“That Louis de Vries, he had a sister Clara with a ladies-band. Oh boy, she could play that horn.” Het zijn woorden uit de mond van niemand minder dan Louis Armstrong, na een bezoek aan Nederland. Lang voordat Chet Baker in Amsterdam aan zijn einde zou komen, bestond er immers al een bruisende jazzscene in hartje Amsterdam, waar verstekelingen uit Suriname en legendes uit Amerika elkaar konden ontmoeten. De tentoonstelling Jazz-jaren, mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939 is te zien tot en met 13 september in het Stadsarchief Amsterdam. Verwacht swingende nostalgie met een tragische rand.
Mooi Materiaal
Wat direct opvalt bij binnenkomst is het stijlvolle interieur, geïnspireerd door het jazztijdperk en het toen gloednieuwe Carlton Hotel aan de Vijzelstraat, ‘één van de centra van de Amsterdamse jazzscene in deze tijd. Mooie fragmenten met beeld en geluid, onder andere van optredens uit de jaren dertig in Amsterdam, transporteren de bezoeker naar een avond uit die tijd. Zoals te verwachten is er ook een rijkelijke hoeveelheid interessant archiefmateriaal te bewonderen. Erg bijzonder zijn de kleurenfoto’s van het Rembrandtplein, met door neon verlichte clubs, kroegen en restaurants.

Black and Blue
Al snel wordt duidelijk dat deze tentoonstelling over meer gaat dan een tijd van feest en nieuwe muziek. De lens van het jazztijdperk leent zich uitstekend voor een fris perspectief op de vooroorlogse geschiedenis en er is genoeg interessante context. Zo is er veel aandacht voor de ervaring en maatschappelijke positie van niet-witte Nederlanders en immigranten. De van oorsprong Afro-Amerikaanse muziek – vaak gespeeld door zwarte en Joodse muzikanten – werd gretig omarmd door het brede publiek en in de media was er aandacht voor het lot van zwarte Nederlanders. De populariteit van jazz vertaalde zich echter niet naar een gelijkwaardige positie voor niet-witte artiesten. Posters die evenementen aanprijzen zijn naar huidige maatstaven gênant in de vernederende, stereotiepe beeldtaal. De Amsterdamse politie stond wantrouwend tegenover alles wat met jazz te maken had en maakte muzikanten en exploitanten het leven vaak moeilijk. En het leven was moeilijk in de jaren dertig, voor de meeste mensen, maar zeker voor Nederlanders uit Suriname en de Antillen, die vaak als tweederangsburgers werden behandeld.

Ontaard
Ook de bezetting en de Holocaust werpen hun schaduw over deze schijnbaar feestelijke tijd. Het door Louis Armstrong zo geprezen talent Clara de Vries, geboren in een joodse familie, werd in 1942 op zesentwintigjarige leeftijd vermoord in Auschwitz. Opvallend genoeg maakte de bezetting niet meteen een einde aan een subcultuur die in het Derde Rijk allang was verboden. Zo was het in december 1940 blijkbaar nog mogelijk dat er een evenement met Afro-Amerikaanse muziek kon worden georganiseerd in Carré. Een door de NSB geproduceerde propagandafilm die waarschuwde over de verderfelijke invloed van de ‘ontaarde’ cultuur van jazzmuziek had niet het effect dat de makers voor ogen hadden en trok vooral jazzliefhebbers.
Deze tentoonstelling is wat mij betreft meer dan geslaagd en weet het intieme van de individuele verhalen en de muziek fantastisch te combineren met een intelligente en gebalanceerde blik op het tijdperk. Het smaakt naar meer, en het Stadsarchief Amsterdam levert: naast de uitgave van een boek is er gedurende de zomer ook een publieksprogramma met onder andere muziek en lezingen. Gaat dat zien!
Jazz-jaren, mensen, migratie en muziek in Amsterdam, 1930-1939
Stadsarchief Amsterdam
Te zien tot en met 13 september

Koert Janssen heeft moderne geschiedenis gestudeerd aan de Universiteit van Uppsala in Zweden. Zijn masterscriptie schreef hij over de Mensjewieken in ballingschap in Berlijn in de vroege jaren dertig. In zijn vrije tijd maakt hij muziek, speelt hij piano en leest hij.
