseksualiteit als ‘abnormale ontwikkeling’ onbeschermd was in de grondwet. Het Bundesverfassungsgericht (het West-Duitse Constitutionele Gerechtshof) besloot echter dat iemands geslacht in diens geboorteakte aangepast mocht worden, bij ‘een onomkeerbaar geval van transseksualiteit, en nadat een geslachtsaanpassende operatie was uitgevoerd’.[4] Reden hiervoor was de garantie van menselijke waardigheid en vrije ontwikkeling van persoonlijkheid in de grondwet. Het daaropvolgende Transsexuellengesetz bood transseksuelen een ‘grote oplossing’, namelijk officiële erkenning van hun geslacht, en een ‘kleine oplossing’, een voornaamsverandering. De wet ging echter wel samen met een reeks beperkingen, zoals een minimumleeftijd van 25 jaar. Om kwesties van een homohuwelijk te vermijden verviel de gekozen voornaam wanneer de persoon in kwestie ging trouwen en moest een huwelijk eerst ongedaan worden gemaakt voordat iemand in aanmerking kwam voor de regeling.

Transseksualiteit als sensatie

Hoewel de regelingen in het Transsexuellengesetz ‘oplossingen’ werden genoemd, bleven problemen bestaan. Vaak verloren transseksuele mensen na het uit de kast komen hun familie en baan, en kampten ze met psychische problemen. Om dit te bestrijden werd in de Bondsrepubliek een federaal instituut voor transseksuelen opgericht om hen aan nieuwe banen te helpen. Tevens werd in 1988 een particulier adviesbureau opgericht dat transseksuele mensen psychologische en financiële hulp bood. Desalniettemin beschrijven veel memoires het onbegrip van de West-Duitse maatschappij waarmee transseksuele mensen geconfronteerd werden.

In de jaren tachtig groeide het aantal artikelen over transseksualiteit in de West-Duitse pers, waarvan de meeste er op een zeer sensationele wijze over rapporteerden. De auteurs legden de nadruk op de hoge financiële kosten van operaties en de effecten van een transseksueel familielid voor het gezin, met titels als ‘Euer Vater wird zur Frau’.

Een artikel uit een Duitse krant dat de effecten van de transitie naar vrouw voor de familie van Helga beschrijft. (Bron: ‘Jetzt muβte Edith ihren beiden Söhnen bekennen: Euer Vater wird zur Frau’, Quick (?) Schwules Museum, Berlin, ‘Sammlung Trans*’ (Sammlung ‘Rebro’).)

Veel artikelen hadden ook iets voyeuristisch. Vaak bevatten ze naaktfoto’s, wat een fascinatie van mensen aangaande de lichamen van transseksuele mensen weerspiegelt. Om dezelfde reden vonden veel transseksuele mensen een baan in de prostitutie; transseksualiteit kon verkocht worden als iets exotisch. Dit schepte een beeld van transseksualiteit als exotische absurditeit, wat acceptatie in de samenleving verhinderde.

(Bron: Günter Dahl, Gerd Heidemann, ‘Nur ein Irrtum der Natur? Aus dem Leben einer Frau, die bis 1967 ein mann war (?) Schwules Museum, Berlin, ‘Sammlung Trans*’ (Sammlung ‘Rebro’).)

In 1990 won Michelle Ziegler de Miss Bayreuth schoonheidscompetitie. Pas na haar overwinning kwam men erachter dan ze transseksueel was, en de artikelen die erover gepubliceerd werden hadden titels als ‘Friseur seifte ganze Stadt ein: Miβ Bayreuth mit dem kleinen Unterschied…’ of ‘Die schönste Frau von Bayreuth ist ein MANN’. Ze beschreven hoe Michelles lichaam anders was dan dat van andere vrouwen en speculeerden over haar geslachtsdelen. Het eerste artikel beschreef haar overwinning als een ‘tragikomedie’ en benadrukte dat het een schandaal was toen mensen erachter kwamen dat ‘die Miβ ist ein Mister, Michelle ist Michael!’ was.

