Van Onze Man in Berlijn: De Holocaust en het Holocaustmonument. Enkele inzichten – die alsmaar meer vragen oproepen…

25 april 2014

De Holocaust en het Holocaustmonument. Enkele inzichten – die alsmaar meer vragen oproepen…

Vandaag publiceer in mijn vijftigste update. Eerder schreef ik al over locaties in Berlijn van historische waarde. Vaak heb ik bewezen dat Berlijn niet een stad is waarin het centrum ‘t enige is dat telt. Ik heb hemelse kanten van de stad gezien die ik nog niet kende, evenals de duistere kanten van mijn favoriete stadsdeel Neukölln. Updates hebben mij van Adlershof tot Zehlendorf gebracht en -buiten Berlijn- van Großbeeren tot Oranienburg. Ondanks dit alles, denk ik niet dat er een locatie is van zo’n grote historische waarde als het Holocaustmonument in het hart van de Duitse hoofdstad…

Tot nog toe heb ik gewacht met het schrijven van een artikel over de Holocaust. Het onderwerp is zwaar en het legt een grote verantwoordelijkheid bij de auteur – van wie ik verwacht -zeer- geïnformeerd te zijn over de Holocaust en de literatuur erover. Bovendien leent een laagdrempelig en vluchtig medium als een blog zich niet goed voor zoiets belangrijks. Aan de andere kant kan ik deze historische gebeurtenis niet ter zijde schuiven op een blog die over Duitse geschiedenis gaat. Omdat ik, na vijftig artikelen, van plan ben mijn blog te veranderen, voelt het alsof dit de laatste kans is om te schrijven over de Holocaust en het monument in Berlijn. Dus, zonder te pretenderen dat dit alles is wat over de Holocaust te zeggen valt – wil ik de bezoeker van het Holocaustmonument een aantal inzichten meegeven…

Het meest raadzame overzichtswerk dat ik over de Holocaust heb gelezen is Hitler, de Duitsers en de Holocaust, uit de pen van de gerespecteerde historicus Ian Kershaw. In één van zijn hoofdstukken verdedigd Kershaw de stelling dat Hitler, na het verliezen van de Eerste Wereldoorlog – een nieuwe oorlog wilde. Tijdens het schrijven van Mein Kampf in 1925 en 1926, geloofde Hitler al in een kernideologie die bestond uit de expansie van ‘Lebensraum‘ (‘Leefruimte’ of: Duits territorium) in Oost Europa, en het ‘elimineren’ van joden op Duits grondgebied. Door de jaren heen begreep Hitler dat hij geen verkiezingen zou winnen middels deze ideologie. In de vroege jaren ’30 temperde Hitler zijn antisemitisme en won stemmen door de nadruk te leggen op zijn anticommunisme. Toen Hitler aan de macht kwam in 1933 en zijn macht consolideerde, werd het publieke debat door georganiseerde antisemitische propaganda overstemd. Joden werden geboycot (april 1933), juridisch buitenspel gezet (september 1935) en vermoord (november 1938).

Belangrijk in deze opeenstapeling van discriminatie is een dynamisch patroon eronder dat typisch is voor nazi-Duitsland. Hitler wist de radicale antisemieten in zijn partij te beheersen – en hun agressie te kanaliseren op getimede ogenblikken. In zijn toespraken gaf Hitler soort van ‘groen licht’ signalen aan zijn radicale partijgenoten, die zodoende ‘spontane en volkse’ acties begonnen. Vervolgens moest de Nazi-partij deze radicalen ‘gerust stellen’ door de joden openlijk achter te stellen. Een belangrijk voorbeeld van een dergelijk groen licht is Hitler’s uiterst beruchte toespraak van januari 1939, de zogeheten ‘profetie‘:

