DE MACHT VAN ‘BLANK’

EEN GENEALOGISCHE BENADERING

Nederland worstelt met het verleden en de macht die schuilgaan achter het woord ‘blank’. Wie niet behoort tot de historisch gesitueerde ‘blanke norm’ loopt meer kans om automatisch in de risicoprofielen van de Belastingdienst, de politie en de Koninklijke Marechaussee terecht te komen en om discriminatie te ervaren op de arbeidsmarkt, in het onderwijs, het rechtssysteem en de woningmarkt. [1]

Discriminerende algoritmes houden ons een spiegel voor: een diep ingebed machtsmechanisme vertaalt zich naar een complex systeem van in- en uitsluiting. Discriminatie is inherent aan deze technologie, omdat discriminatie inherent is aan de samenleving – wat je in zelflerende AI-systemen stopt, krijg je terug. Of, zoals Joy Buolamwini het verwoordt in de documentaire Coded Bias: “Data is onze geschiedenis. Het verleden woont in onze algoritmen.”[2] 

Dat verleden woont ook in onze woorden. En in het woord ‘blank’ huist een geschiedenis van macht,  identiteitsstrijd en racisme. Toch ontbreekt het in het huidige politieke debat en de taalstrijd over ‘wit’ of ‘blank’ vaak aan een kritische begripsgeschiedenis. Ik doe een poging daartoe door aan de hand van een bondige genealogische analyse uiteen te zetten welke historische en racistische structuren schuilgaan achter het begrip ‘blank’. Zodoende betoog ik waarom het tijd is dit controversiële woord in het verleden te laten.

HET DWAALSPOOR

In 2018 leidde de keuze van publieke omroep NOS om voortaan ‘wit’ te gebruiken tot opschudding in de media en Kamervragen van PVV-Kamerlid Martin Bosma. Volgens sommige taalpuristen zou ‘wit’ een barbarisme zijn, een anglicisme of germanisme en daarom een verkwanseling van onze eigen taal. “Er is niks mis met blank […] dat is gewoon wat we zijn,” merkte kamerlid Bosma geagiteerd op, “blank is al duizenden jaren oud.” [3] 

Bosma refereert naar alle waarschijnlijkheid naar de etymologische oorsprong van ‘blank’. In het Oudgermaans kwam bijvoorbeeld blanka al voor. In het Oudnoords blakkr. Misschien is er sprake van een genasaleerde vorm bij het erfwoord blaken, dat ‘schitteren’ betekent – maar de woorden zouden evengoed verwant kunnen zijn aan het woord blinken. Aan het Germaans ontleend, is het middeleeuws Latijnse blancus en andere Romaanse vormen, zoals het Franse blanc en Italiaanse bianco.[4] Het woord kent inderdaad al een eeuwenoud gebruik als synoniem voor ‘wit’ of ‘schoon’, maar is pas in de loop van de negentiende en twintigste eeuw sterk ingeburgerd geraakt als aanduiding voor iemand met een min of meer rozige huidskleur. Uit de verschillende drukken van Van Dale (1864-2015) blijkt dat ‘blank’ in de vorige twee eeuwen gebruikt werd om onderscheid te maken tussen mensen met een lichte huid en mensen met een donkere huid. Dat ‘wit’ als huidaanduiding een barbarisme zou zijn, klopt dus niet. Bovendien komen zowel ‘wit’ als ‘blank’ al voor als beschrijving van de huid in geschriften uit de zeventiende eeuw. In een verslag van de Verenigde Oost-Indische Compagnie uit 1646 wordt de bemanning van een schip omschreven als “180 witte gemonsterde Soldaten” en “swarte ende witte bootsghesellen.”[5] 

