Uit de schaduw: altijd gehoord, nooit gezien

Uit de schaduw: altijd gehoord, nooit gezien

Uit de schaduw: altijd gehoord, nooit gezien

Reacties uitgeschakeld voor Uit de schaduw: altijd gehoord, nooit gezien

Deze zomer staan de columns in de themareeks ‘Uit de schaduw’ in het teken van onbekende geschiedenissen. Geschiedenis is veel meer dan enkel de welbekende feiten. Soms zijn de meest interessante geschiedenissen juist de minder bekende en de schaduwzijdes van het bekende verhaal. Vandaag vertelt Lisanne over de telefonistes, die altijd werden gehoord, maar bijna nooit werden gezien: de stem in de schaduw.

De onzichtbare telefoniste?

Eind 19e eeuw. Een jonge vrouw, met ‘roodblond haar’ en ‘een zeer pikant gezicht’, zit in het beklaagdenbankje van een Parijse rechtbank. Clémence Rodier, zoals deze vrouw – geboren als Jeanne de Vallier – zich noemt, is telefoniste. Clémence staat terecht voor een aantal grappen die zij tijdens haar werk uithaalde. Zo luisterde ze een gesprek af tussen een vrouw en een haar minnaar. Vervolgens brak zij in het gesprek in door tegen de vrouw te zeggen: ‘Uw echtgenoot zal alles vernemen!’ Ook een oudere man luisterde zij af. Om hem over te halen zijn neef van een gokschuld af te helpen, belde zij hem midden in de nacht op en deed zij zich voor als de Dood die hem, wanneer hij zijn neef niet hielp, snel zou komen halen. Uiteindelijk wordt ze vrijgesproken; de voornaamste aanklager, de minnaar van de geschrokken vrouw, trok zijn klacht in. Hij had zich namelijk net met haar verloofd.[1]

Het is moeilijk na te gaan of Clémence echt bestaan heeft. Dit verhaal klinkt bijna te fantasierijk om waar te zijn. Haar verhaal komt in meerdere kranten voor, maar lijkt constant gekopieërd te zijn. De eerste bron is moeilijk te vinden. Desondanks is het verhaal van Clémence wel heel interessant. Het vertelt ons over het beroep van telefonist(e), een geheel nieuwe en – normaal gesproken – letterlijk onzichtbare beroepsgroep die pas in het laatste kwart van de 19e eeuw was ontstaan.

Emma Nutt (links), samen met haar zus Stella, tussen de telefoonjongens. Edwin Holmes Telephone Despatch Co. Boston, Massachusetts in 1878.

De opkomst van de vrouwelijke telefonistes

In eerste instantie werd het beroep uitgevoerd door jongens. Dit veranderde een jaar nadat de telefoon voor het bredere publiek beschikbaar werd. In 1878 werd Emma Nutt aangenomen door een telefoonbedrijf, Bell System’s, in Boston. Zij werd bij wijze van proef aangenomen en zou meer dan 30 jaar aan het werk blijven bij Bell System’s. Eerst werkte zij als telefoniste, daarna ging zij een managementfunctie vervullen. Aan het einde van haar carrière ging zij zich richten op maatschappelijk werk dat door Bell System’s werd gedaan.[2]

Nutt en andere vrouwen die na haar werden aangenomen bij telefoonbedrijven hadden volgens hun leidinggevenden één ding voor op de jongens die eerder de telefoon bedienden; zij waren kalmer en zouden door hun prettige telefoonstem en attitude nieuwe gebruikers aantrekken. De vrouwen vervulden deze rol zo goed dat in Amerika rond de eeuwwisseling 80% van de telefonisten vrouwelijk was. In Nederland lijken de meeste telefonisten eveneens vrouwelijk te zijn geweest. Dit blijkt bijvoorbeeld uit oproepen voor leerling-telefonistes, waarin staat dat ‘zes plaatsen, uitsluitend voor vrouwelijke candidaten, worden opengesteld’. Voor vrouwen was het een gewilde baan. In Amerika verdienden vrouwen zoals Nutt soms meer geld dan de mannen en jongens met wie zij werkten. Bovendien gaven zij zo nu en dan leiding.[3]

Telefonistes in Salt Lake City, rond 1914.