Nadat Polen werd aangevallen en bezet in september 1939 had Hitler deze oorlog zelf in gang gezet. Toch was de ‘vernietiging van het joodse ras’ nog niet begonnen. Een aantal escalaties ging hieraan vooraf. Hierin speelde de Warthegau (een gebied rond de rivier de Warta) een sleutelrol. In Hitler’s ambitie om ‘Lebensraum‘ te creëren in Oost Europa, werd deze provincie als eerste ‘Gegermaniseerd’. Deze streek had ook een ‘voorbeeldfunctie’ voor andere te ‘Germaniseren’ gebieden, waardoor de meest fanatieke nazi’s in dit gebied werden gestationeerd. Hier wordt een tweede dynamiek van belang, die typerend is geweest voor de ‘regeerstijl’ van Hitler. Deze dynamiek kwam voort uit de vage opdracht om ‘de doelstellingen van de Führer te bevorderen’. Nadat Hitler de verwachting uitsprak dat de Germanisatie van de Warthegau over tien jaar was voltooid, namen de ijverige ambtenaren dit als een vrijbrief om te handelen ‘in de geest van Hitler’. Zo stond de politie onder de controle van het regionale hoofd van de SS, Wilhelm Koppe. In mei 1940 was Koppe een sleutelfiguur in de uitroeiing van meer dan 2000 gehandicapte patiënten. Nu Koppe ook verantwoordelijk werd gehouden voor de ‘Germanisatie’ van de Warthegau, moest hij alle joden ‘onzichtbaar’ maken door in concentratiekampen en ghetto’s te stoppen, of verder naar het oosten te deporteren naar het zogeheten Generaal-gouvernement, waar al enkele miljoenen joden waren geconcentreerd. In mei 1940 werd ‘de joodse wijk’ van Łódź -de grootste stad in de Warthegau – al ommuurd en omgevormd naar een ‘ghetto’ met 163.000 joden. Het ghetto zat overvol, maar volle treinen met gedeporteerde Duitse joden bleven maar komen. Honger heerste en ziektes kwamen op, maar administratieve en logistieke problemen weerhielden verdere deportaties naar het Generaal-gouvernement. De joden bleven in het ‘te Germaniseren’ Warthegau, terwijl Wilhelm Koppe maar al te goed begreep wat hem te doen stond…

Toen nazi-Duitsland de Sovjet-Unie binnenviel in juni 1941, hadden de nazi’s al ingepland om -oostelijk gelegen van het Oeralgebergte- een ‘bufferzone’ te creëren voor alle Duitse en Oostenrijkse joden. Zoals vaker, hadden de nazi’s zichzelf heftig overschat. Helaas, en dit is cruciaal, waren het niet alleen de nazi’s die onder hun tegenslagen leden. Al in september dat jaar, toen werd voorspeld dat het Duitse leger de oorlog niet voor de winter zal beslissen, werd geconcludeerd dat een ‘territoriale oplossing voor de deportatie van joden’ onmogelijk was. Een andere ‘eindoplossing‘ voor de joden moest worden gevonden in Oost Europa. In de daaropvolgende weken werden de eerste stappen genomen in de systematische uitroeiing van de joden. Eind september werden al 33.000 joden vermoord, bijhet ravijn Babi Yar in Oekraïne. In de Warthegau werkte Wilhelm Koppe eveneens ‘in de geest van de Führer‘. In oktober werden al 3000 joden binnen de gemeente Konin geconcentreerd in het plaatsje Zagórów (in het Duits: Hinterberg) en vermoord in de nabijgelegen bossen.

Op 26 november 1941 begon de SS met de mechanische uitroeiing van de joden. De eerste vergassingen van enkele honderden joden vond toen plaats in de gemeente Kalisz, in de Warthegau. Achter de organisatie van deze misdaad zat Wilhelm Koppe, die zijn ervaringen gebruikte met de inzet van ‘dokters’ tijdens de Aktion T4. Deze ‘ervaring’ betrof vooral hoe uitlaatgassen van een vrachtwagen in de trailer kon worden omgeleid. Op 8 december werden twee van deze vergassingswagens gereden vanaf Berlijn naar Chełmno, waar de daaropvolgende zeven maanden al 97.000 joden werden vermoord…

