Verwant verleden: Op zoek naar een thuis. De geschiedenis van een Marokkaanse gastarbeider

Verwant verleden: Op zoek naar een thuis. De geschiedenis van een Marokkaanse gastarbeider

Verwant verleden: Op zoek naar een thuis. De geschiedenis van een Marokkaanse gastarbeider

3 Reacties op Verwant verleden: Op zoek naar een thuis. De geschiedenis van een Marokkaanse gastarbeider

Primaire bronnen blijven essentieel voor geschiedkundig onderzoek, en wat is een mooiere primaire bron dan je eigen voorouder? Aan de hand van oude foto’s, oral history en familieverhalen plaatsen jonge historici de komende weken de ervaringen van hun voorouders in historische context. Vandaag lees je het bijzondere verhaal van een Marokkaanse gastarbeider.

Dit is de geschiedenis van Mohamed ben Mezian. Geschreven puur op basis van zijn woorden, waar relevant en mogelijk geplaatst binnen de historische en sociaalpolitieke context. Zijn woorden zijn goud waard, want schriftelijk bron- en beeldmateriaal dat zijn persoonlijke verhaal kan ondersteunen, tot aan het moment dat hij in Nederland ging wonen, is er niet. Het enige wat ik heb, zijn woorden. Oral history, en niets anders.

Een dorpje in de Marokkaanse Rif

Mohamed ben Mezian en zijn vrouw zijn ongeveer zeventig jaar geleden geboren in koloniaal Noord-Afrika. Zij, Mouna bent Ahmed, in een Algerijns dorpje. Haar vader was voor haar geboorte tijdelijk met het gezin geëmigreerd van Braret in de Rif naar Algerije, op zoek naar werk en inkomen. In de jaren dertig van de twintigste eeuw waren de Franse plantages in West-Algerije een aantrekkelijke bestemming voor Riffijnse seizoenarbeiders.[1]

Naast Braret lag Ikarouen, het dorpje waar Mohamed vandaan komt. Beide dorpjes liggen in het hart van de Noord-Marokkaanse Rif en zijn tegenwoordig vrijwel leeggelopen. Het gebied daaromheen heeft door de eeuwen heen met verschillende invasies te maken gehad: Feniciërs, Romeinen, Arabieren, Portugezen, Spanjaarden en Fransen. Onder het Franse protectoraat (1912-1956) kwamen Mohamed en Mouna ter wereld. In welk jaar dat precies was, is onduidelijk. Ze zijn niet geboren in een ziekenhuis en er is niks over hun geboorte vastgelegd. Ik schat dat het rond 1946 geweest moet zijn.

Een onwelkom thuis

Mohamed en Mouna kunnen zich de laatste opstand in de Rifstreek tegen de Franse overheersing nog herinneren, in 1955. Ze moeten rond de negen jaar geweest zijn toen Franse vliegtuigen en artillerie uit vergelding hun dorpen bombardeerden. In een tijdperk van tanende militaire en economische Europese macht en wereldwijde revolutionaire en nationalistische antikoloniale sentimenten en successen, zagen ook Marokkaanse verzetsgroepen hun kans schoon. De ouders van zowel Mohamed als Mouna waren gedwongen met hun gezin de dorpen te ontvluchten naar de noordelijker gelegen Ait Wayagher stam. Niet lang na die Franse vergeldingsaanval verkreeg Marokko toch haar onafhankelijkheid in 1956.

Lang leve de revolutie.

Dat was echter niet het begin van voorspoed en democratie. De Marokkaanse bevolking ruilde de ene repressieve ondemocratische regering in voor de andere. Tijdens de Jaren van Lood (zo werd de regeringsperiode van Koning Hassan II ook wel genoemd) werden in het hele land dissidenten vervolgd en gevangen gezet.[2] De Rif was het centrum van een van die verzetsbewegingen tegen de nieuwe koning en een van de plaatsen die het hardst werd getroffen door zijn repressie. De verdere industrialisatie die na de Tweede Wereldoorlog in Europa plaatsvond, bood een uitweg. De koning wilde maar al te graag van de jonge potentieel opstandige jongemannen af – en Europa kon de ongeschoolde arbeiders goed gebruiken voor het zware werk in de fabrieken en op de bouwplaatsen.

Op zoek naar een nieuw thuis

Mohamed ben Mezian was een van die jongemannen. Hij trok begin jaren zestig, voordat Europa überhaupt een optie was, achtereenvolgens eerst naar Meknes en Fes (beiden steden in Marokko) en Tlemcen en Algiers (Algerije). Pas daarna volgde Alléria (Corsica) in augustus 1968, en Bordeaux een jaar daarna. Door zijn dienstverband op Corsica kreeg hij een carte de séjour en carte de travail, waarmee hij voortaan overal in Frankrijk kon reizen en werken. Via een kennis kreeg hij ten slotte een werkvergunning voor Nederland. Nederland genoot een goede reputatie onder gastarbeiders. In 1979 kwam het inmiddels met vijf kinderen uitgebreide gezin over naar Nederland in het kader van de gezinshereniging.

Het klimaat was toen anders. De Tweede Wereldoorlog was net twintig jaar achter de rug. Europa was economisch en maatschappelijk uit de krater geklommen die de bommen van het nazisme en fascisme hadden geslagen. Het continent moest heropgebouwd worden. Zodoende werden de taaie, hongerige Marokkaanse werkers welkom geheten, maar wel alleen de gezonde. Mohamed kan zich het groene knoopje, dat hij opgespeld kreeg in het “sorteercentrum” in Casablanca toen hij gezond en geschikt was verklaard, nog goed herinneren. Hij was daar puur per toeval beland. Een naamsverwisseling door de plaatselijke magistraat in het dorp in Marokko, waardoor het contract om op Corsica te komen werken per ongeluk bij Mohamed terechtkwam.