 

 

 

Pagina’s uit een artikel in de Duitse krant Neue Revue, die Michelle’s overwinning bij de Bayreuth schoonheidscompetitie beschrijft. (Bron: P. Römer, ‘Überraschung nach der Miβ-Wahl: Die schönste Frau von Bayreuth ist ein MANN!’ Neue Revue (14 June 1991) Schwules Museum, Berlin, ‘Sammlung Trans*’ (Sammlung ‘Rebro’).)

 

Een artikel uit de Duitse krant Quick, dat zich verwonderd over de overwinning van Michelle tijdens de Bayreuth schoonheidscompetitie. (Bron: M. Wedel, ‘Friseur seifte ganze Stadt ein: Miβ Bayreuth mit dem kleinen Unterschied…’ Quick (13 June 1991) Schwules Museum, Berlin, SL Trans*.)

In de memoires uit de DDR wordt vaak gesproken over vergaande isolatie van de omgeving. Transseksuele mensen werden gepest in hun jeugd en mishandeling door ouders kwam veel voor. Hierom verhuisden velen naar Berlijn, verlangend naar een vrijere en meer anonieme omgeving. Ze hoopten dat de alternatieve Prenzlauer Berg scène of de homoseksuele en lesbische subcultuur hen dat zou bieden. Amanda Z. beschrijft hoe ze in de Prenzlauer Berg scène aan het werk kwam als Animierboy in een ondergronds bordeel. Ze was zelf overtuigd dat het bordeel werd gerund door de staat om westerse toeristen te bevredigen. Dit bood haar de mogelijkheid om, zoals veel jongens die er werkten, zich als vrouw te kleden en seksueel contact te hebben met mannen.

Een Kastanienallee krakershuis, in de Prenzlauer Berg, in juni 1990. (Foto: Renate Hildebrandt / Kastanienallee 86 (Berlin) / CC-BY-3.0)

Problematiek in de medische wereld

Ondanks dat beide republieken mogelijkheden boden voor geslachtsoperaties, was het proces om die daadwerkelijk te verkrijgen alles behalve eenvoudig. In de Bondsrepubliek moesten transseksuele mensen onterende procedures doorstaan en hadden ze toestemming nodig van twee medische experts voor ze de geslachtsoperatie konden verkrijgen. Veel dokters waren onsympathiek jegens transseksuele mensen. In haar memoires beschrijft Jacqueline hoe ze uit wanhoop een poging tot zelfmoord deed toen een psychologische expert haar vertelde dat hij niemand toestemming zou geven met een schoenmaat van 42. Toen ze later wel toestemming had verkregen duurde het nog een lange tijd voor ze een vaardige dokter gevonden had. In Frankfurt vertelde een dokter haar dat hij uit principe geen man-naar-vrouw operaties deed, aangezien die na afloop ‘toch allemaal zelfmoord pleegden’. Jacqueline was in staat uiteindelijk een succesvolle operatie te krijgen, en zette zich vanaf dat moment in om andere transseksuele mensen te helpen. Ze fungeerde als tussenpersoon in gesprekken met medische experts en voerde rechtszaken tegen instituten, chirurgen en psychologen wiens handelingen het leven van transseksuele mensen in gevaar brachten.

In de DDR blijkt uit de meeste memoires dat velen besloten te wachten met een operatie omdat het verkrijgen ervan erg moeilijk was. Nadja Sch. beschrijft hoe alle dokters en psychologen die ze sprak haar niet konden helpen, tot ze in 1990 eindelijk een bereidwillige dokter vond die van de interne regeling wist. De DDR hield echter op te bestaan voordat Nadja gebruik kon maken van haar regelingen. Daarnaast hadden velen verhalen gehoord over mislukte operaties, die eindigden in zelfmoord. Hierom stelden Oost-Duitse transseksuele mensen zich vaak pragmatisch op; een volledige lichamelijke transitie werd niet gezien als noodzakelijk om door te kunnen leven. Dit contrasteert met de casussen uit de Bondsrepubliek, waar een grotere nadruk lag op de lichamelijke transitie.

Mobiliteit

De grens tussen Oost- en West-Duitsland was niet zo gedefinieerd als vaak gedacht wordt. In 1975 had de DDR de Helsinki-akkoorden ondertekend, waardoor het zich aan een aantal mensenrechtenbepalingen moest gaan houden, waaronder het recht om te emigreren. De meeste aanvragen voor emigratie werden afgewezen, maar ambtenaren hadden een lijst met criteria voor mensen die dat wel mochten. Eén van die criteria was ‘homoseksualiteit’. Een aantal transseksuele mensen kreeg daarom ook toestemming om in West-Berlijn te gaan wonen.