Te veel macht?

De positie van Emma Nutt en andere vrouwen binnen het telefoonnetwerk verleende hen een zekere macht. Dit zou uiteindelijk hun ondergang worden. In 1891 werd namelijk een patent aangevraagd door Almon Strowger. Hij had een apparaat uitgevonden dat de telefoniste overbodig maakte. Dit apparaat zorgde er namelijk voor dat er automatisch verbinding werd gemaakt met het nummer waar een beller mee verbonden wilde worden. Hij deed dit omdat hij vermoedde dat de vrouw van een concurrent – Stroger was begrafenisondernemer – potentiële klanten doorverbond naar haar eigen man. Dit gebeurde vaker, want over een dergelijk voorval deed een Nederlandse krant eveneens melding. Om te voorkomen dat de telefoniste in de toekomst opnieuw haar macht zou misbruiken, bedacht Strowger zijn uitvinding. Dit betekende het begin van het einde voor de telefonistes. Het duurde desondanks nog enige tijd voordat de centrales allemaal geautomatiseerd waren. Dit gebeurde pas ná de Eerste Wereldoorlog, waarin de telefonistes nog een belangrijke rol speelden.[4]

Grace Banker

Deze belangrijke rol was in eerste instantie niet ingecalculeerd. In het begin werd gedacht dat de Amerikaanse soldaten zelf wel voor de benodigde telefonische connecties konden zorgen. Dit mislukte jammerlijk, omdat zij ongetraind, traag en niet tweetalig waren. Al gauw werden vrouwelijke telefonistes naar Frankrijk gestuurd. Meer dan tweehonderd vrouwen werkten in Frankrijk tijdens de Eerste Wereldoorlog, waar zij veel gevaar liepen, aangezien de Duitsers het land routinematig bombardeerden. Al snel namen zij zelfs de daadwerkelijke oorlogscommunicatie over. Deze communicatie zou, wederom, in eerste instantie door mannen bestierd worden. Het betrof hier namelijk communicatie tussen officiëren over de troepenbewegingen en andere tactische informatie. Weer waren de mannen te inefficiënt; zij waren niet tweetalig en gaven simpelweg de telefoon aan een andere telefonist als zij een officier aan de telefoon kregen die een andere taal sprak. Dit is een van de weinige keren dat de telefonistes uit de schaduw traden. Een voorbeeld hiervan is Grace Banker, die in 1919 de Distinghuished Service Medal ontving. Het was een laatste zwanenzang. Door Strowger’s uitvinding stierf het beroep langzaam uit, zodat de telefonistes uiteindelijk overbodig werden.[5]

Lisanne de Ruiter (1993) heeft zowel haar bachelor- als masteropleiding afgerond aan de Universiteit Utrecht. Zij richt zich in haar onderzoek op veel verschillende onderwerpen, waaronder vrouwengeschiedenis. In 2016 heeft zij haar eerstegraads lesbevoegdheid voor het vak geschiedenis behaald en op dit moment geeft zij les op een middelbare school in het oosten van het land, waar zij ook woont.

[1] ‘Mengelwerk. Praatjes’, Arnhemsche Courant, 15 september 1897.

[2] V. Green, Race on the Line. Gender, Labor and Technology in the Bell System, 1880-1980 (Durham 2001) 16, 60.

[3] Green, Race on the Line, 58-60, Elizabeth Cobbs, The Hello Girls. America’s First Women Soldiers (Cambridge/Londen 2017) 45 en ‘BINNENLAND Officieele berichten’, Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant, 1 februari 1898.

[4] Kansas Historical Society, ‘Almon Strowger’, Kansaspedia (2011) https://www.kshs.org/kansapedia/almon-strowger/16911 en M. Clemitson, ‘Looking Back at Strowger – One Reader’s Recollections’, The Journal of The Communications Network (2006) 69, http://ethw.org/w/images/6/62/Looking_Back.pdf.

[5] J. Frahm, Women Telephone Operators in World War I France (2016) 1, 5-8, https://www.nsa.gov/about/cryptologic-heritage/historical-figures-publications/publications/pre-wwii/assets/files/women-phone-operators-in-wwi-france.pdf.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top