Een maand later, op 11 december 1941, verklaarde Hitler de oorlog aan de Verenigde Staten van Amerika – dat op haar beurt de oorlog verklaarde aan nazi-Duitsland. Niettemin stelde Hitler dat de Amerikaanse oorlogsverklaring een joods complot was, waarna hij ‘de profetie’ toespraak uit januari 1939 herhaalde. De volgende dag (12 december) schreef Joseph Goebbels over een gesprek met Hitler. In dit gesprek stelde Hitler dat een nieuwe fase aangaande het ‘jodenvraagstuk’ kon beginnen. In andere woorden: vanwege de militaire en logistieke problemen, creëerde de dynamiek in Hitler’s Duitsland een radicale ‘oplossing’ voor zelfbedachte en zelfgemaakte problemen. Zodra het onmogelijk werd om joden op te vangen die zij zelf hadden gedeporteerd, was de uitroeiing begonnnen. De Warthegau heeft de Holocaust in een vroeg stadium gemechaniseerd, maar op dat moment zaten 3.5 miljoen joden in het ‘Generaal-gouvernement’ dat oostelijk hiervan lag. Hier werden dan ook vier beruchte vernietigkampen –Belzec, Sobibór, Treblinka and Majdanek- opgebouwd en vanaf maart 1942 geopend. Ook het concentratie- en vernietigingskamp Auschwitz bereidde zich in deze periode voor op de uitroeiing van joden. Auschwitz lag niet in het ‘Generaal-gouvernement’ of in de Warthegau, maar in de provincie Opper-Silezië. In de zomer van 1942 liep de uitroeiingsmachine op volle snelheid.

Toch is het belangrijk om te weten, dat niet alle joden op industriële wijze zijn vermoord. Ontelbare aantallen joden werd doodgeschoten tijdens de massa-executies. In moreel opzicht is er misschien geen verschil, maar vanuit humanistisch oogpunt is het de moeite om te vertellen hoe deze miljoenen aan hun einde kwamen. In zijn case-study ‘Doodgewone mannen’ schreef de historicus Christopher Browning over het reserve politiebataljon uit Hamburg. Nadat dit bataljon naar het bezette Polen werd gebracht, werden zij door hun commandant -bleek, tranen in zijn ogen- voor de keuze gesteld of zij wilden meewerken aan een ‘beangstigende, onplezierige taak’ of hieruit wilde stappen, zonder enige consequenties. Na wat geaarzel, stapten slechts elf van de 174 doodgewone mannen uit. De anderen werden toegevoegd aan het ‘Bataljon 101’ van zo’n 500 man, welke zich ontwikkelde tot een vleesgeworden moordmachine. Tussen juli en november 1942 deporteerde dit bataljon meer dan 40.000 Europese joden naar het vernietigkamp Treblinka – terwijl het 8000 joden eigenhandig executeerde. In de herfst van 1942 en de lente van 1943 vrijwilligden mannen in het opjagen van joden die zich verschuilden in bossen en kleine dorpen. Samengevat, de doodgewone mannen waren in staat om fanatieke moordenaars te worden.

Wat ging hier verkeerd? We hadden het toch over doodgewone vaders, uit de nazi-sceptische stad Hamburg? Helden van de arbeidersklasse zoals dokwerkers en vrachtwagenchauffeurs, of mannen die opgroeiden voordat Hitler de macht overnam? Ja, antisemitisme speelde overal in nazi-Duitsland, maar dat is nog geen reden dat deze doodnormale mannen meewerkten, later zelfs vrijwillig, aan het actief vermoorden van de joodse burgers… Een van de morbide antwoorden ligt in het solidariteitsgevoel. Niet met de slachtoffers, maar met hun mede-doodnormale mannen. Toen zij na de oorlog werden ondervraagd, zeiden veel van deze mannen dat zij hun collega’s niet het vieze werk wilden laten opknappen. Degenen die na enkele executierondes stopten -en logistiek werk deden, zoals de deportaties- werden ook ‘lafaarden’ bevonden – en zeiden ook over henzelf dat zij ‘te zwak’ waren om te vermoorden. Bovendien hadden de mannen ook wekelijkse instructies van 30 tot 45 minuten. Hierin werden zij ‘onderricht’ in nazistische thema’s zoals loyaliteit, de offensieve mentaliteit en… kameraadschap. Daar bovenop kwam dat zij gehersenspoeld waren met boodschappen dat ‘de joden’ het initiatief namen voor de Amerikaanse boycotts van Duitsland – en dat zij de bommen op de Heimat gooiden…

