Vrouwenvoetbal – Scoren in een mannenwereld

Vrouwenvoetbal – Scoren in een mannenwereld

Vrouwenvoetbal – Scoren in een mannenwereld

Reacties uitgeschakeld voor Vrouwenvoetbal – Scoren in een mannenwereld

Deze column werd op 16 mei 2019 uitgesproken tijdens ‘Rokkenjager – Historisch Café’ in de Groninger Archieven, georganiseerd door Jong KNHG en Jonge Historici – mede mogelijk gemaakt door het Hendrik Muller Fonds, GO Fonds, Groninger Archieven en Brouwerij BAXBIER.

Als u Serena Williams haar tegenstander van de baan ziet slaan, denkt u dan ook: ‘Leuke meid hoor, maar zet haar tegenover Roger Federer en ze is nergens meer’? En als Ranomi Kromowidjojo naar haar zoveelste titel zwemt, spookt dan ook door uw hoofd: ‘Ja ja, maar gooi dat meisje in het bad met de mannen en tegen de tijd dat zij de finish aantikt, zitten die allang aan de kleffe patat in de zwembadkantine’? Als de vrouwelijke hockeyploeg medaille na medaille binnensleept, zegt u dan ook tegen uw medetoeschouwers: ‘Oké, knap hoor, maar het ziet er eigenlijk wel heel traag uit, en ze slaan ook helemaal niet zo hard’?

Waarschijnlijk heeft u dit soort gedachtes niet wanneer u naar sportende vrouwen zit te kijken. Waarom is men dan wél zo kritisch als het op het vrouwenvoetbal aankomt?

Volwaardig?

Helaas is dit deels omdat het gewoon waar is: vrouwenvoetbal is lang niet zo snel, spectaculair of groots opgezet als het mannenvoetbal. Dit heeft uiteraard biologische en fysieke oorzaken: vrouwen zijn nou eenmaal gemiddeld kleiner, minder sterk en minder snel dan mannen. Daarnaast is de professionalisering van het vrouwenvoetbal pas zeer laat op gang gekomen – de vrouwen hebben dus simpelweg minder tijd gehad om zich te ontwikkelen.

Ditzelfde kan echter ook gezegd worden van andere sporten, zoals volleybal en waterpolo. Toch is hier de inhaalslag zo sterk geweest, dat ondanks het feit dat vrouwen altijd minder hard zullen slaan, minder snel zullen zwemmen en minder hoog zullen springen, zij in deze disciplines wel gewoon als volwaardige sporters gezien worden. Waarom worden voetballende vrouwen dan nog altijd niet op hun eigen merites en prestaties beoordeeld, maar worden ze nog steeds beschouwd als een slap aftreksel van het mannenvoetbal?

Oncharmant

De oorzaken hiervoor zijn divers en hardnekkig. Zo werd sporten in het algemeen, maar voetbal in het bijzonder, lange tijd als oncharmant en onvrouwelijk gezien – je ging ervan zweten, je kreeg een rood hoofd, het maakte een competitiedrang in mensen los: allemaal zaken die als hoogst onvrouwelijk werden beschouwd. Sporten mocht wel, maar het moest vooral sierlijk en gracieus. Zo kon het dat bijvoorbeeld vrouwen die wilden zwemmen, turnen of tennissen al redelijk snel geaccepteerd werden: deze disciplines konden met rustige en sierlijke bewegingen worden volbracht, er was geen fysiek contact en de gezelligheid van het spel kon boven de wil om te winnen worden geplaatst.