Een lange weg

En zo bepaalde het lot dat Mohamed een thuis vond. Maar wel met een lange omweg. In Marokko kon hij niet blijven. Om Algiers te bereiken, moest hij tientallen kilometers in het pikkedonker lopen om de Algerijnse grensposten te omzeilen. Eenmaal daar zag hij hoe zijn meegereisde jongere broer Ahmed drie maanden in de cel doorbracht vanwege de zonde een Marokkaanse identiteitskaart te hebben. Marokko en Algerije konden het niet met elkaar vinden in die tijd. De Zandoorlog van 1963 tussen Algerije en Marokko lag nog vers in het geheugen.

Mohamed (links) en zijn broertje Ahmed (rechts), begin jaren ’80

Zijn poging om in Frankrijk te komen zag hij bijna gedwarsboomd. Een trage Marokkaanse overheid die zijn paspoort moest uitgeven en gebrek aan geld om de reis naar Casablanca te betalen lagen dwars. Op de zesdaagse bootreis naar Marseille leefde hij van een stuk brood en een kop koffie per dag, niet wetend wat precies de bestemming was van zijn reis. Hij kon de Franse documenten niet lezen. De bestemming bleek Corsica, met dank aan een norse Franse bewaker op de boot.

Er waren ook vriendelijke Fransen. Een oude Corsicaan wees hem de weg naar de juiste bus en de naam van zijn nieuwe werkgever: “Oui, oui, monsieur Pastoro, Alléria. Là-bas, la gare”. Eenmaal in Alléria raakte hij verdwaald terwijl hij zocht naar zijn precieze bestemming. Een Marokkaanse arbeider nam hem in huis, bood hem een warme maaltijd en zijn eigen slaapplek aan, waarna de man zelf op de vloer sliep. De normaal zo nuchtere Mohamed wordt er nog emotioneel van als hij over de beste man vertelt.  Dankzij de aanwijzingen van die man bereikt hij monsieur Pastoro.

Verschillende incidenten doen Mohamed besluiten dat Corsica geen veilige thuis is. Tijdens een van de maanden die hij daar doorbrengt, worden ze onderweg terug naar de plantage vanuit een vrachtauto beschoten. Een andere keer hoort hij op een terrasje hoe twee mannen van Marokkaanse komaf worden bedreigd door een vloeiend Arabisch sprekende Corsicaan met een groot mes, die duidelijk de onafhankelijkheidsoorlogen van dichtbij heeft meegemaakt en het niet is vergeten: “Bevalt Corsica, hé? Vandaag snijd ik jullie keel door.”

Eindelijk een thuis

Mohamed keert niet veel later terug naar Marokko, en reist via Bordeaux uiteindelijk naar Utrecht. Hij werkt van daaruit voor verschillende werkgevers, waaronder bij Gieterij de Gagel. In 1977 komt hij te werken voor Remia in Den Dolder, tot aan zijn pensioen eind jaren negentig. Hij vertelde vroeger aan zijn kinderen dat hij na zijn pensioen terug zou willen. Maar het is er nog steeds niet van gekomen. Stiekem voelt hij zich hier thuis. Hier leven zijn kleinkinderen en kinderen. Daar ben ik er een van.

Ik reisde een maand geleden af naar Marokko om afscheid te nemen van het overleden broertje van mijn vader, en zag hoe weinig er in 45 jaar tijd is veranderd. Ze hebben smartphones ja, dat wel. Maar de meeste mensen hebben nog steeds een uitzichtloos bestaan. Er is geen werk. Er is geen sociale zekerheid. Er is geen politieke vrijheid. Er zijn geen regels. Er is geen structuur. En als een zekere magistraat 45 jaar geleden geen foutje had gemaakt, was ik daar ook geweest.

Khalid Toufik studeerde Geschiedenis (Politiek en Maatschappij in Historisch Perspectief) aan de Universiteit Utrecht. Hij liep stage bij de FNV, waar hij onderzoek deed naar de oorsprong en stand van zaken van internationale samenwerking binnen de arbeidersbeweging. In zijn vrije tijd bokst hij graag en leest hij alles wat er op het internet te lezen valt.

[1] ‘Economy of Morocco‘, Chronicle of the Middle East & North Africa

[2] Maurice Blessing, ‘Despoot Hassan II van Marokko’, Historisch Nieuwsblad 3/2009. Ook is de documentaire ‘Briser le Silence’ hierover interessant.

About the author:

3 Comments

  1. José  - 22 maart 2017 - 21:01
    /

    Wat heb je de gesproken woorden van je vader mooi in geschreven woorden weergegeven, Khalid! Ik vind het een ontroerend verslag.

    Lieve groet, José

  2. abdelkarim  - 22 maart 2017 - 22:21
    /

    dat. is echt mooi neef

  3. Tilly  - 23 maart 2017 - 10:52
    /

    Wat een bijzondere manier om mijn vriendin, een van jouw zussen, iets beter te leren kennen. Dank voor je mooie verhaal. En zeg tegen je vader dat hij trots mag zijn op zijn!

Nieuwsbrief

Back to Top