De vraag werpt zich op, in hoe verre de Duitse bevolking afwist van de Holocaust. Tot op welke hoogte stonden zij achter Hiter’s antisemitisme? Tijdens de laatste vrije verkiezingen in november 1932 stemde 33 procent van de Duitsers op Hitler. In deze verkiezingen echter, had Hitler zijn antisemitisme getemperd – en zich toegespitst op het ‘gevaar’ van socialisme en communisme. Bovendien -anders dan de oorlog die Hitler altijd heeft gewild- de Holocaust was geen duidelijk vooropgezet plan. De Holocaust was een uitkomst van de dynamiek tussen de nazi-top in Berlijn en ervaren, lokale nazi’s op sleutellocaties. De Holocaust was een onvoorspelde bijwerking van de oorlog, maar bewust uitgevoerd en fataal voor miljoenen…

Dus, toen 33% van de Duitse bevolking voor Hitler stemde in november 1932, stemden zij niet op de Holocaust die in de toenmalige toekomst plaats zal vinden. Aan de andere kant, zijn er nauwelijks protesten geweest tegen de discriminatie en deportaties van joden. Het protest in de Berlijnse Rosenstraße, waar Duitse vrouwen van ‘joodse’ mannen proteseerden om hun deportatie te voorkomen, is het enige protest geweest – zover ik weet. Waarom waren er nagenoeg geen protesten tegen de deportatie van joden? Een logische verklaring in het uitblijven van protesten ligt in de controleapparaat van het nazi-regime. Middels het geheime politieapparaat in de vorm van de Gestapo werd de eigen bevolking bespioneerd, gecontroleerd en ‘zo nodig’ gearresteerd. De Gestapo was echter relatief klein, tegenover een grote Duitse bevolking. Er moet een andere reden zijn geweest waarom de Duitse bevolking geen behoefte had om te protesteren. Volgens Ian Kershaw is de onbegrijpelijke reden hiervoor de wijdverbreide morele onverschilligheid. “De kronkelende weg naar Auschwitz werd gebouwd door haat, maar geplaveid door onverschilligheid” aldus de historicus. Ook is Kershaw van mening dat deze onverschilligheid, tot op zekere hoogte, wel begrijpelijker wordt wanneer je de alledaagse oorlogssituatie begrijpt. Dat Duitse bevolking zich moreel onverschillig opstelden, komt mede omdat zij hun eigen sores hadden – zoals het denken aan vermiste familieleden aan het oorlogsfront en de angst voor de regelmatige luchtaanvallen. Via een laagdrempelig roddelcircuit konden mensen wél – maar wilden mensen níet weten wat er gebeurde met hun joodse medeburgers. Bovenop de onverschilligheid en de controle, had de Duitse burgers ook het gevoel dat zij niet verantwoordelijk gehouden konden worden. Uiteraard, deze passieve opstelling heeft het nazi-regime geholpen in de Holocaust. Of deze houding daarom omschreven moet worden als ‘morele onverschilligheid’ of zelfs als ‘passieve medeplichtigheid’ is aan jou om te beslissen…

Tot zover gaat dit artikel over Hitler, lokale fanatici, doodgewone mannen en onverschillige burgers – over de timing van Hitler’s speeches, de dynamiek in nazi-Duitsland – en over het tijdstip waarop de joden werden gedeporteerd en vernietigd. Zelf heb ik nog tal van vragen. Wat lieten de nazi-autoriteiten zien van de deportaties, ghetto’s en kampen? Wat gebeurde er met de eigendommen van de gedeporteerde joden? Of duidelijker geformuleerd: hoe voelden mensen zich, na het confisqueren van zulk bezit? En hoe snel verspreidde ‘nieuws’ over de vernietigingskampen zich onder het volk? Over de Holocaust kunnen talloze vragen gesteld worden