De historische oorsprong die Bosma zoekt, is dus überhaupt nauwelijks relevant voor het huidige gebruik en invulling van het woord. [6] Volgens Friedrich Nietzsche (1844-1900) en Michel Foucault (1926-1984) is zoeken naar de etymologische oorsprong een dwaling: de juiste methode om de complexe herkomst en de geleidelijke ontstaan van begrippen te analyseren is een genealogische methode. [7] Als historicus stel ik dus niet de vraag wat de ontstaansgeschiedenis van het begrip ‘blank’ is, maar hoe een specifiek historisch proces ertoe heeft geleid dat Nederlanders een woord als ‘blank’ zijn gaan conceptualiseren als een identiteit en hoe is deze ‘blanke identiteit’ op zijn beurt verweven geraakt is met een machtig web aan sociale constructies, interacties en andere identiteiten. Het huidige politiek-morele debat heeft dan ook niets van doen met de etymologische oorsprong waar PVV-kamerlid Bosma op doelt, maar alles met identiteitspolitiek en macht.

‘GEVAARLIJK AFWIJKEND’

Als we voorbij een zuivere oorsprongsgeschiedenis kijken, wordt duidelijk dat het huidige politiek-morele debat omtrent ‘blank’ voortkomt uit een machtsmechanisme dat zich vertaalt naar een complex systeem van in- en uitsluiting.[8] Bij discriminatie spelen machtsverschillen in de samenleving een belangrijke rol. Dat ras wordt gereguleerd door een dergelijk machtsverschil is geen kortgeleden ontstaan fenomeen. Klassieke denkers als Plato (ca. 427-347 v.Chr.) en Aristoteles (384-322 v.Chr.) categoriseerden al de uiterlijke verschillen tussen groepen mensen om onder andere slavernij en overheersing te rechtvaardigen. [9] In de middeleeuwen werd een dergelijk discours ingezet als een manier om elkaar te onderscheiden als de ‘ander’ en elkander te identificeren als gelijke of vijand.[10]  In het conflict tussen de christelijke en islamitische werelden, bijvoorbeeld gedurende de reconquista van de elfde tot de dertiende eeuw, gebruikten christelijke en islamitische agitatoren ironisch genoeg dezelfde theorieën over de menselijke biologie om elkaars huid als ‘gevaarlijk afwijkend’ te benadrukken. De tint van de huid werd gebruikt om de ander te kleineren en te demoniseren.[11] Witte Europeanen schilderden hun moslim vijanden in Andalusië, het Midden-Oosten en Noord-Afrika af als verkleurde vreemdelingen, dienaren van de antichrist en benadrukten de schoonheid en reinheid van de eigen lichte huidskleur.[12] 

Al vóór het moderne imperialisme werden mensen op basis van uiterlijkheden gecategoriseerd en werd een gave, lichte huidskleur geassocieerd met reinheid, gezondheid en goede komaf.[13] Gilles Deleuzes (1925-1995) notie van differentie benadrukt het differente karakter van identiteiten: de identiteit van een begrip wordt bepaald door zijn verschil met andere voorbeelden.[14] Zo krijgt de ‘beschaafde’ man uit een Griekse polis een individuele identiteit omdat deze volgens Plato en Aristoteles fundamenteel verschilt van de ‘barbaar’. Oftewel, in elke identiteit huist altijd een verschil ten overstaan van een andere identiteit, bijvoorbeeld in huidskleur.[15] Die differentie is door de eeuwen heen op verschillende manieren doorgedrongen in onze taal en speelde een centrale machtsrol in Europa’s eeuwenlange wereldlijke hegemonie en koloniale onderdrukking. ‘Blank’ werd een identiteit, een politiek-cultureel machtsconstruct dat een oud, diep ingebakken ‘waarheid’ vertegenwoordigt dat witte mensen superieur zouden zijn. De Surinaams-Nederlandse antropoloog Gloria Wekker omschrijft dit machtsconstruct, dat meer dan vier eeuwenlang Europees kolonialisme en imperialisme beheerste, als een onderdeel van het Nederlandse “cultureel archief.”[16] ‘Blank’ is volgens haar een identificatieconstructie geworden, gelieerd aan de Nederlandse natiestaat en het Nederlanderschap; een etiket om de nationale blanke Nederlandse identiteit te onderscheiden van alle niet-witte identiteiten.[17] Het begrip ‘blank’ veronderstelt daarmee Nederlandse witte suprematie over alles dat niet met dat predicaat kan worden geïdentificeerd.

