Oprechte verbazing en ontzetting overheersten toen Nederland op 10 mei 1940 werd binnengevallen door Nazi-Duitsland. Ondanks alle zorgwekkende ontwikkelingen bij onze oosterburen, werd er niet gedacht dat ook ons land aan hen ten prooi zou vallen. Met het vertrek van koningin Wilhelmina op 13 mei in hetzelfde jaar besloten ook de ministers hun post te verlaten en in Engeland een regering in ballingschap te vormen. Plotsklaps lag de verantwoordelijkheid van het aansturen van het staatsapparaat in handen van tien topambtenaren: de secretarissen-generaal van de ministeries (SG’s), oftewel ‘de tien van Den Haag’. Op basis van egodocumenten weet auteur en journalist Stephan Steinmetz een bijzonder beeld te schetsen van de mensen aan het roer. Het verhaal heeft daarnaast een soort natuurlijke spanning in zich en leest daardoor als een trein.
Stephan Steinmetz (1956) is auteur en was journalist, bestuurder en ambtenaar met ervaring als voorzitter van het Amsterdamse stadsdeel Zeeburg. Steinmetz is auteur van meerdere boeken, waaronder Schiphol. Biografie van een luchthaven (2020) en Asterdorp. Een Amsterdamse geschiedenis van verheffing en vernedering (2016).
Voor volk en vaderland
Met het vertrek van de ministers lag de verantwoordelijkheid bij de SG’s. Helaas lag er niet bepaald een gedetailleerde blauwdruk klaar voor hoe te functioneren onder bezetting. Contact met de regering in Londen was daarnaast onmogelijk. Ze stonden er alleen voor. Met het advies van Generaal Winkelman (vervangen door Arthur Seyss-Inquart op 29 mei) in het achterhoofd traden zij de lange jaren van de bezetting tegemoet: “aanblijven onder voorwaarde dat het in het belang van het Nederlandse volk zal zijn”.
Maar wat is in het belang van het volk? Werd het besturen voor ‘the greater good’? Hoelang zou het duren totdat Nederland zou worden bevrijd? Welke grenzen zouden de SG’s stellen en welke door de bezetter opgedragen maatregelen zouden ze absoluut weigeren uit te voeren? Het was in het grootste belang de continuïteit in het land te waarborgen en ervoor te zorgen dat het leven zo normaal mogelijk zou verlopen. Pas als aanblijven meer schade zou berokkenen dan vertrekken, zouden de SG’s aftreden. Maar wie kwam er dan op hun plaats? De bezetter was maar al te bereid vervangers aan te stellen, die afkomstig waren uit NSB-kringen, en dit was voor vrijwel iedereen in Nederland zeer onwenselijk.
Als lezer word je meegezogen in de gedachtegangen van de SG’s, die al vroeg tijdens de bezetting voor lastige keuzes kwamen te staan. Je begint je af te vragen hoe je zelf gehandeld zou hebben in die omstandigheden. Het was ook allemaal verwarrend. De inval was geheel anders van karakter dan in Polen, waar Duitse soldaten zich buitensporig misdroegen. Hier betaalden de Wehrmacht gedurende de eerste maanden netjes de boodschappen, en werd Nederland gezien als ‘broedervolk’. Zo hadden de ambtenaren het met rijkscommissaris Seyss-Inquart van doen, die als Oostenrijker beter paste bij het Nederlandse volkskarater, dan de brute Pruisische Duitsers. Het had dus, zo meenden de SG’s, nog vele malen erger gekund.
Arbeitseinsatz en Jodenvervolging
Maar het werd vele malen erger. Naarmate de bezetting voortduurde, kwam langzamerhand de aap uit de mouw. Naast de immense bedragen die de Nederlandse staat aan de bezetter moest afstaan, werd er steeds meer van de bevolking gevraagd. Zo werden de rechten van Joden steeds verder ingeperkt en verdwenen Nederlandse mannen in steeds grotere getalen naar Duitsland om de oorlogsindustrie draaiende te houden, de zogenoemde Arbeitseinsatz.
De SG’s kwamen steeds vaker en steeds sneller voor lastige keuzes te staan. En de bezetter, die was steeds minder van de weloverwogen weerwoorden gediend. De SG’s rechtten hun rug om de ontslagregeling van Joodse ambtenaren te verzachten, maar slaagden er niet in om de grootschalige Jodenvervolging en massadeportaties te voorkomen. Toen een groep van ruim vierhonderd Joodse mannen eind februari 1941 tijdens twee razzia’s werd opgepakt en naar Mauthausen werd gestuurd, hielden de SG’s zichzelf voor de gek met de gedachte dat zij als een soort krijgsgevangenen in Duitsland zouden verblijven. Het was echter pas het begin van de massamoord op de ruim 100.000 Nederlandse Joden.
Toch konden de SG’s nog enige tijd enige invloed uitoefenen op de bezetter. Zo wisten zij tientallen Joodse burgers te beschermen door hen als onmisbaar voor de samenleving te bestempelen (politici of werkend in het hoge bedrijfsleven). Deze mannen, tezamen met hun vrouwen en kinderen, overleefden hierdoor uiteindelijk toch de oorlog.
En toen waren er nog…
In de loop van de bezetting lieten steeds meer SG’s hun positie vallen. Van de tien die in mei 1940 begonnen, zouden er maar drie tot het einde van de oorlog aanblijven. NSB’ers vervingen hun plaats. De invloed die de SG’s in het begin van de oorlog hadden, was tegen het einde al lang en breed door hun vingers geglipt. De Duitse bezetter duldde geen tegenspraak meer, met als gevolg dat er alleen nog marginale thema’s werden behandeld.
De tien van Den Haag is een spannend geschreven boek, dat het functioneren van de SG’s duidelijk in beeld brengt gedurende de bezetting. Door het gebruik van egodocumenten word je de vergaderingen ingezogen en bekruipt het gevoel je er middenin te zitten. Thema’s als de Arbeitseinsatz en de Jodenvervolging worden helder uiteengezet, zodat je goed op de hoogte bent van de onderwerpen die speelden. De vele personages die op de voorgrond treden is soms wat overweldigend, maar het boek is voorzien van handige lijstjes en een tabel waarin precies staat weergegeven wie welke functie bekleedde.
Een bijzonder mooie toevoeging aan het boek is de epiloog, waarin Steinmetz een stap terugdoet en op zeer secure wijze zowel voor als tegen de SG’s spreekt. We krijgen te lezen hoe het ze is verlopen en hoe ze terugblikten op de bezetting. In deze roerige tijden zet het boek me aan het denken: hoe zouden wij nu omgaan met een bezetting?
Door Luc Meijboom
Paperback
ISBN: 9789024469956
Prijs: € 29,90
Publicatiedatum: Juli 2025
Uitgever: Boom Uitgevers 2025
Omvang: 288 pagina’s