Het 'Treblinka' monument van Vadim Sidoer (Berlijn-Charlottenburg, april 2014. Foto door Joep de Visser)
In vorige artikelen heb ik geschreven over historische gebeurtenissen die voorafgaand gingen aan de Holocaust, zoals de razzia’s en de deportaties van joden – en hoe deze gebeurtenissen worden herdacht in Berlijn. Welnu, voor de bouw van het Herdenkingsplaats voor de vermoorde joden van Europa (het Holocaustmonument), was er slechts één klein monument in de Duitse hoofdstad die de vernietiging herdacht. In 1966 maakte de Sovjet-Russische avantgardistische beeldhouwer Vadim Sidoer een nogal grimmig standbeeld. Abstract, maar duidelijk een opeenstapeling van menselijke lijken – noemde Sidoer dit standbeeld naar de vernietigingskamp Treblinka. In 1979 werd het standbeeld geopenbaard voor het gerecht: het Amtsgericht Charlottenburg. Welnu, dit monument herinnert -technisch gezien- alleen de slachtoffers in één van de vele vernietigingskampen. Een centraal monument voor de vermoorde joden van Europa was er nog niet. Op initiatief van de journaliste Lea Rosh, werd in 1989 een actiegroep opgericht die zich hiervoor inzette. Voordat het Holocaustmonument in mei 2005 werd geopend, zijn talloze debatten gevoerd en vele veranderingen overwogen. De locatie is gewijzigd, architectonische competities met honderden inzendingen zijn ongeldig verklaard na inmenging van de minister-president Helmut Kohl en het winnende ontwerp van de tweede prijsvraag is veranderd. De bouw van het monument is symbolisch begonnen op 27 januari 2000, de dag waarop Auschwitz 55 jaar eerder werd bevrijd.

De locatie van het Holocaustmonument (in aanbouw).

Terwijl het ontwerp van de architect Peter Eisenman stoffelijk werd, waren de discussies nog niet afgerond. Één van de kritieken is dat een monument voor joden, afgezonderd van andere bevolkingsgroepen, een hiërarchie in het ‘slachtofferschap’ van het nazisme zal aanbrengen. Andere monumenten, zoals dat voor de Roma and Sinti (‘zigeuners’), homoseksuelen of gehandicapte mensen kregen -en krijgen- namelijk niet dezelfde omvang. En waarom moet eigenlijk een verschil worden aangebracht tussen joodse, politieke of andere slachtoffers van de nazi’s? Was de Holocaust dan fundamenteel anders dan de Porajmos? Andere kritieken vonden dat het monument té artistiek was, of teveel een ‘sensationele touristenmagneet’ dat niet oprecht kon zijn. In 2003 werd de bouw tijdelijk stilgelegd nadat een krant erachter kwam dat de producent van de anti-graffiti coating ook Zyklon B, de gas welke in gaskamers werd gebruikt, had geproduceerd in oorlogstijd. Peter Eisenman, als architect en mastermind achter het Holocaustmonument de hoogste verantwoordelijke, besloot om door te werken met hetzelfde bedrijf. 

Het Holocaustmonument onder constructie.

Tot zover de praktijk die de bouw van het Holocaustmonument met zich meebracht. De theorie achter het monument is minstens zo discutabel. “Dit is een plaats zonder betekenis” zei Eisenman – en hij heeft uitdrukkelijk nooit verteld wat het abstracte monument uitbeeldt. Eisenman vond dat het Holocaustmonument moest breken met de traditie van andere monumenten. “De schaal en dimensie van de Holocaust doet elke poging om het uit te beelden op traditionele manieren onvermijdelijk veranderen in een hopeloos project. Ons monument probeert een nieuw idee van herinnering te ontwikkelen, die ver van nostalgie staat.” Dit nieuwe concept van herinneren moet een ervaring zijn. “Vandaag de dag kunnen we het verleden alleen begrijpen door een ervaring in het nu.” En dit is eigenlijk de kern van het Holocaustmonument. Gedachten zijn absoluut vrij en ongestuurd. “Wanneer iemand een hakenkruis op het monument spuit met graffiti, is dat een reflectie van mensen die dit voelen. Als het daar blijft, is het een reflectie van wat de overheid ervan vindt dat mensen er hakenkruizen spuiten. Dat kan ik niet beïnvloeden. Er zullen kinderen zijn die tikkertje spelen en mannequins die poses aannemen. De locatie is niet heilig.” aldus de architect en mastermind. Het monument werd op 10 mei 2005 geopend – precies zestig jaar net het oorlogseinde. De tijd was gekomen om verwachtingen te vergelijken met ervaring.