HET BLANKE IDEAAL

Die witte suprematie begon met het Europese imperialisme; de koloniale expansie en het trans-Atlantische slavernijsysteem creëerde vanaf de zeventiende eeuw een zelfbeeld van de witte mens als de lux mundi van de wereld.[18] De hiërarchische differentie zien we terug in het koloniale rasdenken, dat zich vanaf de achttiende eeuw ontwikkelde tot een politiek-cultureel en sociaaleconomisch hiërarchisch paradigma om op morele gronden te kunnen rechtvaardigen dat de Europese elite Afrikaanse en Aziatische volkeren middels slavernij en overheersing kon uitbuiten en onderdrukken.[19] ‘Blanken’ werden ten overstaan van ‘zwarten’ of ‘negers’ niet slechts de gewenste norm, maar het ideaal. In de achttiende eeuw beschouwden vrijwel alle grote verlichtingsgeleerden de witte mens als het hoogtepunt van de menselijke ontwikkeling en werden gekoloniseerde bevolkingen gestigmatiseerd op grond van hun vermeende gebrek aan ‘cultuur’ of ‘beschaving’.[20] De filosoof Voltaire (1694-1778) voerde bijvoorbeeld aan dat mensen van verschillende rassen van nature in een hiërarchie waren geordend, met ‘blanken’ bovenaan en zwarte mensen onderaan.[21] Als Charles Darwin (1809-1882) in 1871 de laatste hand legt aan The Descent of Man, is hij er nog altijd van overtuigd dat rassen mentaal, emotioneel en intellectueel verschillen en alle menselijke soorten inferieur zijn aan de witte Europeaan.[22]. Met allerhande theorieën over de minderwaardigheid van ‘negers’, ‘moren’ en ‘mongolen’ bevestigde de Europese kolonialist en imperialist zijn eigen superioriteit.[23]

‘Blank’ was hiermee het ideaal geworden in het imperialistische denken: alle andere rassen en hun kleuren waren de antithese van de beschaafde, witte suprematie en het beschaafde uiterlijk en handelen van de witte man en vrouw. Derhalve waren ‘interraciale relaties’ een taboe, ondanks oriëntalistische sensuele fantasieën.[24] Kinderen uit dergelijke interraciale relaties kregen het predicaat ‘halfbloed’ of ‘creool’ ten overstaan van ‘blank’, alsof ze het pure Nederlandse bloed bevuilden. Toch was een zogenaamd ‘gemixte’ huidkleur een gradatie hoger in het hiërarchische categoriseringsmodel dan de ‘neger’ of ‘koellie’, maar de ‘gemixte’ persoon bleef altijd in conflict tussen zwart en wit en zou zich nooit kunnen conformeren aan de blanke norm.[25]

Niet-witte mensen werden zodoende geconfronteerd met het veranderen, vermommen en bedekken van het fysieke zelf om te assimileren en zodoende geaccepteerd te worden.[26] Het lichaam van de zwarte mens staat onder constante druk om te voldoen aan een norm die niet authentiek en onbereikbaar is en wordt ondertussen uitgesloten en gedemoniseerd.[27] Alleen al kroezig haar wordt op veel plekken in Nederland nog steeds niet als conventioneel gezien en als zodanig behandeld of krijgt het predicaat ‘exotisch’ of ‘tropisch’, zoals in de vorige eeuw tot laat in de jaren zeventig in reclames gebeurde.[28] De normalisering van ‘blank’ of ‘wit’ ten overstaan van ‘zwart’ of ‘donker’ onderwerpt mensen met een donkere huidskleur aan een uitwissing van hun uiterlijke identiteit en een bewerking van het uiterlijk met racistische stereotypen, zodoende mensen opzadelend met bijvoorbeeld een onnavolgbaar schoonheidsideaal. De Nederlands-Californische antropoloog Jan Nederveen Pieterse schetst een treffend voorbeeld van een dergelijk mechanisme:

