Essay | Lachen tegen de pijn – Holocaust, humor en het narrativisme van Hayden White

Humor en de Holocaust lijken onverenigbaar. Wat valt er immers te lachen over de onschuldige mensen die slachtoffer werden van de naziterreur? De Amerikaanse historicus Hayden White (1928-2018) is van mening dat geschiedschrijving de vorm aanneemt van een narratief. De geschiedenis wordt door de historicus in een verhaalvorm gegoten en dit noemt White “emplotment.” De Holocaust kan volgens White door een historicus niet in een humoristische stijlvorm beschreven worden:

In the case of an emplotment of the events of the Third Reich in a ‘comic’ or ‘pastoral’ mode, we would be eminently justified in appealing to ‘the facts’ in order to dismiss it from the lists of ‘competing narratives’ of the Third Reich.

Hayden White [1]

Met zijn film La vita è bella (1997) toont Roberto Benigni dat het niet per definitie onmogelijk is om humor en Holocaust samen te laten gaan. Benigni is bekritiseerd, maar ook geprezen voor zijn keuze om een verhaal over de Holocaust in een humoristisch jasje te gieten. Internationaal heeft de film een aantal grote prijzen ontvangen. Benigni mag onder andere drie Oscars en de Grand Prix van het filmfestival in Cannes op zijn conto schrijven. Op het filmfestival van Jeruzalem ontving de film de prijs voor Best Jewish Experience.

Het succes van Benigni’s La vite è bella toont aan dat humor en de Holocaust niet per definitie onverenigbaar zijn. Is humor in elk medium waarin over de Holocaust gesproken wordt denkbaar? Gaat de claim van Hayden White dat de geschiedenis van de Holocaust niet op humoristische manier verteld kan worden altijd op? Kent humor een plek in het ‘officiële’ herdenkingsdiscours?

Dit essay kijkt daarvoor naar enkele toespraken, zoals toespraken tijdens de viering van de bevrijding van Auschwitz en 4 mei redes op de Nationale Dodenherdenking in Nederland. Eerst wordt er dieper ingegaan op het concept humor in relatie tot de Holocaust. Verschillende functies die humor kan hebben komen aan bod. Vervolgens worden er voorbeelden van boeken en speeches besproken waar humor over de Holocaust al dan niet een rol in speelt. Tot slot wordt besproken wat dit zegt over de verhouding tussen humor en Holocaust en wat de implicaties daarvan zijn voor de theorie van Hayden White.

Wie het laatst lacht

In 2016 ging de documentaire ‘The Last Laugh’ in première. In deze documentaire stelt regisseur Ferne Pearlstein de vraag of het kan om grapjes te maken over zoiets verschrikkelijks als de Holocaust. Het doel van de documentaire is niet om een antwoord op deze vraag te geven, maar om een discussie te starten. Niet alleen films en documentaires spelen met het idee van humor en Holocaust. Academische studies worden geweid aan dit onderwerp. In deze studies, zoals Stefan Lipman’s Laughter in Hell: The Use of Humor during the Holocaust, Whitney Carpenters ‘Laughter in a Time of Tragedy: Examining Humor during the Holocaust’, Avinoam Patts ‘Laughter through Tears. Jewish Humor in the Aftermath of the Holocaust’ en Terrence Des Pres’ ‘Holocaust Laughter?’, worden zowel de rol van humor tijdens de Holocaust als de rol van humor in de herinnering van de Holocaust onderzocht.[2]

Waar Hayden White komedie en tragedie als twee aparte categorieën van “emplotment” beschouwt, stelt de Amerikaanse filosoof en oprichter van de International Society for Humor Studies John Morreall dat komedie en tragedie enkele overeenkomsten hebben. Volgens hem helpen beiden met omgaan met kwaad. Het is in zijn ogen een misvatting dat mensen humor zien als “irrationeel optimistisch en daarom frivool.” Morreall noemt drie verschillende functies die humor kan hebben. Allereerst heeft humor een kritische functie: “Humor gaf aandacht aan wat fout was en zorgde dat daar verzet tegen ontstond.”

Solidariteit

Daarnaast heeft humor een verbindende functie waarbij het zorgde voor solidariteit tussen slachtoffers die samen lachen om hun onderdrukkers. Tot slot heeft humor de functie dat het helpt om met het verschrikkelijke om te gaan: “Het hielp de onderdrukten om hun lijden te doorstaan zonder gek te worden.”

