Verwant Verleden: Onverwerkt verleden – Collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog

Verwant Verleden: Onverwerkt verleden – Collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog

Verwant Verleden: Onverwerkt verleden – Collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog

Reacties uitgeschakeld voor Verwant Verleden: Onverwerkt verleden – Collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog

Primaire bronnen blijven essentieel voor geschiedkundig onderzoek, en wat is een mooiere primaire bron dan je eigen voorouder? Aan de hand van oude foto’s, oral history en familieverhalen plaatsen jonge historici de komende weken de ervaringen van hun voorouders in historische context. Vandaag vertelt Sieglinde over haar overgrootvader Amaat, die na de Tweede Wereldoorlog werd veroordeeld voor collaboratie.

Amaat, André en Frank (mijn vader) op de zeedijk te Blankenberge, 1957

De collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog blijft voor vele nabestaanden tot op de dag van vandaag een moeilijk gespreksonderwerp. De Volksrepressie met de standrechtelijke executies, mishandelingen, plunderingen en brandstichtingen die er op volgden werden in het geheugen gebrand. Het is dan ook met recht een onverwerkt verleden te noemen. Ook binnen mijn familie is dat zo. Mijn grootvader André had zijn kinderen enkel verteld dat zijn vader Amaat ‘oorlogsburgemeester’ was geweest, en vermeed het onderwerp bij voorkeur helemaal. De rest van het verhaal heb ik daarom via verschillende archieven bij elkaar gepuzzeld.

Vlaams Nationaal Verbond

Mijn overgrootvader, Amaat Vandekerkhove, werd op 28 juni 1892 te Wenduine, nabij Blankenberge, geboren. Daar woonde hij tot de Groote Oorlog in 1914 aanbrak. Amaat kwam als soldaat in de loopgrachten terecht, terwijl zijn familie naar Engeland gevlucht was. Hij overleefde de oorlog, maar werd voor 25% invalide verklaard. Voor zijn dienst werd hij op 15 december 1915tot Ridder in de Kroonorde verklaard, wegens ‘toewijding, dapperheid en standvastige plichtsbetrachting’.[1]

Na de oorlog slaagde Amaat er met succes in om zijn leven weer op te bouwen. Hij huwde Germaine
De Vriese en ze kregen twee kinderen, Eliane en André. Hij werd lokatieagent en profiteerde zo van het opkomende kusttoerisme. In de jaren ’30 zakten de prijzen echter en werd het moeilijker om appartementen te verhuren.[2] Ook Amaat ondervond hiervan problemen en sloot zich daarom in 1934 aan bij de steeds populairder wordende Vlaams Nationaal Verbond (VNV). Het VNV vond zijn oorsprong in de Vlaams nationalistische beweging, die tijdens de Groote Oorlog samen met de Frontpartij een radicale richting had gekregen.[3] Het is niet onwaarschijnlijk dat Amaat zelf bij de Frontpartij betrokken was, hoewel ik daar geen verder bewijs voor heb. In elk geval vervulde Amaat bij het VNV de functie van propagandaleider voor Wenduine. Ook de rest van de familie was betrokken; zo was zoon André lid van de Dietsche Blauwvoetvendels (DBV), een tak van het Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond, de jeugdbeweging van het VNV.

Oorlogsburgemeester

Amaat en Germaine te Antwerpen in 1954 op het huwelijk van zoon André en Clementine Berat

Van deze politieke inclinatie was verder misschien niets meer gekomen dan een groter politiek engagement, ware het niet dat in de volgende jaren de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Het VNV koos meteen voor politieke collaboratie, hoewel er geen garanties waren over concrete bestuurlijke macht of centrale politieke punten.[4] De situatie in het begin van de oorlog was geheel anders dan tegen het einde ervan: de bevolking was de geallieerden niet erg genegen en men ging er van uit dat de bezetting misschien wel lang kon duren.[5]

Amaat was intussen nog altijd propagandaleider en actief lid van het VNV. Hoewel hij voor de oorlog geen gemeenteraadslid in Wenduine was geweest, werd Amaat in 1941 toch schepen. Het latere arrest van het Krijgshof van Gent in 1946 stelt dat dit enkel mogelijk was door ‘samenwerking met de vijand’. Nadat de toenmalige burgemeester Aelter in 1943 moest opstappen (omdat hij geen inwoner van Wenduine was), nam Amaat de post van hem over. Dit paste geheel in de collaboratiepolitiek van het VNV om zoveel mogelijk leden in leidinggevende posities te krijgen.