[…] enerzijds wordt het niet-Westen geïdealiseerd en geërotiseerd – het warme Zuiden, de sensuele Oriënt, het ‘paradijs op aarde’ – anderzijds wordt het afgewezen, veroordeeld en gevreesd. Deze houdingen spelen een centrale rol in de amor et timor, de liefde en vrees, die kenmerkend is voor verhoudingen over culturele grenzen heen.[29] […] De Zwarte man werd beschreven als een “wandelende fallus”; een dierlijke duivel bezeten door onverzadigbare seksuele aandriften… een seksueel ongeremde man, in beslag genomen door seks.[30]

Een dergelijke amor et timor zie ik terug in onze nationale splijtzwam: het karikatuur ‘Zwarte Piet’. In 2018 laten NRC-journalist Wilfred Takken en historicus Elisabeth Koning zien dat deze zijn succes ontleende aan internationale blackface-elementen: een zwart geschminkt gezicht, verfijnde kleding en racistische humor.[31] Afkomstig van de in de jaren 1820 gecreëerde personage ‘Jim Crow’, een karikatuur van een Afro-Amerikaanse slaaf ontwikkeld door de Amerikaanse acteur Thomas D. Rice (1808-1860), bekend als blackface minstrelsy en werd een groot succes in de Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk. Onder andere ‘onbeschaafde’, ‘zwarte’ dans, spraak en muziek werd geïmiteerd en geridiculiseerd door een verscheidenheid aan grappen, liedjes, dansen en sketches. In 1847 werd de blackface-minstreel door de Amerikaanse groep Ethiopische Serenades met succes geïntroduceerd bij een Nederlands publiek en bracht Nederlandse acteurs ertoe om in blackface op te treden. In 1850 publiceerde de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman (1806-1863) het kinderboek St. Nikolaas en zijn knecht.[32] De bediende werd bekend als Zwarte Piet en raakte ingeburgerd in de Sinterklaastraditie als ambivalent karakter: even geliefd als gevreesd.

BLANK FASCISME

Tegenwoordig is het uiterlijk van Zwarte Piet niet meer zo vanzelfsprekend en is er op het gebied van racisme meer bewustzijn gecreëerd. Dit betekent niet dat raciaal hiërarchisch denken is verdwenen. ‘Blank’ wordt immers in toenemende mate omarmd door extreemrechtse actoren als een activistische term. Door de veranderde demografie van Nederland is een deel van de Nederlandse bevolking bang zijn eens vanzelfsprekende, historische identiteit van suprematie te verliezen door het idee dat multiculturalisme het begin is van een hellend vlak richting de vernietiging van de beschaving.[33] Deze angst eiste onevenredig veel aandacht op Oudjaarsnacht toen op de Rotterdamse Erasmusbrug de teksten ‘Vrolijk blank 2023’ en ‘we moeten het bestaan van ons volk en een toekomst voor blanke kinderen verzekeren’ werden geprojecteerd. Die laatste leus is bekend als de Fourteen Words van de Amerikaanse neonazistische terroristenbeweging The Order, en alom vertegenwoordigd in rechts-extremistische kringen die menen dat er een ‘raciale suïcide’ gaande is door immigratie en zogenaamde rasvermenging.