Hoe zal jij -als gemiddeld, relatief geïnformeerde bezoeker- het Holocaustmonument ervaren? Nadat je jouw vriendenkring hebt verteld dat je naar Berlijn gaat en het Holocaustmonument ter sprake komt, is de kans groot dat jouw vrienden vertellen dat het een begraafplaats voorstelt. In deze fictieve begraafplaats hebben de grijze pilaren de functie van grafkist, welke postuum aan de vermoorden zijn gegeven. De kisten zijn grijs omdat het de kleur van as is, de lichamen werden immers verbrand. Als je het Holocaustmonument aanziet als begraafplaats, blijven toch een aantal vragen over. Een vanzelfsprekende vraag betreft de betekenis van het aantal pilaren, of grafkisten. Je zult geen informatiebord vinden – en hebt waarschijnlijk het idee dat je ‘t monument niet goed begrijpen kan. Als je te weten krijgt dat er 2711 pilaren zijn, raak je of verward – of je concludeert juist, dat dit aantal geen betekenis heeft. Tweede vraag, waarom is de grond zo ongelijk? Moet je als bezoeker op zoek gaan naar de locatie waar de kisten het hoogste zijn? En waarom zijn er meer dan honderd kisten verwerkt in de drukke stoep? Maakt dit grafschenders van de (onwetende) passanten? En wat te denken van de bezoekers die willens en wetens van steen naar steen springen? Al wandelend door het monument, zie je dat scholieren een soort verstoppertje spelen. Als je het terrein uitloopt, zie je tal van toeristen een vakantiefoto maken met de onvermijdelijke lach in de camera. Jouw ‘ervaring’ eindigt waarschijnlijk aan de rand van het monument, met een blik over het pilarenveld. Wellicht ben je teleurgesteld omdat je niet het gevoel hebt dat je iets hebt geleerd, of een boodschap heb meegekregen. Als je geluk hebt, zie je een pijl die jou nog naar het ondergrondse informatiepunt verwijst. 

Het monument overziend, letterlijk of figuurlijk, ben ik van mening dat het belangrijk is dat een centrale en ruime locatie is vrijgehouden om de Holocaust te herinneren. De intentie van Eisenman -het opwekken van een ervaring om de Holocaust te herinneren- is weliswaar interessant. Helaas, en Eisenman zag dit al aankomen, gedragen mensen zich discutabel: zij gebruiken het monument als speeltuin of poseren op groepsfoto’s. Voor hen is het de afwezigheid van informatie over de Holocaust, als ook een verduidelijking van de betekenis van het monument dat ervoor zorgt dat ‘t monument te abstract is. Per slot van rekening kan een geïnformeerde of regelmatige bezoeker niet vertellen of het Holocaustmonument een begraafplaats voorstelt – of helemaal niet. Dit gebrek aan duidelijkheid leidt al snel tot een ontevredenheid. Begrijpelijk, want – is het niet wenselijk om een monument te hebben dat wél een sterk statement uitdraagt? Niettemin, ik heb opgemerkt dat de tekortkoming aan informatie en duidelijkheid een neveneffect heeft. Het houdt mij aan het denken – roept vragen op, en laat vragen onbeantwoord over hetgeen dat wordt herinnert: de Holocaust…

Het Holocaustmonument (Berlijn-Mitte, april 2014. Foto door Joep de Visser)

 

Onze man in Berlijn  Jonge historicus Joep de Visser schrijft tweewekelijks voor zijn blog een beknopte geschiedenis      over uiteenlopende thema’s – waarin Berlijn centraal staat – en zoekt naar de locaties die hieraan  zijn    verbonden.

 

Posts created 1099

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven