Vriend en vijand – De Franse Revolutie

Vriend en vijand – De Franse Revolutie

Vriend en vijand – De Franse Revolutie

Reacties uitgeschakeld voor Vriend en vijand – De Franse Revolutie

Bart Verheijen neemt ons vandaag mee naar de Franse Revolutie. Vrienden of vijanden: iedereen kon onder de guillotine belanden.

Op 5 april 1794 werd de journalist en revolutionair Camille Desmoulins in Parijs geguillotineerd. De beschuldiging luidde: medeplichtigheid aan een buitenlands monarchaal complot gericht tegen de Franse republiek. Samen met Desmoulins verdwenen er die dag nog twaalf medeplichtigen (waaronder de populaire volksmenner Georges Danton) onder de guillotine.

De executies van 5 april 1794 stonden niet op zichzelf. De arrestatie en guillotinering van Franse burgers was de orde van de dag in de periode van de terreur tijdens de Frans Revolutie (september 1793- juli 1794). Het uitvoerende orgaan van de revolutionaire regering, met de misleidende naam Comité de Salut Public (comité ter bevordering van het algemeen welzijn), had zichzelf tijdens deze periode de taak gesteld Frankrijk te beschermen tegen de vijanden van de revolutie. Zo veroordeelde dit comité onder meer de federalistische fractie van de Girondijnen tot de guillotine (oktober 1793) en in maart 1794 ondergingen de radicale Hébertisten hetzelfde lot.

Het machtigste lid van het Comité de Salut Public was de ongrijpbare Maximilien de Robespierre die de bijnaam l’incorruptible (de onkreukbare) verwierf omdat hij zijn revolutionaire principes nooit zou hebben verloochend. Zijn principes strekten zich inderdaad zover uit dat hij er niet voor terugschrok zijn oude vrienden onder de guillotine te leggen. Zo ondervond ook Camille Desmoulins op 5 april 1794.

Desmoulins en Robespierre waren jeugdvrienden. Ze ontmoetten elkaar als tieners op Collège Louis-le-Grand en groeiden samen op. Samen verdiepten ze zich in de verlichtingsauteurs en ze maakten samen de Franse Revolutie mee waar ze hun nieuwe idealen in de praktijk konden brengen. In de Franse Nationale vergadering stemden ze beiden voor de dood van Koning Lodewijk XVI. Ook hielden ze beiden vast aan een duidelijk principe: de revolutie moest doorgang vinden en iedereen die haar zou verraden diende te sterven. Zo ook de oud-monarch van Frankrijk en zijn beroemde vrouw Marie Antoinette. Daar stopte hun revolutionaire strijd echter niet.

Revoluties maken ideeën over vriend en vijand vloeibaar. De taak die de revolutionairen zichzelf gesteld hadden – het afbreken van de oude samenleving en het opbouwen van een nieuwe – kon niet plaatsvinden zonder bloedvergieten. ‘Het politieke’ (de ordeningsstructuur van een politiek regime) diende opnieuw uitgevonden te worden. De nieuwe revolutionaire samenleving, die zowel vanuit het binnenland als vanuit het buitenland werd bedreigd door politieke, militaire en sociaal-economische krachten, dreef langzaam af in een maalstroom van intriges en complottheorieën.

Robespierre en Desmoulins waren van mening dat de revolutie gered diende te worden, al ontwikkelden ze een verschillende visie op de snelheid waarmee de guillotine het werk moest doen. Uiteindelijk bracht het meningsverschil daarover de vriendschap ten einde. Robespierre duldde niet dat iemand zou twijfelen aan de revolutionaire politiek en de frequenties van de executies. In zijn krant le vieux Cordelier, waarmee Desmoulins opriep tot een matiging van de terreur, tekende Desmoulins dan ook zijn doodsvonnis.

De vrouw van Desmoulins, Lucille Duplessis, smeekte Robespierre om de executie af te blazen en deed een beroep on hun vriendschap. Robespierre was als getuige aanwezig geweest op het huwelijk van Desmoulins en Duplessis en tevens Peetoom van hun zoon. Het mocht niet baten. Lucille werd beschuldigd van het veroorzaken van een oproer om haar man te bevrijden. Een week later werd ook zij geguillotineerd.

Uiteindelijk kwam de liefde voor de guillotine het comité duur te staan. Robespierre wenste de zuivering van de Franse republiek tot het uiterste door te voeren. Tijdens een bijeenkomst van het Franse parlement op 26 juli 1794 kondigde hij een nieuwe executiegolf aan, maar hierbij weigerde hij de namen van de verdachten bekend te maken. Deze beslissing keerde zich tegen hem. Verenigd in hun angst steunde het parlement Robespierre niet langer. Hij werd gevangengezet en de dag daarna, samen met drieëntwintig volgelingen, geguillotineerd.

bart_verheijen_fc_c_stef_verstraaten_1Bart Verheijen (1985) is promovendus aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Vorig jaar verscheen zijn boek Geschiedenis onder de guillotine. Twee eeuwen geschiedschrijving van de Franse Revolutie (Vantilt 2013), over de rol van de revolutionaire terreur in het Franse historiografische en politieke debat. Op 25 oktober 2014 geeft Bart Verheijen een lezing over dit onderwerp tijdens de 24 uur van de Nijmeegse geschiedenis (14.00 tot 14.45u in De Bibliotheek De Mariënburg). Zijn promotieonderzoek gaat over de Napoleontische tijd in Nederland.

(photo by Stef Verstraaten)

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top