Dit soort fascistische leer wordt in Nederland steeds meer openlijk omarmd in de vorm van de ‘omvolkingstheorie’ en dreigt salonfähig te worden in de media en publieke sfeer en worden uitgedragen in de agenda’s van Nederlandse rechts-conservatieve kringen en politieke partijen als FvD, PVV en JA21.[34] Zo sprak Forum voor Democratie-leider Thierry Baudet tijdens een partijcongres in 2017 en later in zijn overwinningstoespraak bij de Provinciale Statenverkiezingen in 2019 over een ‘boreaal Europa’ en ‘onze boreale wereld’. Een eufemisme voor de overtuiging dat Europa van oorsprong enkel door blanken bevolkt was en daaraan gekoppeld de wens om dit te herstellen en te behouden. Deze verheerlijking van het ‘boreale Europa’ gaat terug tot de Verlichting en de Romantiek, waarbij Noordwest-Europa model stond voor de waarden van de menselijke beschaving. De term ‘boreaal’ is waarschijnlijk afkomstig van de Italiaanse fascist Julius Evola (1898-1974) en de Nederlands-Duitse germanist Herman Wirth (1885-1981) die het blanke Arische ras aan de top van menselijke keten plaatse. Dit ras had volgens hen – in tegenstelling tot de niet-witte mensen en de Joden – een ‘hyperboreale’ herkomst.[35] De eugenetici Edward Ross (1866-1951) en Madison Grant (1865-1937) waarschuwde dat de modernisering van Amerika en de Noordwest-Europese staten de levensduur van dit ‘blanke superieure ras’ op het spel zette – en vormde naast de leer van Evola en Wirth een inspiratie voor de Nazistische rassenleer en de Neurenbergwetten.[36] Dit soort extreme ideeën worden nu door rechts-extremistische actoren in een vriendelijker jasje gestoken en sijpelen door in de politiek en media, maar het doel en de uitkomst blijft hetzelfde: uitsluiting en racisme op basis van een historisch gevestigde identiteit. Een ‘blanke’ norm.

TOT SLOT

‘Blank’ vervangen door ‘wit’ zal racisme uiteraard niet oplossen, maar kritische noties wekken wel een kritische houding tegenover een dergelijk begrip en maken ons bewust van het verleden dat huist in ons woordgebruik. De betekenis en geschiedenis van macht die in het woord ‘blank’ schuilt, heeft niets te maken met het Oudgermaanse blakka of Oudnoordse blakkr. De filosofie van onder andere Foucault en Deleuze laat ons zien dat ‘blank’ een etiket is geworden om de Nederlandse identiteit te onderscheiden van alle niet-witte identiteiten. In ‘blank’ huist een complex en machtig stigmatiseringsinstrument dat resulteert in rassentheorieën, hiërarchisch denken, imperialistische amor et timor beeldvorming over de niet-witte huid en een ‘blank activisme’ dat flirt met fascistische en nazistische ideeën.

Wil ik nu suggereren dat het gebruik van de term ‘wit’ in plaats van ‘blank’ het probleem van institutioneel racisme zal oplossen of dat mensen die ‘blank’ gebruiken kwaadwillend zijn? Nee. U en ik, wij Nederlanders, zijn onopzettelijk gesocialiseerd in een racistisch systeem, een racistische samenleving waarin nog altijd – vaak onbewust – sprake is van geïnstitutionaliseerde hiërarchieën die zich bijvoorbeeld uiten in de etnische profilering bij de politie, de Koninklijke Marechaussee, de Belastingdienst en zelfs in AI-systemen. ‘Blank’ is immers niet iets dat we gewoon zijn. ‘Blank’ is iets dat we gecreëerd en toegeëigend hebben.


Bron afbeelding header: ”Middendeel van Hulde der Kolonien”, een schilderpaneel uit 1898 door Nicolaas van der Waay, aan de zijkant van de Gouden Koets.


Yoni de Vries (1998) is student Geschiedenis Research Master aan de Universiteit van Amsterdam en hoofdredacteur van het studentenblad Skript Historisch Tijdschrift. Zijn interesse gaat vooral uit naar de geschiedenis van eugenetica, nationalisme, identiteit en de medische wereld. Daarnaast houdt hij zich veel bezig met geschiedfilosofische benaderingen en diens politiek-morele implicaties in hedendaagse publiekelijke en wetenschappelijke debatten. Momenteel heeft hij een functie als redactie-assistent bij BMGN – Low Countries Historical Review.


[1] Hanneke Felten e.a., “Institutioneel racisme in Nederland – Literatuuronderzoek naar de aanwijzingen voor institutioneel racisme op de domeinen arbeidsmarkt, woningmarkt, onderwijs en politie,” Kennisplatform Integratie & Samenleving, maart, 2021.

