Als kind op het platteland van Kentucky in de jaren 1910 was geluid niet slechts iets wat Lionel Worthing hoorde. Hij zag het, proefde het en voelde het. Wanneer hij geluid creëerde met zijn stem, wist hij mensen diep te raken. Het is deze gave die hem naar het conservatorium in Boston leidde. Als hij daar op een avond in de kroeg zit, hoort hij plots een liedje dat hem bekend is uit zijn jeugd in Kentucky. Lionel benadert de bron van het geluid, een jonge man achter de piano. Terwijl de twee aan de praat raken, blijkt al snel dat hun gedeelde passie voor folkmuziek niet het enige is wat hen verbindt. Wat volgt is een jarenlange, ingewikkelde, smachtende en pijnlijke liefdesaffaire die zijn hoogtepunt vindt in een tocht door het plattelandsgebied van de Amerikaanse staat Maine. De reis is gericht op het verzamelen en documenteren van folkmuziek. Gewapend met een fonograaf en een kist vol wasrollen, gaan Lionel en David op weg om ‘het erfgoed van Amerika te behouden’.
Een nieuwe toevoeging aan Hermanus’ queer oeuvre
Met het periodedrama The History of Sound, haalt de Zuid-Afrikaanse regisseur Oliver Hermanus afgelopen jaar in Cannes zijn eerste Gouden Palm-nominatie binnen. Zijn eerste queerfilm is het echter zeker niet. Zo maakte hij onder andere in 2019 de film Moffie over een Zuid-Afrikaanse soldaat die begin jaren tachtig tijdens de apartheid worstelt met zijn homoseksualiteit en homofobie in het leger. In 2011 won hij de Queer Palm met Skoonheid, een film over een getrouwde man wiens onderdrukte gevoelens voor een jongere man zich langzaam aandienen. The History of Sound voegt zich dus in dit rijtje van queerfilms met dit keer de golden boys van Hollywood in de hoofdrol: Paul Mescal en Josh O’Connor. De twee zetten, zoals we inmiddels van hen gewend zijn, een indrukwekkende prestatie neer in de manier waarop zij de voorzichtige, aftastende en vaak onuitgesproken gevoelens van de twee jonge mannen tot uitdrukking brengen. De film valt en staat met dit ingetogen acteerwerk, waarin de emotie schuilt in blikken en kleine gebaren. Het werk is namelijk, op de volksballades na, opvallend stil voor een film die The History of Sound heet. Aan de ene kant zorgt de sobere stijl van de film ervoor dat je je als kijker bewust wordt van de kleinste, subtiele geluiden met een intensiteit die doet denken aan wat Lionel over zijn eigen zintuigelijke waarneming omschrijft. Aan de andere kant zorgt het gebrek aan impulsen zo nu en dan ook voor een zekere langdradigheid. Wie een zeer uitbundige en expressieve folkmuziekfilm zoals de in 2024 verschenen Bob Dylan-biopic A Complete Unknown hoopt te zien, kan beter thuisblijven.
Folkmuziek als levend archief
‘Will I feel something?’ vraagt een vrouw terwijl ze aarzelend naar de hoorn van de fonograaf voor haar kijkt. Het is duidelijk dat ze nog niet eerder in aanraking is gekomen met een dergelijk apparaat dat zowel geluid opneemt als afspeelt. Ze is een van de vele mensen op het afgelegen Amerikaanse platteland die door de twee mannen gevraagd is een lied uit haar regio voor te dragen. Nadat David haar grinnikend geruststelt, begint ze samen met haar kinderen te zingen: een ballade uit haar streek in Maine. Het zijn precies zulke volksliederen die door de mannen worden verzameld. Hoewel het verhaal van Lionel en David, dat is gebaseerd op het kortverhaal van Ben Shattuck uit 2018, fictief is, bestonden er wel degelijk projecten om folkmuziek te documenteren. Een van de belangrijkste figuren in het documenteren van Amerikaanse folkmuziek in het begin van de twintigste eeuw is John Lomax. Hij speelde een centrale rol in de opbouw van het Archive of American Folk Song, de eerste nationale verzameling van Amerikaanse folkmuziek. Dergelijke initiatieven droegen bij aan de vaak links-georiënteerde folkrevival in de Verenigde Staten, die zich vanaf de jaren veertig van de vorige eeuw ontwikkelde en in de jaren zestig een nieuwe opleving kende. Voor de film kregen Mescal en O’Connor een grondige training van twee weken in folkmuziek, geleid door singer-songwriter Sam Amidon, wat hen in staat stelde om alle nummers zelf te zingen in de film. Sam Amidon groeide op in een familie van folkmuzikanten in Vermont en staat tegenwoordig bekend om zijn vertolkingen van Amerikaanse folkmuziek met invloeden uit andere stijlen. In een interview over de film stelt Amidon: “I hope the film inspires people to explore this music. Folk is the poetic record of people who would make up songs to sing to themselves as they worked or travelled. It’s our only record of the internal emotional landscape of working people of those eras, as very few would have published books.”
Een geschiedenis van en via geluid
The History of Sound vertelt een geschiedenis van geluid, maar ook een geschiedenis via geluid. In de betoverende stem van Lionel weerklinkt zijn levensverhaal over liefde en verlies. Zoals zijn inmiddels bejaarde personage tegen het einde van de film opmerkt, weerspiegelen volksballades rommelige, menselijke ervaringen, dingen die we misschien liever vermijden, maar vangen zij wel ware emoties in hun melodieën.
Door Mies de Hond

Mies de Hond (2003) is momenteel bezig met haar bachelor Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht.
Hierbij verdiept ze zich voornamelijk in cultuurgeschiedenis en publieksgeschiedenis. Daarnaast heeft ze een grote interesse in fotografie en film.
