Meer dan honderd jaar na dato blijft de Eerste Wereldoorlog een breekpunt van een verbijsterende proportie in de geschiedenis van Europa. De tientallen miljoenen doden en de nietsontziende verwoesting die het conflict teweegbracht, vernietigden meerdere keizerrijken en wierpen hun schaduw over de rest van de twintigste eeuw. Tegelijkertijd streden de oorlogvoerende landen met een razernij die nog altijd beangstigt, juist omdat deze van alle tijden is. Zij smoorden kritiek op de oorlog in de kiem en benadrukten hun eigen zogenaamde superioriteit; in dit politieke klimaat stond een handreiking gelijk aan verraad.
In Zwijgen is nu een misdaad. Toonaangevende Europese schrijvers tijdens de Eerste Wereldoorlog beschrijft Bart Slijper hoe tien schrijvers uit West-, Centraal- en Oost-Europa reageerden op deze ontwikkelingen. Zij probeerden via brieven, dagboeken, krantenartikelen en hun literaire werken de oorlog te doorgronden. Sommigen, zoals Konstantin Paustovski en Marcel Proust, beschreven de werkelijkheid aan het front en thuis. Anderen spraken zelfs met staatslieden om te pleiten voor vrede, onder wie Frederik van Eeden. Wat alle schrijvers verenigt, is dat zij door de jaren heen de strijdlustige oorlogsretoriek aan de kaak stelden – elk op zijn eigen manier.
Een internationaal schrijversnetwerk
Veel van de door Slijper uitgelichte auteurs kenden elkaars werk al voordat de ‘Grote Oorlog’ uitbarstte. Na juli 1914 kreeg het onderlinge contact tussen hen een hernieuwde impuls. Neem Romain Rolland en Stefan Zweig, die tijdens het conflict voortdurend correspondeerden. Zij hoopten hun Europese beroepsgenoten te overtuigen om zich gezamenlijk tegen de oorlog te verzetten. Hierdoor kwamen zij in contact met andere prominente pacifisten, zoals Van Eeden. Ook reageerden zij met afschuw op schrijvers die het conflict aanvankelijk nog rechtvaardigden, bijvoorbeeld Thomas Mann. Op zijn beurt las Roger Martin du Gard het werk van Rolland. Hij had het geweld aan het westfront meegemaakt en bedankte Rolland voor zijn tegengeluid.
Slijpers vertelwijze – waarbij de schrijvers gezamenlijk aan bod komen, in plaats van afzonderlijk per land – getuigt dat hij instemt met de idealen van Zweig en Rolland. Zij keken ook over vijandelijke grenzen heen en ontkrachtten het chauvinisme dat Europa in bedwang hield. Daarbij reflecteerden ze op de invloed die zij al dan niet hadden op het verloop van de oorlog en hoe hun maatschappelijke rol eruit moest zien. Zo stelde Rolland: “Ik vecht niet tegen de oorlog (die valt niet binnen mijn verantwoordelijkheid); ik vecht tegen de haat.”
Persoonlijke en artistieke ontwikkeling
Toch wordt het boek nooit een heldenverhaal waarin de schrijvers ondubbelzinnig aan de juiste kant van de geschiedenis staan. Slijper laat goed zien hoe de auteurs vaak tegenstrijdige opvattingen hadden. Zweig staat bijvoorbeeld bekend als iemand die in de culturele eenheid van Europa geloofde, maar steunde Oostenrijk-Hongarije nog beslist in de eerste maanden van de oorlog. Joseph Roth, die zich overal in Europa een buitenstaander voelde en de politiek wantrouwde, meldde zich desondanks in 1916 aan voor het Oostenrijks-Hongaarse leger. Hoe de auteurs met deze innerlijke tegenstellingen omgingen, brengt Slijper ook uitstekend in beeld. Zo zette Martin du Gard in zijn romancyclus De Thibaults (1992) twee botsende gedachten tegenover elkaar. Het personage Antoine vindt dat de keuzes van een democratisch gekozen regering gehoorzaamd moeten worden, ook in oorlogstijd. Jacques ontkent daarentegen resoluut het gezag van de staat en pleit voor zelfbeschikking. Slijpers boek laat zo goed zien hoe de Eerste Wereldoorlog de persoonlijke en artistieke ontwikkeling van de auteurs beïnvloedde. Hij schetst de wereld waarin deze schrijvers opereerden, toont welk effect de oorlog had op hun wereldbeeld en hoe we dit terugzien in hun oeuvre.
Andere perspectieven
Ondanks Slijpers brede overzicht roept de afbakening van het boek vragen op. Zo had het perspectief van een of meerdere vrouwelijke schrijvers een vollediger beeld kunnen geven van de reacties op de oorlog vanuit de literaire wereld. Wat bovendien in het oog springt, is dat Groot-Brittannië buiten beschouwing blijft. In het voorwoord wijst Slijper terecht op de grote hoeveelheid schrijvers die over de oorlog hebben geschreven, waardoor de selectie van auteurs nogal arbitrair wordt. Toch had het boek er goed aan gedaan om een Britse auteur te behandelen. Siegfried Sassoon sluit bijvoorbeeld naadloos aan bij Slijpers selectie: hij vocht mee aan het westfront, schreef anti-oorlogspoëzie en bekritiseerde openlijk de Britse oorlogsretoriek. Na een periode van medische revalidatie weigerde hij zelfs naar het front terug te keren. Sassoons verhaal had daarom een toepasselijk buitenstaandersperspectief kunnen geven. Groot-Brittannië was vanaf het begin betrokken bij de oorlog en leverde miljoenen soldaten. Maar Sassoon stond net zoals Paustovski los van het Frans- en Duitstalige milieu waar auteurs als Rolland, Zweig en Mann werkten. Dat hij vanuit de insulaire Britse context dezelfde kritiek leverde als de schrijvers op het continent geeft juist meer kracht aan Slijpers betoog, waarin het verlangen naar de waarheid geen grenzen kent.
Door Daniel Melissen Ferrer

Daniel Melissen Ferrer (2001) doet de research master History: Politics, Culture and National Identities, 1789 to the Present aan de Universiteit Leiden. Hij heeft brede onderzoeksinteresses en schrijft momenteel over de vroege socialistische bewegingen in negentiende-eeuws Groot-Brittannië. Daarnaast is hij redacteur bij het academisch historisch tijdschrift Leidschrift en schreef hij voor Historisch Nieuwsblad.
Bart Slijper, Zwijgen is nu een misdaad. Toonaangevende Europese schrijvers tijdens de Eerste Wereldoorlog
Uitgeverij Prometheus, 2026
272 pagina’s
ISBN: 9789044654165
€ 25,99