[2] Marieke Rotman, “Rotzooi in, rotzooi uit. Hoe wordt digitale technologie inclusiever?”, De Groene Amsterdammer, 12 juli 2023.

[3] Nieuwsuur, “Blank of wit: een taalstrijd met een politieke ondertoon,” NOS, 24 januari, 2018. Geraadpleegd van: https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2213596-blank-of-wit-een-taalstrijd-met-een-politieke-ondertoon

[4] M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs, Etymologisch Woordenboek van het Nederlands (Amsterdam, 2003-2009): 1287; CG II, Nat.Bl.D.; P.A.F. van Veen en N. van der Sijs, Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden (Utrecht, Antwerpen: Van Dale Lexicografie, 1997): 1287.; J. de Vries, Nederlands Etymologisch Woordenboek (Leiden, 1971).

[5] Genootschap Onze Taal, “Wit en blank (herkomst, betekenis en gebruik). Welk woord is ouder: wit of blank?     ” Genootschap Onze Taal. Geraadpleegd van: https://onzetaal.nl/taalloket/wit-en-blank.

[6] Raymond Geuss, “Genealogy as Critique,” European Journal of Philosophy, 10, no. 2 (2002): 213. Michiel Leezenberg en Gerard de Vries, Wetenschapsfilosofie voor de geesteswetenschappen (Amsterdam: Amsterdam University Press, 2017), 210-212 en 290.; Bevir, “What is genealogy?” 264.

[7] Er is volgens Nietzsche en Foucault géén sprake van een lineaire ontwikkeling of stamboom waarin chronologische lijnen getrokken kunnen worden van een bepaald beginpunt naar één einde. Zie: Michel Foucault, “Nietzsche, de genealogie, de geschiedschrijving,” in: Michel Foucault en Gilles Deleuze, Nietzsche als genealoog en als nomade, vert. E. Bolle (Nijmegen, 1981) 8-11, 15-17 en 19.

[8] Foucault, “Nietzsche, de genealogie, de geschiedschrijving,” 8-11.; Leezenberg en de Vries, Wetenschapsfilosofie voor de geesteswetenschappen, 210-212.

[9] Dick Harrison, De Geschiedenis van de Slavernij. Van Mesopotamië tot moderne mensenhandel, vert. G. Meesters (Utrecht; Uitgeverij Omniboek, 2020): 61-62.

[10] Miri Rubin, Cities of Strangers. Making Lives in Medieval Europe (Cambridge: Cambridge University Press, 2020): 69-70 en 92-93.

[11] Jack Hartnell, Medieval Bodies: Life, Death and Art in the Middle Ages (Londen: Profile Books Ltd, 2019): 92-97.

[12] Ibidem, 95.

[13] Harrison, De Geschiedenis van de Slavernij, 61-62; Hartnell, Medieval Bodies, 92-97; Rubin, Cities of Strangers, 69-70 en 92-93.

[14] Voor meer over Deleuzes denken, zie: Leezenberg en de Vries, Wetenschapsfilosofie voor de geesteswetenschappen, 311-316; Gilles Deleuze, “Nietzsche als genealoog en als nomade,” in: Gilles Deleuze en Michel Foucault, Nietzsche als genealoog en als nomade, vert. E. Bolle (Nijmegen, 1981).

[15] De Duits-Britse socioloog Norbert Elias (1897-1990) stelt dat onze gewoonte om identiteit met begrippen te categoriseren in soorten, verschillen en gelijkenissen, voortkomt uit een geïnstitutionaliseerde hiërarchie die historisch tot stand is gekomen, zie: Leezenberg en de Vries, Wetenschapsfilosofie voor de geesteswetenschappen, 312-314 en

[16] Gloria Wekker, White Innocence: Paradoxes of Colonialism and Race (Durham: Duke University Press, 2016), 2-5, 74, 100.

[17] Ibidem.

[18] Ibidem, 1-5 en 74.

[19] Ibidem, 74 en 100.