Voetbal kan helaas met de beste wil van de wereld niet charmant, sierlijk of gracieus genoemd worden. Tegenstanders van vrouwenvoetbal waren ervan overtuigd dat de snelle en ruige bewegingen slecht zijn voor het vrouwelijk lichaam – met name het rennen kon nadelige effecten hebben op de baarmoeder, en het opvangen van een bal met de borst moest bovendien wel zeer schadelijk zijn voor de borsten. Maar ondanks dat men aanvankelijk meende dat het oogluikend toestaan van voetbal door vrouwen er uiteindelijk toe zou leiden dat ze er toch wel op uitgekeken zouden raken (u weet hoe wispelturig die vrouwtjes kunnen zijn), bleef de populariteit van de sport toenemen. De KNVB besloot daarom drastisch in te grijpen: vanaf halverwege de jaren vijftig werd het verboden voor voetbalclubs om hun velden beschikbaar te stellen aan de verderfelijke uitwas die het vrouwenvoetbal vormde.

Geldgebrek

Aangezien het verbod tot in de jaren zeventig duurde, is het dus niet zo vreemd dat de ontwikkeling van het vrouwenvoetbal een enorme achterstand heeft opgelopen op dat van de mannen. Maar, zoals u ook zult weten, vrouwenvoetbal is niet meer verboden, en het Nederlandse damesteam is in 2017 zelfs Europees kampioen geworden.

Met dat succes in het achterhoofd zou je dan ook denken dat de vooruitgang in het vrouwenvoetbal, ook al is het laat en traag op gang gekomen, zich gestaag zou blijven voortzetten. Helaas lijken enkele recente ontwikkelingen juist op het tegenovergestelde te wijzen: SC Heerenveen heeft besloten om hun vrouwentak, één van de oudste en meest succesvolle in de divisie, stop te zetten wegens geldgebrek. Ook Achilles’29, een van de andere negen eredivisieclubs, heeft de stekker uit hun vrouwenvoetbalteam getrokken uit financiële overwegingen.

Lange weg

Bovendien blijft het vrouwenvoetbal ook in de populaire media onderbelicht. Het aantal keren dat een vrouwelijke gast aan mocht schuiven bij Veronica Inside is op twee handen te tellen (één hand misschien wel, als we René van der Gijp in vrouwenkleding niet meerekenen). En misschien heeft u meegekregen dat Vivianne Miedema in Engeland als eerste Nederlandse tot voetbalster van het jaar is uitgeroepen – maar als u die dag naar het RTL Nieuws keek, is het u vast ontgaan. Want hoewel de NOS nog wel aandacht besteedde aan de winst van Miedema, richtten andere nieuwsbronnen zich hoofdzakelijk op Virgil van Dijk die diezelfde prijs in ontvangst mocht nemen. En dat terwijl Miedema met 22 goals uit 19 wedstrijden de absolute topscorer is in de Engelse competitie.

Er is dus nog een lange weg te gaan, maar gelukkig kunt ook u er iets aan doen om het beeld van vrouwenvoetbal een beetje recht te trekken. Want de volgende keer dat u per ongeluk langs een vrouwenvoetbalwedstrijd komt, zap dan eens niet meteen weg. En als uw medetoeschouwer dan uitspraken doet als ‘Pff, het ziet er ook niet uit, zet die meiden tegenover Zondag Vier van de Swaechster Boys en dan zouden ze het nog afleggen’, lach dan eens niet schaapachtig met hem mee, maar wijs hem eens op de loepzuivere passes van Mertens, de keiharde kopballen van Miedema, of de onuitputtelijkheid van Van der Zanden, die iedere wedstrijd een marathon aflegt. En als uw dochtertje u vraagt of ze op voetbal mag, dan is het enige juiste antwoord: ‘Maar natuurlijk! Voetbal is voor meisjes!’

Door Hilde Klinkers.

Hilde Klinkers heeft Geschiedenis gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen. Als vrouwelijke sporter (of sportende vrouw) heeft ze bij het kiezen van haar afstudeerrichting het aloude schrijverscliché ‘write what you know’ ter harte genomen, en is ze afgestudeerd in de gender- en sportgeschiedenis. Tegenwoordig is ze werkzaam bij de gemeente Groningen en houdt ze zich enkel nog in haar vrije tijd bezig met haar sport en vrouwzijn.

About the author:

Back to Top