Van Onze Man in Berlijn: Het debunken van de Hitlerbunker. Over de mythes van Hitler’s dood en zijn laatste verblijf.

Van Onze Man in Berlijn: Het debunken van de Hitlerbunker. Over de mythes van Hitler’s dood en zijn laatste verblijf.

Reacties uitgeschakeld voor Van Onze Man in Berlijn: Het debunken van de Hitlerbunker. Over de mythes van Hitler’s dood en zijn laatste verblijf.

28 maart 2014:

Het debunken van de Hitlerbunker. Over de mythes van Hitler’s dood en zijn laatste verblijf.

De vele vraagstukken ten spijt is één onderwerp onvermijdelijk voor een student Duitse geschiedenis. Omdat hij de slechtste Europeaan van de 20e eeuw was, heb ik voor de zekerheid drie verschillende biografieën over Hitler gelezen. Heel duidelijk was dat het laatste hoofdstuk in alledrie de biografieën telkens plaatsvond in de zogeheten Hitlerbunker. Nadat Hitler drieëneenhalve maand leefde in de onderbuik van het Berlijnse stadscentrum, pleegde hij zelfmoord op 30 april 1945. Daar is het mee gezegd, zou je denken. Toch heeft het laatste onderkomen en de dood van de dictator veel onduidelijkheid voortgebracht – en niet alleen onder de leken. In andere woorden, geruchten en mythen over Hitler’s laatste hoofdstuk overstemmen de waarheid…

Om maar een van deze mythes even op te rakelen: zo zou de zes verdiepingen hoge Hitlerbunker een ondergrondse snelweg hebben naar het Flughafen Tempelhof, waar ten alle tijd een vliegtuig klaarstond om Hitler’s ontsnapping te garanderen. Te Denemarken – zo niet, Barcelona – stapten Eva Hitler-Braun en haar bruidegom in een onderzeeër richting Zuid-Amerika, waar ze nog twee dochters ter wereld brachten. Ondertussen hadden Hitler’s Doppelgänger en een actrice een zelfmoord geënsceneerd. Naar mijn mening zijn deze mythes allesbehalve onschuldig. Deze impliceren dat Hitler ons te slim af was, en dat we nazisme nooit écht hebben kunnen overwinnen. Bovendien vind ik de onduidelijkheid in mijn studieveld meer dan ondragelijk. De hoogste tijd voor het debunken van mythes aangaande Hitler’s dood en het plaats delict: de Hitlerbunker.

Maar vooropgesteld hoeft men helemaal niet verrast te zijn dat Hitler zelfmoord pleegde. Je kan veel aanmerken over Hitler’s persoonlijkheid, karakter en daden – maar hij was niet bang voor een pijntje. Eerder in zijn leven zocht hij al levensbedreigende risico’s op, wanneer hij zich vrijwillig aanmeldde voor het Duitse leger bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog – zo ook tijdens zijn gevechten met de gewapende Beierse politie in november 1923. In het begin van de jaren dertig dreigde Hitler met het plegen van zelfmoord toen de nazi-partij in crisis verkeerde. Interessant genoeg telde Hitler af voor zijn zelfmoord. Het dreigement met de boodschap “Doe wat ik zeg wat ik zeg, anders pleeg ik over tien seconden zelfmoord!” werd kracht bijgezet door af te tellen. “In vijf seconden” en uiteindelijk “over een seconde maak ik er een eind aan!” moet het ongeveer hebben geklonken. Helaas bleven zijn dreigementen bij valse beloftes.

Zijn zelfmoord, daar komen we later nog even op terug. Wat is de waarheid over de ‘gigantische’ Hitlerbunker? Welnu, deze is nooit gebouwd vanwege de gunstige omstandigheden – integendeel. Het besluit om een schuilkelder voor Hitler te bouwen, werd in de eerste maanden van 1942 genomen. Het is waarschijnlijk dat dit samenhangt met de onuitgesproken verwachting dat de oorlog niet in het gewenste resultaat zou uitpakken. Voor Hitler’s worst-case scenario werden toen al behoorlijke voorzorgsmaatregelen genomen. Vanaf de Neue Reichskanzlei liep al een tachtig meter lange ondergrondse tunnel naar een bunker, die vijf meter ondergronds lag. Hier bovenop beval Hitler om een tweede bunker te bouwen, die nog eens vier meter dieper lag. De wanden en het dak van deze bunker waren 3.5 meter dik. Vanwege de hoge grondwaterstand moest de locatie permanent gepompt worden, terwijl de muffe geur verdreven werd met luchtinstallatie – welke door een lawaaiige dieselaggregaat werd gedreven. De zestien kamertjes hadden gezamenlijk een oppervlakte van 250m² – hetgeen gewoonweg klein is. Van een zes verdieping tellend complex was dus allerminst sprake. Het interieur was bescheiden, zo niet hardvochtig. De lichten hadden niet eens lampenkappen. Toen Hitler medio januari 1945 naar de bunker verhuisde had hij in zijn woonkamer slechts een bank en twee schilderijen: een Nederlands stilleven en een portret van Frederik ‘de Grote’ II. De laatstgenoemde kreeg nog veel jammerende monologen te verduren.