[20] Antony Anghie, Imperialism, Sovereignty and the Making of International Law (Cambridge: Cambridge University Press, 2004).

[21] William Cohen, The French encounter with Africans: White response to Blacks, 1530–1880 (Bloomington: Indiana University Press, 2003), 86. Ook bijvoorbeeld David Hume (1711-1776) beweerde dat verschillende soorten mensen afzonderlijk zijn geschapen, maar dat alleen ‘blanken’ in staat zijn tot beschaving. Zie: Aaron Garrot en Silvia Sebastiani, “David Hume on Race,” in The Oxford Handbook of Philosophy and Race, red. Naomi Zack (Oxford: Oxford Handbooks, 2017), 31-43.

[22] Gie van den Berghe, De mens voorbij: vooruitgang en maakbaarheid, 1650-2050 (Antwerpen: Meulenhoff/Manteau, 2008),73.

[23] Ibidem., 132, 135. In de 19e-eeuwse rassenleer van onder meer de Franse politicus en rassentheoreticus Arthur de Gobineau (1816-1882) en de Engels-Duitse schrijver Houston Stewart Chamberlain (1855-1927) wordt Noordwest-Europa vervolgens bovenaan de hiërarchie geplaatst als woongebied van het ‘Arische ras’. Zie: Geoffrey Field, Evangelist of Race: The Germanic Vision of Houston Sterward Chamberlain (New York: Columbia University Press, 1981), 153-154.

[24] Edward Saïd stelt dat het oriëntalisme, in de zin van de westerse wetenschap over de oosterse wereld, onlosmakelijk verbonden is met de imperialistische samenlevingen die het voortbrachten, wat veel oriëntalistisch werk inherent politiek en dienstbaar aan de macht maakt, zie: Edward W. Saïd, Orientalism (New York: Pantheon Books, 1978).

[25] Van den Berghe, De mens voorbij,73 en 135; Jan N. Pieterse, Wit over Zwart. Beelden van Afrika en zwarten in de westerse populaire cultuur (Amsterdam: Koninklijk Instituut voor de Tropen, 1990), 173-174.

[26] Tracey Owens Patton, “Hey Girl, Am I More than My Hair? African American Women and Their Struggles with Beauty, Body Image, and Hair,” NWSA Journal 18, no. 2 (2006): 25-26.

[27] Ibidem.

[28] Ibidem.

[29] Pieterse, Wit over Zwart, 172.

[30] Ibidem, 175.

[31] Elisabeth Koning, “Zwarte Piet, een blackfacepersonage. Een eeuw aan blackfacevermaak in Nederland,”      Tijdschrift voor Geschiedenis 131, no. 4 (2018): 551-575.

[32] Ibidem. 

[33] Leo Lucassen, “Roots of a Murderous Idea: ‘Replacement’ Thinking in the Atlantic World Since the Early 19th Century,” International Institute of Social History, IISH-Research Paper 55 (2022).

[34] Ibidem;  Nieuwsuur, “Verantwoording socialmedia-analyse ‘omvolking”, NOS, 21 oktober 2022. Geraadpleegd van: https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2449275-verantwoording-socialmedia-analyse-omvolking

[35] Anothony James Gregor, Mussolini’s Intellectuals: Fascist Social and Political Thought (Princeton University Press, 2009), 206.

[36] Ibidem, 205-206.; Edward A. Ross, “The Causes of Race Superiority,” The Annals of the American Academy of Political and Social Science, 18, no. 1 (1901): 85-88; James Whitman, Hitler’s American Model: The United States and the Making of Nazi Race Law (Princeton and Oxford: Princeton University Press, 2017): 4, 14-16 en 20-22.


Berichten gemaakt 1235

Eén gedachte over “DE MACHT VAN ‘BLANK’

  1. Wat een goed beargumenteerd en goed geschreven essay!
    Kreeg de link via Sybrinne.
    Het essay zelf verdient, gezien zijn prudente inhoud, verdere verspreiding en lezing. Ik ga het zeker delen!

Reacties zijn gesloten.

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven