“Wat is een slecht geweten, als niet een etterende ijdelheid?” Thomas Mann schreef het in De Dilettant, een van zijn vroege korte verhalen. Het geweten, de Geest, en een fascinatie met het personage van de dilettant zijn rode lijnen in Mann’s fictie. Afgelopen zomer verscheen de bundel Achtung, Europa! van de Arbeiderspers met voorwoord van Arnon Grunberg. De bundel is gebaseerd op een eerdere collectie onder de titel Achtung, Europa! en bestaat uit teksten die Mann in de jaren dertig schreef. Ook in deze teksten komen bovenstaande rode lijnen terug, maar met een ander doel dan zijn eerdere fictie.
Thomas Mann werd in 1875 geboren in de autonome stadstaat Lübeck, in het Duitse Keizerrijk. Hij brak in 1901 door met zijn familieroman Buddenbrooks en in 1929 ontving hij de Nobelprijs voor Literatuur. Gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw ontpopte hij zich tot een van de meest vooraanstaande figuren van de Duitstalige literatuur en verwierf hij internationale roem. In de jaren dertig verwerd Mann tot een uitgesproken criticus van het fascisme dat hem dwong zijn thuisland te verlaten. Waar hij eerder nog als conservatief nationalist de Duitse monarchie had verdedigd, was hij in deze tijd overtuigd geraakt van de noodzaak tot een democratisch socialisme. Achtung, Europa! is een waarschuwing over de dreiging van het fascisme en een vurig pleidooi voor de democratie. Dat maakt de teksten fascinerend en uitermate actueel. Toch had ik van de uitgave meer verwacht.
Voorwoord
Te beginnen bij het voorwoord van Arnon Grunberg, dat een nogal improvisatorische indruk wekt. We worden getrakteerd op platitudes zoals: “[…] het kwaad vermomt zich bij voorkeur als de strijd tegen het kwaad. En soms bekruipt je het vermoeden dat de strijders tegen het kwaad eerder verlangen naar heldendom en zelfbevrediging dan naar werkelijke veranderingen.” (p. 9) Bij vlagen is het scherp, bijvoorbeeld als het gaat over verzet en gehoorzaamheid. Grunbergs duiding lijkt echter vaak weinig doordacht en eerder het resultaat van een oefening in vrij associëren. Soms lijkt Grunberg zelfs het een en ander aan historisch besef te missen, iets wat je niet meteen van hem zou verwachten. Zo ziet hij het huidige fascistische moment als een “koddige” variant van de oorspronkelijke versie. Moderne fascisten zouden de ironie hebben overgenomen van het “laatkapitalisme” dat het weer omarmde als “glijmiddel” voor de consument. Het feit dat het fascisme vanaf het ontstaan al doordrenkt was van ironieontgaat hem hier. Voor wie van Grunbergs stijl houdt is dit voorwoord misschien genieten, maar als duiding bij Mann stelt het een beetje teleur. Dat is jammer, omdat Mann’s teksten bij uitstek vragen om een analyse die zowel historisch besef als een begrip van de huidige relevantie van die teksten bewerkstelligt.
Humanisme met Tanden
Gelukkig kan de lezer na slechts zesentwintig bladzijdes aan voorwoord en introductie beginnen aan de hersenspinsels van Thomas Mann. Ik ben fan van Mann’s schrijven, dus ik ben misschien bevooroordeeld, maar ik kan ze niet genoeg aanbevelen. Mann weet zijn literaire stijl en psychologisch inzicht te combineren met een scherpe maatschappelijke betrokkenheid. Het oude personage van de dilettant komt terug, zowel in een poging Hitler te begrijpen (in “Broeder Hitler”), als in een karakterisering van Wagners streven naar het Gesamtkunstwerk (in “Lijden en Grootsheid van Richard Wagner”). Niet dat er niets op valt aan te merken. Mann’s romantische nostalgie en verheerlijking van de negentiende eeuw doen soms vreemd aan. De erg lange verhandeling over Wagner is interessant en fascinerend als historisch document, maar sluit minder goed aan bij de andere teksten.
Centraal in alle zeven teksten staat echter Mann’s vurige verdediging van de humanistische idee. Voor Mann is democratie niet slechts een specifiek politiek systeem, maar een tijdloos gegeven: de uitdrukking van vrijheid en de belichaming van het menselijk geweten. Daar tegenover staat het fascisme als waarheidsdodend en “mensverachtende” kracht. In de redevoering ‘Over de Toekomstige Overwinning van de Democratie’ levert Mann een prachtige apologie voor zijn wereldbeeld. Zo stelt hij dat een erkenning van de duistere aspecten van de menselijke conditie helemaal geen aanleiding kunnen zijn tot cynisme: “De mens is de zondeval van de natuur, dat is echter geen val, maar een verheffing die even zeker is als dat het geweten hoger staat dan de onschuld.” (p. 101) Daar is weer dat geweten, alleen is het nu geen etterende ijdelheid meer, maar de definiërende menselijke eigenschap. In ‘Europa Pas Op!’ zet Mann aan tot actie: een “militant humanisme” is nodig dat bereid is om zichzelf te vernieuwen door middel van democratisch socialisme. Alleen zo kan volgens Mann zowel het fascisme als het bolsjewisme de wind uit de zeilen worden gehaald.
Relevantie
Het lijkt me duidelijk dat deze uitgave een zekere actuele relevantie voor ogen had. Het voorwoord van Grunberg is naar mijn mening niet helemaal geslaagd in het duiden van deze relevantie. Interessant is wel hoe het idee van ‘actuele relevantie’ relatief blijkt. Vertaler Piet Meeus lijkt in zijn inleiding vooral de dreiging van Rusland en het populisme in de VS en Europa als spiegeling van de jaren dertig te zien. Grunberg denkt wat breder en behandelt de oorsprong van Auschwitz en de moderne gehoorzame mens. Als je het mij vraagt ligt de relevantie van Mann’s teksten in zijn pleidooi voor een militant humanisme, voor het actief hervormen van de democratie als tegengif voor de onvrijheid. En tegelijkertijd in de waarschuwing voor wat die onvrijheid in werkelijkheid kan brengen. Mann doorzag heel goed dat het fascisme de tegenstelling van de menselijkheid is en dat het slechts oorlog, geweld en onrecht kan bewerkstelligen. Het is des te meer aanleiding tot huiveren om te bedenken dat Mann relatief optimistisch was in zijn voorspellingen. Hoewel de urgente dreiging van het fascisme constant doorsijpelt in zijn schrijven, leek Mann niet de volledige schaal van de gevolgen te kunnen zien. Dat kan je hem niet kwalijk nemen, het is moeilijk de pessimistische geest voor te stellen die de gruwelen van de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog in hun geheel zou hebben kunnen voorzien. Aan ons resteert een dubbele taak: neem de waarschuwing serieus en bewapen je met het ideaal van de menselijkheid.
Door Koert Janssen
Thomas Mann, Achtung, Europa! Een Eigentijdse Waarschuwing
Uitgeverij De Arbeiderspers, 2025. 264 pagina’s.
ISBN: 9789029553001
€ 22,99

Koert Janssen heeft moderne geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit van Uppsala in Zweden. Zijn masterscriptie schreef hij over de Mensjewieken in ballingschap in Berlijn in de vroege jaren dertig. In zijn vrije tijd maakt hij muziek, speelt hij piano en leest hij.