Een Nederlands voorbeeld van “kamphumor” is de weg naar de keuken in Kamp Vught die de Koolsingel genoemd werd vanwege de waterige koolsoep die er opgediend werd.[3] De Nederlandse literatuurwetenschapper en schrijfster Channa Kalmann merkt op dat velen het nog steeds ongepast achten humor te gebruiken in literatuur of films over de Holocaust.[4] Zij vindt dat er in die zienswijze voorbij wordt gegaan aan de functies die humor kan hebben.

Traumatische ervaring

Zowel tijdens als na de Holocaust kan humor volgens sommigen een manier zijn om met traumatische ervaringen om te gaan. De positieve reacties op de film La vita è bella laten zien dat humor en Holocaust in film niet ondenkbaar is. Ook in literatuur over Holocaust wordt humor gebruikt als vertelvorm. Kalmann legt uit dat slachtoffers van de Holocaust zelf voor het eerst gebruik maakten van humor in literatuur over de Holocaust.[5] Alleen op die manier konden zij hun ervaringen opschrijven omdat de humor voor hun voldoende afstand bood. Dit gaat in tegen de claim van White dat de Holocaust zich niet leent voor een komisch ‘emplotment’.

Elie Wiesel

Een van de concentratiekamp overlevenden die schreef over zijn ervaringen was Elie Wiesel. Hij overleefde als kind de concentratiekampen Auschwitz en Buchenwald. De eerste tien jaar na de oorlog schreef of sprak hij niet over de Holocaust. Daarna heeft hij veel boeken geschreven die gaan over de ervaringen uit zijn jeugd. Zowel fictie, non-fictie en zijn eigen memoires heeft Wiesel op papier gezet. In veel van zijn werk neemt humor een belangrijke plek in. De Amerikaanse theologe en schrijfster Jacqueline Bussie heeft geteld hoe vaak het woord lachen of een afleiding daarvan in de originele versie van Wiesels boek The Gates of the forest (1966) voorkwam. [6] Zij telde dat dit 292 keer was verdeeld over 226 pagina’s. Huilen en gerelateerde termen kwamen daarentegen maar 90 keer voor. Ook in Wiesels Night, zijn memoires over de tijd dat hij in Auschwitz en Buchenwald opgesloten zat, beschrijft Wiesel humor in de concentratiekampen.

In 1995 gaf Elie Wiesel een toespraak tijdens de viering van 50 jaar bevrijding van Auschwitz. In deze toespraak was geen enkele humoristische toon te bespeuren, ondanks dat Wiesel iemand is die humor in het beschrijven van en vertellen over de Holocaust niet schuwt. Ook in andere toespraken die ter ere van de bevrijding van Auschwitz gehouden zijn, komt humor niet voor. Roman Kent overleefde Auschwitz en is President van het Internationale Auschwitz Comité. Tijdens de viering van 70 jaar bevrijding van Auschwitz op 27 januari 2015 hield hij een toespraak. Tijdens dezelfde viering hield ook Kazimierz Albin, Auschwitz overlever en Vice-President van het Internationale Auschwitz Comité een toespraak. In beiden toespraken werd er geen gebruik gemaakt van humor.

Nederlandse voorbeelden

Zijn er Nederlandse voorbeelden van toespraken die betrekking hebben tot de Holocaust waarin humor gebruikt wordt? Op 4 mei 2019 gaf vicepremier en minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Hugo de Jonge een toespraak tijdens de Dodenherdenking bij Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Hierin maakte hij geen gebruik van humor. Wellicht is een toespraak tijdens een herdenking geen plek voor humor. Tijdens de 4 mei rede op de nationale dodenherdenking van Nederland heeft de voordrager zich echter wel degelijk eens beroept op humor. Daan Heerma van Voss sprak in 2018 het volgende:

En natuurlijk hoor ik Ischa Meijer, goede vriend van mijn vader, toen hij begin jaren negentig weer eens mijn ouderlijk huis instoof om de kastjes binnenstebuiten te keren op zoek naar snacks. Tot op de dag van vandaag is Ischa Meijer, die in Bergsen-Belsen honger leed, mijn meest geduchte concurrent geweest op het gebied van chips, nootjes en worst.

Daan Heerma van Voss (2018)

Heerma van Voss maakt een luchtige opmerking over de honger in de concentratiekampen. In het opvolgende jaar droeg Diederik van Vleuten de 4 mei rede voor zonder zich te bedienen van humor.