Per 16 april 1945 brak de Slag om Berlijn uit. De daaropvolgende twee weken viel er een equivalent aan explosieven op de stad, dat eerder al met de 360 bombardementen naar beneden kwam. In zijn laatste weken viel de dictator alsmaar zijn secretaresse lastig met monologen over triviale gespreksonderwerpen, zoals honden en het opvoeden van hen, en zijn idee over een gezond voedingspatroon. Ondertussen stond hij stijf van de vele verschillende medicijnen die hij kreeg toegediend en at hij grote hoeveelheden taart – die hij voor zijn verjaardag op 20 april had gekregen. Vanwege de (zelf)destructieve levensstijl zag Hitler er veel ouder uit dan slechts een half jaar eerder. Zijn kleren zaten vol etensvlekken omdat hij zijn bestek niet kon stilhouden. Voor het eerst sinds hij zijn leven als Weense landloper was ontstegen, maakte Hitler een onverzorgde indruk op zijn omgeving. Op militaire vergaderingen haalde Hitler zijn hoop uit spookbataljons, die niet meer bestonden. De militaire staf – al dan niet in het geheim- vonden Hitler en zijn instructies belachelijk. De meeste bevelen van Hitler werden genegeerd. Veel hoge officieren vluchtten naar Beieren, of via het Vaticaan naar Spanje, Argentinië, Chili of Paraguay. Hitler deed dit niet: hij was vastberaden om in Berlijn te sterven. Op 29 april trouwde hij Eva Braun. Op hun huwelijksreis, de volgende dag, gingen zij naar de hel. Hitler had de gifcapsules op hun hond en op Eva getest – om alsnog het besluit te nemen, om zelfmoord te plegen met een geweer. Twee dagen later veroverde het Rode Leger de omgeving van de Hitlerbunker. Een week later capituleerde Nazi-Duitsland.

Georgi Zjoekov, generaal van het Rode Leger, zei in juni 1945 dat geen stoffelijk overschot van Hitler was gevonden. De maand daarop, tijden de conferentie van Potsdam, voegde Stalin hieraan toe dat Hitler wellicht naar Spanje of Argentinië is gevlucht. De reeds genoemde mythen en complottheorieën schoten wortel in deze periode. De eerste debunking vond plaats in 1968, toen de Sovjetische journalist Lev Alexandrovitsj Besymenski een boek publiceerde over geheime documenten van het Rode Leger. In dit boek werd onthuld dat het Rode Leger al per 2 mei ernstig op zoek was naar het stoffelijk overschot van Hitler. Drie dagen later vonden de luitenant Passanov en zijn mindere Tsjoekarov waar zij naar zochten. Niettemin had de 200 liter benzine de lijken in verre staat verkoold. De resten werden naar een noordelijk stadsdeel gebracht, waar een autopsie de identiteit bevestigde van Adolf Hitler en Eva Hitler-Braun. Het belangrijkste bewijs hiervoor was het gebit, dat Hugo Blaschke – een van Hitler’s tandartsen – twijfelloos herkende. De rest van de as werd in 1970, op bevel van het toenmalig hoofd van de KGB Joeri Andropov, verder verbrand op een militaire Sovjetbasis te Maagdenburg en in de rivier – de Elbe – gedumpt. Slechts een paar fragmenten van Hitlers schedel werden gearchiveerd in het Russisch Staatsarchief. Deze fragmenten blijken echter van een vrouw te zijn…

En wat bleef er van de bunker over? Ondanks enige pogingen om de bunker op te blazen, waren de muren hier té dik voor. Alle binnenmuren daarentegen waren opgeblazen, waarna een kunstmatige heuvel het karkas verhulde. Ondertussen zorgde de hoge grondwaterstand voor een verder verval van de bunker. Geen mens kwam in de buurt, op enkele grenssoldaten na – het terrein lag op het verboden gebied nabij de Berlijnse muur. Vanaf 1986 en de daaropvolgende drie jaar was de omgeving een bouwput. Ook de Hitlerbunker werd weer opgegraven, om deze wederom dicht te gooien met aard en stenen. In deze periode vermomde een Robert Conrad zich als bouwarbeider, om in het geheim foto’s te maken van de vervallen bunker. Wellicht was hij de laatste die kan navertellen hoe de bunker eruit heeft gezien. Bovenop de bunker kwam uiteindelijk een parkeerplaats te liggen. Na de val van de muur waren Duitse autoriteiten bang dat extreem-rechtse hooligans de spot zouden gebruiken als een neonazistisch pelgrimsoord. De consequentie was, wederom, dat meer geruchten werd verteld dan de waarheid. Alleen kort voordat de Wereldkampioenschap voetbal in 2006 begon, voorkwam een informatiebord door de Berliner Unterwelten een eind aan dergelijke geruchten en uitdijende urban myths. Samengevat hoop ik met deze entry eens en voor altijd duidelijk te maken dat Hitler in zijn laatste dagen niet vegeteerde als vrij man in de Argentijnse zon. Het contrast in de Spartaanse Hitlerbunker kon niet groter zijn. Bovendien was de macht van de dictator was tanende, zijn omgeving kon hem nauwelijks nog serieus nemen. Toch, zijn laatste bevel – dat zijn lichaam niet als triomf in een Russisch museum kon worden tentoongesteld- is wel zorgvuldig uitgevoerd.  

Onze man in Berlijn

 Jonge historicus Joep de Visser schrijft tweewekelijks voor zijn blog een beknopte geschiedenis    over uiteenlopende thema’s – waarin Berlijn centraal staat – en zoekt naar de locaties die hieraan  zijn  verbonden.

About the author:

Back to Top