Veroordeling en vrijlating

Twee pagina’s uit de bijbel van André: een deel van een gedicht en een tekening van de torens van Brugge gezien vanuit het interneringskamp St Kruis

Erg lang nam Amaat de functie niet waar; in ’44, direct na de bevrijding, werd het hele gezin gevangen genomen en in het interneringskamp van Sint-Kruis te Brugge geplaatst. Germaine, die ernstig ziek was, werd al snel vrijgelaten en dochter Eliane, die op dat moment in Antwerpen woonde, ontsnapte mogelijk zelfs helemaal aan gevangenschap. Zoon André werd bijna een heel jaar gevangen gehouden, mogelijk door zijn lidmaatschap van de DBV. Amaat zelf werd op 28 Juni 1946 door het Krijgshof te Gent veroordeeld tot zeven jaar cel en een geldboete van 150.000 frank wegens ‘tussen 10 Mei 1940 en September 1944 deelgenomen te hebben aan het vervormen door den vijand van de wettelijke instellingen of inrichtingen.’ Amaat vroeg verschillende keren om vervroegde vrijlating. Een van de redenen die hij aanhaalde was de ziekte van zijn vrouw. Hij werd inderdaad in ’47 vervroegd vrijgelaten.

Verschillende getuigen op Amaats proces spreken van een goed persoon die het met de bevolking goed voorhad. Zo zou Amaat als burgemeester de verplichte tewerkstelling in Duitsland van verschillende mensen tegengehouden hebben, niet actief met zijn functie als propagandaleider bezig geweest zijn, nooit in uniform zijn verschenen en was hij niet gekend als actieve medewerker aan de deportatie van Joden.[6] Dit speelde waarschijnlijk ook mee in zijn vervroegde vrijlating. Toch blijft het moeilijk om hier een oordeel over te vellen: het is van zowel beschuldiging als verdediging moeilijk na te gaan in hoeverre uitspraken juist zijn.

Mijn grootvader is afgelopen februari overleden, en met hem de laatste levende getuige in dit verhaal. Het is daarmee evenwel nog niet vergeten; misschien kan het nu toch een beetje worden verwerkt.

Sieglinde Vandekerkhove (1994) studeert Geschiedenis aan de UGent en zit momenteel in het tweede jaar van de bachelor. Na haar master hoopt ze terug naar Schotland te verhuizen en de master Scottish History aan de University of Edinburgh te halen. Naast haar studie beoefent ze aikido, verzamelt ze planten en leest ze graag een goed boek onder het genot van een kopje thee.

[1] Dossier Amaat Vandekerkhove: Arrest van het Krijgshof Gent, ARA Brussel.
[2] Norbert J. De Meyer, “Wenduine en De Haan aan zee: een geografisch-economische studie van een deel van het Belgische kustgebied,” (Phd diss, Universiteit Gent, 1943), 221.
[3] Gita Deneckere, Tom De Paepe, Bruno De Wever en Guy Vanthemsche, Een geschiedenis van België (Gent: Academia Press, 2014), 69.
[4] Nico Wouters, De Führerstaat: overheid en collaboratie in België (1940-1944) (Tielt: Lannoo, 2006), 40.
[5] Raymond Derine, Repressie zonder maat of einde? (Leuven: Davidsfonds, 1978), 69-72.
[6] Nico Wouters, Oorlogsburgemeesters 40/44: lokaal bestuur en collaboratie in België (Tielt: Lannoo, 2004), bijlagen.

Bronnen:
Archief van het Koninklijk Museum van het Leger en Krijgsgeschiedenis
Akten van de Burgerlijke Stand, gemeente Wenduine
Bevolkingsregisters, gemeente Wenduine

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top