Serieuze boodschap

De Sloveense filosoof Slavoj Žižek stelt in de lezing Laugh Yourself to Death: the new wave of Holocaust comedies! de vraag waar men in Holocaustfilms om lacht. Het is niet het slachtofferschap waar om gelachen wordt. Dat zou volgens Žižek moreel verwerpelijk zijn. Hij merkt op dat deze films wel degelijk een serieuze boodschap bevatten. De films bestaan niet alleen uit komedie, maar bevatten ook een moraal. Dat het verwerpelijk is om te lachen met het lijden van Holocaustslachtoffers blijft staan. Als Daan Heerma van Voss een grapje maakt in zijn 4 mei toespraak is het niet zo dat hij lacht om het lijden van een van de slachtoffers.

Verwerking

Humor en Holocaust zijn niet zo onverenigbaar als op het eerste gezicht lijkt. Het succes van de film La vita é bella (1997) toonde al aan dat de twee samen kunnen gaan, maar ook op academisch niveau is er veel geschreven over humor en Holocaust. Humor kan bepaalde functies hebben, die bijdragen aan het verwerken van de verschrikking die de Holocaust was.

Holocaustoverlevenden gebruikten humor in hun memoires omdat zij op die manier voldoende afstand konden nemen van hun ervaringen. Elie Wiesel gebruikte humor in zijn werk. In een toespraak die diezelfde Elie Wiesel hield, gebruikte hij echter geen humor.Dit geeft duidelijk aan dat er in een bepaalde context wel plaats is voor humor, maar in een andere niet. Of humor en Holocaust samengaan is afhankelijk van plek, medium en context en waarover er gelachen wordt. De 4 mei toespraken worden in een heel ander herdenkingsdiscours gehouden dan de toespraken bij de viering van de bevrijding van Auschwitz. Een 4 mei voordracht in de Nieuwe Kerk in Amsterdam lijkt meer weggelegd voor humor dan een toespraak op een plek van slachtofferschap als Kamp Westerbork of Auschwitz. Ondanks de serieuze aard van de dodenherdenking, leent een 4 mei rede zich wellicht voor een wat luchtigere tekst dan een toespraak gehouden in Auschwitz.

Dat er momenten zijn waarop lachen en Holocaust hand in hand gaan, heeft implicaties voor de theorie van Hayden White. Zijn claim dat een komische “emplotment” niet geschikt zou zijn om het verhaal van de Holocaust te vertellen genoemd worden, gaat niet op.

Door Jelle Hartstra.


Jelle Hartstra (1997) is in 2019 afgestudeerd aan de Universiteit Utrecht met de master Cultuurgeschiedenis van Modern Europa. Hij is onder andere geïnteresseerd in de herinneringscultuur van de Tweede Wereldoorlog. Zijn bachelor- en masterthesis wijdde hij aan dit onderwerp. Hij schreef over de ‘muur van Mussert’ in Nederland en Kazerne Dossin in België. Momenteel is hij bezig met een master Internationale betrekkingen en diplomatie aan de Universiteit Antwerpen.


[1] Hayden White, ‘Historical Emplotment and the Problem of Truth’ in: S. Friedländer, ed., Probing the Limits of Representation (Cambridge 1992), 37-53, aldaar 40.

[2] Whitney Carpenter, ‘Laughter in a Time of Tragedy: Examining Humor during the Holocaust’, Denison Journal of Religion 9 (2010), 12-24;
Steve Lipman, Laughter in Hell: The Use of Humor during the Holocaust (Northvale 1991); Avinoam Patt, ‘Laughter through Tears. Jewish Humor in the Aftermath of the Holocaust’, in: E. Lederhendler en G. N. Finder (red.), A Club of Their Own: Jewish Humorists and the Contemporary World (Oxford 2016) 113-131; Terrence des Pres, ‘Holocaust Laughter?’, in: B. Lang en A. Appelfeld, ed., Writing and the Holocaust (New York 1988), 217-233.

[3] Marc Uijland, Christel Tijenk, Jeroen van den Eijnde, ed., Eindpunt of tussenstation. Gids Nationaal Monument Kamp Vught (Vught 2002), 35.

[4] Channa Kalmann, ‘De opstand van de lach’, in: P. Pierik, J. van Swieten, ed., Tiende bulletin van de Tweede Wereldoorlog (Soesterberg 2007), 121-134, aldaar 123.

[5] Ibidem.

[6] Jacqueline Bussie, “‘God’s Mistake’: Holocaust Laughter in Elie Wiesel’s The Gates of the Forest”, in: The Laughter of the Oppressed: Ethical and Theological Resistance in Wiesel, Morrison, and Endo (New York 2007), 29–76, aldaar 31.

Posts created 988

Eén gedachte over “Essay | Lachen tegen de pijn – Holocaust, humor en het narrativisme van Hayden White

Reacties zijn gesloten.

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven