Monument 'Gleis 17' op S-Bahnhof Grunewald. Berlijn-Wilmersdorf, april 2014. Foto door Joep de Visser.

Het ‘Judenfrei’ maken van de ‘Reichshaupstadt’. De treindeportaties van tienduizenden Berlijnse joden.

11 april 2014

Het ‘Judenfrei’ maken van de ‘Reichshaupstadt’. De treindeportaties van tienduizenden Berlijnse joden.

In een eerder bericht schreef ik over een monument op het Koppenplatz. Met dit monument wordt stilgestaan bij de razzia’s van de Berlijnse joden in deze buurt. Razzia’s die de eerste stap in de Holocaust zetten. Het bericht van vandaag gaat over de daaropvolgende schrede in deze gitzwarte geschiedenis – de treindeportaties naar ghetto’s, concentratie- en vernietingskampen.

 Detail op het 'Gleis 17' monument. Details van de eerste deportatie vanaf S-Bahnhof Grunewald. (Berlijn-Wilmersdorf, april 2014. Foto door Joep de Visser)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Toen Hitler de macht overnam in 1933 leefden er ongeveer 160.000 joden in de Duitse hoofdstad. De komende jaren vluchtten ongeveer 100.000 van hen over heel de wereld – meestal naar de USA of Engeland, maar ook naar Panama of Shanghai. Hoewel deze emigratie nooit vrijwillig is geweest, werd de situatie nog misselijker nadat het vluchten uit Nazi-Duitsland onmogelijk werd gemaakt. Toen in september 1941 werd besloten tot de deportatie van joden, zaten 66.000 Berlijners als ratten in de val. Nog meer dan elders hadden deze Berlijnse joden last van Joseph Goebbels, de beruchte Minister van Propaganda. In de Duitse hoofdstad was hij namelijk ook de ambitieuze Gauleiter (‘Leider van de Gouw’ of: ‘regionaal leider’). De virulente antisemiet wilde dat Berlijn ‘Judenfrei‘ (Nazi-Duits voor ‘Vrij van joden’) werd gemaakt – en drong aan bij Hitler. De laatstgenoemde beloofde aan Goebbels op 19 augustus 1941 zelfs om de joden uit ‘zijn’ stad te ‘transporteren’ wanneer deze mogelijkheid zich aanbood. Een maand later herhaalde Hitler dit voornemen – wat Goebbels in een dagboekaantekening van 24 september bevestigde. Nog een maand later, op 24 oktober, schreef Goebbels:

“Geleidelijk beginnen we nu ook met de evacuatie van de Berlijnse joden naar het oosten. Enkele duizenden zijn al onderweg. Ze gaan in eerste instantie naar Litzmannstadt (Nazi-Duits voor Łódź). Dat veroorzaakt grote beroering in de getroffen kringen. De joden vragen in anonieme brieven om hulp bij de buitenlandse correspondenten. (…) Het is vervelend dat dit thema aandacht krijgt in de wereldopinie, maar dat moeten we maar op de koop toenemen. Hoofdzaak is dat de Reichshauptstadt (Berlijn) jodenvrij wordt gemaakt. Ik zal niet rusten voordat dit doel volledig is gerealiseerd.”

Deportatie van joden vanaf Hanau naar Theresienstadt. (Hanau, Duitsland, 30 mei 1942. ©US Holocaust Memorial Museum)
Deportatie van joden vanaf Hanau naar Theresienstadt. (Hanau, Duitsland, 30 mei 1942. ©US Holocaust Memorial Museum)

De eerste deportatie vond plaats op 18 oktober 1941, toen meer dan duizend joden vanaf het Berlijnse S-Bahnhof Grunewald naar het ghetto in Łódź vertrokken. Onder de eerste gedeporteerden zaten vrouwen, kinderen en mannen die hun baan waren kwijtgeraakt tijdens de opvoerende discriminatie op de arbeidsmarkt. Al binnen een maand waren de deportaties verweven met de Holocaust. Vanaf november 1941 tot januari 1942 werden 4000 joden naar het ghetto van Riga gestuurd – waarvan de nazi-authoriteiten wisten dat hier de ‘Einsatzgruppen’ (‘Speciale Eenheden’) deze joden executeerden.

Monument 'Gleis 17' op S-Bahnhof Grunewald. Berlijn-Wilmersdorf, april 2014. Foto door Joep de Visser.