Daarnaast was er ook beweging over de grens van de Bondsrepubliek naar de DDR. Jacqueline, vrachtwagenchauffeur van beroep, reisde geregeld over de grens. Ze beschrijft dat er geen ambtenaren in het ‘verlichtte westen’ waren die haar zo beleefd en respectvol behandelden als in de DDR. Hoewel douaneambtenaren haar wel aanspraken op haar gendernonconformiteit, beschrijft Jacqueline hen als ‘discreet’ en ‘fatsoenlijk’, omdat ze er een minder groot probleem van maakten dan dat ze gewend was in West-Duitsland.

Conclusie

Hoewel de regelingen in de DDR progressiever waren dan die in de Bondsrepubliek, verschilden de ervaringen van transseksuele mensen in de twee republieken weinig van elkaar. In beide republieken was het in de praktijk zeer lastig gebruik te maken van de bestaande regelingen voor veranderingen op geboorteaktes en medische zorg.. De verslagen van het onbegrip en de afwijzing van de maatschappij, de isolatie in de jeugd en het terugtrekken in een subculturele scène komen allemaal redelijk overeen. Een aantal verschillen valt op, zoals de uitzonderlijke casus van Andreas, maar ook de sensationele berichtgeving in de Bondsrepubliek die niet als zodanig bestond in de DDR. Het erotiseren van transseksualiteit zien we echter wel terug, net zoals het gevaar van het verliezen van baan en familie na het uit de kast komen. Wat opvalt is dat in de Bondsrepubliek vaker de keuze gemaakt werd voor een operatie, terwijl transseksuele mensen in de DDR vaak besloten daarmee te wachten.

De mythe van een strakke scheiding tussen twee compleet verschillende republieken gaat echter niet op wanneer we kijken naar de ervaringen van transseksuele mensen. Beide samenlevingen legden conservatieve gendernormen op en boden voorzieningen die in de werkelijkheid zeer beperkt bleken. Een binair onderscheid van de Bondsrepubliek als progressief en modern, en de DDR als traditioneel en beheersend, is in dit geval zeker fictie.

Nina Littel (1995) behaalde haar Bachelor Geschiedenis cum laude aan de Universiteit Leiden in 2017. Tijdens haar Bachelor liep ze stage bij het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en werkte aan het Willem de Clercq-project, waarvoor ze een artikel en een digitale interactieve kaart van De Clercqs reis naar St. Petersburg in 1816 publiceerde. Nina volgt nu de Research Master History aan de Universiteit Leiden, in het onderzoeksveld Political Culture and National Identities. Daarnaast was ze actief als student-assistent bij het project Rethinking Disability geleid door Prof. dr. Monika Baár. Momenteel werkt ze mee als student-assistent aan het Digital Disability Archive, geleid door dr. Paul van Trigt, dr. Paul Bijl en dr. Manon Parry. Haar onderzoeksinteresse is LHBT+ geschiedenis in de 19e en 20e eeuw.

[1] Cisgender duidt op mensen waarvan hun genderidentiteit overeenkomt met het geslacht dat hen toegewezen is bij de geboorte.

[2] H.B. Ulrich ed., Messer im Traum: Transsexuelle in Deutschland (Tübingen 1994).

[3] http://www.transawareness.org/what-is-the-difference-between-transgender-and-transsexual.html, geraadpleegd 24 januari 2018.

[4] M.S. Augstein, Vom Verbot zur Gleichberechtigung. Die Rechtsentwicklung zu Homosexualität und Transsexualität in Deutschland. Festschrift für Manfred Bruns (Berlin 2012) 113.

LEES HIER DE SCRIPTIE WAAR DEZE LONGREAD OP GEBASEERD IS EN BEKIJK HIER ALLE SCRIPTIES VAN DE UITGEVERIJ.

WIL JIJ OOK JE SCRIPTIE PUBLICEREN EN EEN LONGREAD SCHRIJVEN? STUUR DAN NU JE STUK OP.

 

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top