Vanaf januari 1942 werden joden gedeporteerd vanaf aan tweede locatie, het Güterbahnhof Moabit (‘Goederenstation in Moabit’) in de buurt van de stad. Hier werd een perron gebruikt dat afzonderlijk lag, maar parallel liep aan de S-Bahn. Meer dan 32.000 joden hebben hun laatste stappen in Berlijn op dit perron gezet. Per juni 1942 begon een nieuwe fase in de deportaties. Sindsdien werden de oudere joden gedeporteerd vanaf het Anhalter Bahnhof in het Berlijnse stadscentrum. In deze ‘Altertransporte‘ (‘Ouderentransporten’) werden ongeveer 9600 mensen gedeporteerd in 116 keer. Hierbij werden meestal één of twee wagons (maximum 50 joden per wagon) gehangen achter de reguliere trein naar Praag. De joden kwamen echter niet aan in De Gouden Stad maar in het concentratiekamp (annex ghetto) Theresienstadt.

Duitse joden die instappen op een deportatietrein naar Theresienstadt. (Hanau, Germany. May 30, 1942. ©Bildarchiv Preussischer Kulturbesitz)

De deportaties waren al vreselijk. Treinen van de Wehrmacht (Duitse Leger) had voorrang, waardoor later in de oorlog -pakweg 1944- de gemiddelde snelheid van een trein lag op slechts 25 km/uur. Wagons waren enorm overbevolkt, terwijl er geen toilet voorhanden was. In combinatie met frisse lucht moet de stank ondragelijk zijn geweest. Tijdens de tientallen uren stierven de eerste mensen aan ademhalingsproblemen, uitdroging of uitputting. De trein werd bewaakt door de SiPo (Veiligheids Politie) en de Ordnungspolizei (Orde Politie). Gedeporteerden die alsnog besloten om de trein te ontvluchten gingen een hard leven in de wildernis tegemoet – waar zij alsnog werden opgejaagd door Duitse bataljons.

En als het transport niet de vleesgeworden hel op aarde was, dan was het wel de bestemming. De ghetto’s en kampen waarin de joden bijeen werden gedreven waren overbevolkt en ondervoed. Fatale ziektes eisten al grote aantallen mensenlevens. Vanuit het ghetto in Łódź werden joden verder gedeporteerd naar de verschillende vernietigingskampen. De eerste werd al in december 1941 in gebruik genomen. Vanuit Theresienstadt werden mensen doorgaans gedeporteerd naar het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz – welke per maart 1942 in gebruik werd genomen voor joden. Alles bij elkaar genomen was er voor een joodse gedeporteerde slechts een hele kleine kans op een overleven.

Bij het aanbreken van 1943 was al meer dan de helft van joden gedeporteerd en vermoord. In Berlijn stonden toch nog zo’n 15.000 joden geregistreerd, waaronder 8000 joodse mannen die als dwangarbeider werkte voor fabrieken van oorlogsbelang. Nadat dwangarbeiders uit bezette gebieden werden ingezet, beschouwden de nazi’s ook deze werkende joden als overbodig. In de ochtend van 27 februari 1943 werden deze 8000 joden opgepakt tijdens de ‘Fabrikaktion‘. Alleen de 2000 joden die een Duitse echtgenoot hadden, en die de druk van nazi’s weerstonden, werden van een deportatie bespaard – en alleen na een dapper protest van hun naasten. Met slechts een fractie van de 166.000 mensen die hier ooit leefden, werd Berlijn ‘Judenfrei‘ verklaard op 19 mei 1943. Niettemin waren er nog deportaties van kleinere aantallen joden tot in maart 1945, toen de oorlog verloren was en de vernietiging van joden nog zinlozer dan zinloos. Op het moment dat de oorlog eindigde in mei waren er uiteindelijk nog 7000 joden in Berlijn. Ik schat dat ongeveer 4000 van hen overleefde door een huwelijk met een Duitser. Nog eens 1500 overleefden door een bitter leven als onderduiker. Hoe de andere -pakweg- 1500 overleefden is mij niet duidelijk, maar het kan zijn dat zij gebruik hebben gemaakt van valse persoonsbewijzen.

Spoor onder de Putlitzbrücke in Berlijn. Joden werden vanaf het spoor rechts in deze foto gedeporteerd. (Berlijn-Moabit, datum onbekend. ©USHMM)
Spoor onder de Putlitzbrücke in Berlijn. Joden werden vanaf het spoor rechts in deze foto gedeporteerd. (Berlijn-Moabit, datum onbekend. ©USHMM)

Doodlopend spoor van het 'Güterbahnhof Moabit'. Vanaf hier werden 32.000 joden gedeporteerd. (Berlijn-Moabit, april 2014. Foto door Joep de Visser)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tot zover de massadeportaties van de joden, eerder beschreven als de tweede stap in de Holocaust. Mijn vraag nu is hoe deze deportaties zijn herinnerd? Welnu, op de een of andere manier duurde het vier decennia voordat werd gerealiseerd hoe verscheidene Berlijnse stations op gruwelijke wijze toneel zijn geweest van een bijdrage aan de Holocaust. Inmiddels zijn er gedenktekens geplaatst bij de drie reeds genoemde stations, ter herinnering aan de deportatie van de joodse bevolking. In 1987 werd een monument onthuld op de Pulitzbrücke, dichtbij het S-Bahnhof Westhafen, boven het spoor waar vroeger de Güterbahnhof Moabit was. Bij Anhalter Bahnhof staat, zij het pas sinds 2008, een informatiebord over de ‘Altertransporte‘ van 9600 oudere joden.

Monument op de Putlitzbrücke. (Berlijn-Moabit, april 2014. Foto door Joep de Visser)

Informatiebord naast de ruïne van het Anhalter Bahnhof. (Berlijn-Kreuzberg, april 2014. Foto door Joep de Visser)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


Ook vanaf het S-Bahnhof Grunewald werden vele duizenden joden gedeporteerd in 186 transporten. Hier namen verschillende partijen het initiatief om monumenten op te richten. Al in 1953 openbaarden een groep communisten een plakkaat aan het signaalhuis van het station. Typerend voor de jaren ’50, toen West-Duitse autoriteiten auwelijks gedenazificeerd waren en bovendien fel anti-communistisch, werd deze door de politie weggehaald. In 1973 werd een nieuw gedenkteken onthuld op het signaalhuisje. Deze werd ook gestolen, het zij na dertien jaar. In april 1987 werd een gedenksteen geplaatst in het Hebreeuws en Duits. In oktober dat jaar legden de locale evangelisten een steen, ter nagedachtenis aan het allereerste transport 46 jaar eerder. Begin jaren ’90 gaf het stadsdeel Wilmersdorf de opdracht aan de Poolse kunstenaar Karol Broniatowski om een monument te maken. Broniatowski maakte een betonnen muur met uitgeholde, menselijke silhouetten erin. Als de opvolger van de Deutsche Reichsbahn, welke medeverantwoordelijk was voor de deportaties, legde de Deutsche Bahn een vierde monument aan op het S-Bahnhof Grunewald. Na een competitie werd gekozen voor een ontwerp waarin de details (bestemming en aantal gedeporteerden) van de deportaties werd geschreven in de stalen platen. Dit is terug te vinden op het ‘Gleis 17‘ (‘Spoor 17’) waarvandaan de meeste van de 186 deportaties vertrokken. Hiervoor moest het perron gerenoveerd worden – terwijl het spoor overwoekerd door de planten werd gelaten. Het laatste symboliseert dat geen trein meer zal vertrekken vanaf dit perron met haar afschuwelijk bijdrage aan de geschiedenis…

Overwoekerd spoor bij het monoment 'Gleis 17' op S-Bahnhof Grunewald. (Berlijn-Wilmersdorf, april 2014. Foto door Joep de Visser)

Alles overziend is dit een bericht geweest over de decimatie van de joodse bevolking in Berlijn. Écht ‘Judenfrei‘ is het eigenlijk nooit geweest, anders dan de nazi’s eigenlijk beweerden. Joseph Goebbels, die later nog herhaalde dat hij niet zal rusten voordat de laatste jood weg was, heeft uiteindelijk toch eerder gerust dan de ongeveer 7000 overlevenden. Toch staat dit in geen verhouding met de 166.000 joden die er ooit zijn geweest. Voor de meer dan 50.000 joden die gedeporteerd -en vermoord- zijn kwamen pas monumenten vanaf de latere jaren ’80. Waarom is nog maar de vraag. Wellicht omdat de deportaties maar een onderdeel van de Holocaust is geweest? …Dat zou je denken. In het volgende artikel schrijf ik over de Holocaust en de monumenten hiervan – die pas in de jaren ’90 kwamen.

 

Onze man in Berlijn  Jonge historicus Joep de Visser schrijft tweewekelijks voor zijn blog een beknopte geschiedenis      over uiteenlopende thema’s – waarin Berlijn centraal staat – en zoekt naar de locaties die hieraan  zijn    verbonden.

Posts created 1099

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven